home | favorieten | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl

 

1 Welkom op Achter Gesloten Deuren
| 29 November 2009 | 14:51:23
          Achter Gesloten Deuren heet u welkom!
 
 
                         
 
'Geloof niet in iets, simpelweg omdat je het gehoord hebt. Geloof niet in iets, simpelweg omdat er door velen over gepraat en gekletst wordt. Geloof niet in iets omdat het simpelweg in uw religieuze boeken staat geschreven. Geloof niet in iets slechts vanwege het gezag van uw leraren en ouders. Geloof niet in tradities, omdat ze voor vele generaties werden overgeleverd. Maar na observatie en analyse, wanneer u vind dat alles gelijk staat met de reden en bevorderlijk is voor het goede en het voordeel is van één en allen, keur het goed en leef ernaar. -- Boeddha.
 
Temidden van een wereld waar zoveel informatie en desinformatie de publieke opinie wel of niet bereikt, is het bijna noodzakelijk te noemen om een iets andere visie na te streven dan de mening van velen nu eenmaal is. Een eigen 'geluid' is in deze tijd zeker nodig. Tegenwoordig vinden we naast de reguliere media, ook de 'alternatieve media' op het internet terug. Deze laatste groep groeit de laatste jaren enorm snel, en brengt erg veel goede vernieuwende ideeën de wereld in. Veel mensen hebben een weblog onder hun beheer, en men gebruikt ook de bekende Hyves vriendenblogs steeds vaker als uitgangspunt voor communicatie wanneer het over interessante onderwerpen gaat. Vaak gaan de onderwerpen over een Nieuwe Wereld Orde, 9/11, de global elite clubs, de War on Terror, maar ook over grote veranderingen op wereldschaal zoals doemscenario's met grote catastrofes in 2012. We kunnen wel stellen dat veel theorieën worden overgenomen van andere websites die al een tijdje online staan en dat dit alles enorm de pan begint uit te rijzen. Men noemt het vaak de 'waarheid' die 'naar buiten moet'. Wanneer het over een 'War on Terror', een 9/11 of de uiteenzetting van het globaliserende bestel gaat, dan is dit zeker een noodzaak te noemen. Maar waarom dergelijke 'waarheden' zoals 'grote catastrofes in 2012' naar buiten zouden moeten gebracht, is helaas nog altijd een raadsel.
 
Want wanneer deze scenario's allemaal voor ons in het verschiet zouden liggen, ontkomen we er toch niet aan en brengt het enkel maar grote angst in de levens van veel (goedgelovige) mensen. In feite is het ook geen raadsel te noemen waarom dit soort 'waarheden' naar 'buiten moeten worden gebracht'. Want verschillende stromingen zoals de New Age (kerk) en de Christelijke analen beloven ons tegelijkertijd een prachtige verlossing van al deze ellende wanneer we maar lief en braaf blijven mediteren en aan ons 'karma' werken als één wereldgemeenschap. Of wanneer we maar blijven vertrouwen op een 'verlosser' die bij zijn aankomst hier op aarde een vredelievende wereldgemeenschap vind die hij massaal over het bolletje kan aaien. Het valt erg op dat wanneer het slecht gaat met de wereld-economie (iets dat op kunstmatige wijze word gerealiseerd!) worden de winkels en het internet weer gevuld met boeken van new age goeroes die vooral blijven hameren op 'hoe wij zouden moeten denken'. De winkels liggen vooral dán ook weer vol met boeken over wishfull thinking en manieren om ons leven te veranderen doormiddel van 'positieve peptalk'.
 
Helaas komen de meeste mensen in deze maatschappij niet verder dan de literatuur afkomstig uit de New Age branche. Men noemt dit alles 'alternatief denken' of in bepaalde gevallen 'holistisch'. Toch mogen we ons afvragen; wie leren ons deze zaken en wie leren ons op zo'n manier denken? Veel New age boeken zijn natuurlijk niet slecht te noemen en het zogenaamde 'holistische denken' is dat natuurlijk ook niet. Maar toch bestaat er een heel andere kant in die branche. Want wie leren ons dergelijke 'openbaringen' over grote catastrofes in 2012 die zouden uitkomen wanneer we onszelf niet heel snel gaan focussen op het 'liefhebben van ieder mens' of de handen ineen te slaan voor een wereld broeder en zusterschap? Wie leren het ons, om collectief van de 'aarde te houden' en haar bovendien te 'veranderen' ? Bestaat de new age niet uit mensen die een totale wereldorde voorstaan zoals men het in de top vandaag de dag zou willen hebben? Ja, is het teleurstellende antwoord. Men brengt in die branche enkele waarheden naar voren en inderdaad; de new age heeft veel goede dingen gedaan in verband met het zoeken naar vragen over het zelf, of de zoektocht naar een antwoord op bepaalde levensvragen. Maar er bestaan ook heel andere kanten van de new age medaille die, wanneer we ze zouden opsommen, deze beweging in het daglicht zouden brengen waarin ze feitelijk staat. In te veel gevallen geen waarheids-religie dus, maar een stroming doordrenkt van op geld beluste graaiers en haar vele 'leringen' berust op aangepaste 'waarheden' met een enorm opgepoetst karakter. Deze website noemt deze stroming de Nieuwe Wereld Kerk. Is deze stroming 'vals' te noemen ten opzichte van bijvoorbeeld de leringen van de christelijke kerk? Nee is het antwoord. Dat niet. Ze zorgt er alleen voor dat veel goede leringen duidelijk tot een enorm verval raken, en maken het tot valse doctrines, waarbij ze de Christelijke kerken achterna gaat. Een goed voorbeeld is te geven, want veel oude Oosterse leringen worden zeer vervormd weergegeven binnen de new age stroming. Ook komt de new age in veel gevallen niet overeen met de oude leringen van de esoterie en die van de oude gnostici. Veel New Age goeroes noemen zichzelf daarom ook onterecht 'echte spirituele leraren'.
 
 
Het fenomeen 2012 wordt op deze site duidelijk onder de loep genomen
 
Deze website is niet bang voor de 'waarheid', ook al mocht die 'waarheid' nog zo anders blijken te zijn dan deze website feitelijk verkondigt. Deze website is dan ook helemaal niet bang om bekritiseerd te worden. Maar ook is deze website niet bang om kritiek te leveren, want door het leveren van goede kritiek leren wij nu eenmaal de 'waarheid' kennen. De grote filosoof (en vrijmetselaar) Sir Francis Bacon stelde ooit eens; 'De man die de waarheden niet schuwd, hoeft niet bang te zijn voor leugens.' Dit is een belangrijke stelling te noemen, want deze website behandelt vrij controversiële zaken. Maar ook geeft deze website haar kritiek af op zaken die dan wel zeer controversiëel zijn, en op dit moment nog steeds actueel als 'waarheid' op het internet staan te lezen, maar die feitelijk meer een opgeblazen ballon blijken te zijn met teveel lucht. Want zoals de meeste lezers al hebben opgemerkt is Achter Gesloten Deuren op geen enkele wijze een voorstander van de volgende theorieën;
 
- De Nibiru theorie van Zecharia Sitchin
 
 - De Reptiel complot-theorie van David Icke
 
 - De Maya-kalender / 2012 theoriën van diverse (New Age) auteurs
 
- De 'Eindtijd' theorieën van diverse Christelijke auteurs (ook geen Nostradamus profetieën)
 
 - De Global Warming hoax van diverse 'groene profeten' zoals Al Gore
 
 - De vele dooms-day theorieën die vandaag de dag de ronde doen
 
- De evolutie-theorie volgens Charles Darwin en Ernst Heackel
 
 Zoals we in het bovenste rijtje zien, neemt deze website de 'eindtijd' of de New Age 2012 theorieën die vandaag de dag de ronde doen, niet serieus. Deze website bied u een geheel andere benadering over de Maya-kalender en het Kali-yuga aan (waar we op dit moment in verkeren). Deze benadering van de Mayakalender toont aan welke zwendel hier achter zit, maar ook toont ze aan waar de grote fouten zitten in de diverse New Age hypothesen over 2012. Ook de bekende 'Maya-sjamaan' genaamd 'Zwervende Wolf' uit de film 'The Year Zero' van Wiek Lenssen, komt in dit verhaal ruimschoots aan bod en word inderdaad ontmanteld als een eerste klas New Age Goeroe die vooral grote leugens verspreid. Voor veel mensen zal dit laatste hard aan kunnen komen, iets waar men maar liever aan voorbij gaat. Toch mogen we als het om 'zwervende wolf' gaat, ons hoofd niet in het zand steken, want deze meneer heeft enorm veel invloed op de ideeën rond 2012. Deze artikelenreeks over de Mayakalender zwendel staat in totaal 16 delen online aan de linkerkant bovenaan bij de andere logs. In deze artikelenreeks geeft deze website eveneens een geheel andere interpretatie van de oude kalenderstelsels en word er meer dan eens geciteerd uit de echte hoog-esoterische bronnen. Vanuit dit kader gezien geeft deze website daarom haar eigen visie als het om deze zaken gaat, want inderdaad; er is weldegelijk iets aan de hand met het jaar 2012. Dit jaartal zwerft in een extreem grote oplage over het internet, en er zitten aan de verspreiding van dit jaartal verschillende hoge groepen vast gekleefd die weinig openbaren en teveel erop los liegen. De conclusie van deze website is dat dit jaartal 2012 vooral uit de hoek komt van degenen die heel graag een Global New World Order zouden willen stichten.
 
2012 kan ons vanalles brengen, maar niet op de manier zoals de New Agers het beweren. Want hoe we het ook bekijken; hun theorieën zijn - wanneer we ze bestuderen - volstrekt fout en missen absoluut een gezond fundament. Wellicht is het veel gezonder te noemen om op 21 december 2012 eens heerlijk vroeg naar bed te gaan, of dat we deze datum prikken voor een trouwdatum om elkaar het jawoord te geven. Alles beter dan dat we een zelfmoord pilletje in zouden nemen zoals de invloedrijke Belg Patrick Geryl voor de televisie durfde te opperen. Toch mogen we ons afvragen; wat weet men in de échte hoge esoterische leringen over de mayakalender? In feite kunnen we hierover een gegronde theorie opwerpen wanneer we de verschillende kalenderstelsels gaan bestuderen. De artikelenreeks spreekt op dat vlak voorzich.
 
Er zijn tegenwoordig heel veel documentaires in omloop en dat is goed. Toch brengen de meeste documentaire makers veel als vaststaande 'waarheid' wanneer zij er helaas geen goed bronmateriaal voor hebben, of komen tot conclusies die een enorm vertekend of zelfs 'verdoemd' wereldbeeld naar voren brengen. In bepaalde gevallen kan dat goed zijn om zoveel mogelijk mensen na te laten denken. Maar ook kan het leiden tot nog meer verval van een maatschappij die al op ontploffen staat. Dan komen we eveneens uit bij de documentaire 'Zeitgeist', die tegenwoordig enorm populair blijkt te zijn. Toegegeven, het is een goede documentaire die veel nieuwe ideeën weg geeft en ook waarheden. Toch zijn er absoluut zaken die in Zeitgeist naar voren komen, welke we zouden kunnen ontkrachten, of waar een veel groter verhaal aan vast zit. Iets waardoor we de dingen vanuit een heel ander perspectief zouden kunnen zien.
 
 
Is Achter Gesloten Deuren tot de Alternatieve media te rekenen, of juist niet?
 
Deze website verteld u zeer zeker waarheden, maar wel verpakt in de vorm van een hypothese die inderdaad als 'alternatief' op kan worden gevat. Het is de 'waarheid' die naar voren komt door de informatie die we op dit moment voor handen hebben. Dus het is nog maar een deel van een puzzel te noemen, een 'vaag beeld' dat langzamerhand zichtbaar wordt. En des te zichtbaarder het beeld word, des te meer gaan we begrijpen dat een 'waarheid' enkel compleet kan zijn voor het 'moment' en voor zo'n 'moment' nooit volledig zal zijn. Toch worden de fundamenten flink zichtbaar. Deze website kiest haar eigen onderwerpen uit om er een artikel of verhaal over te schrijven. Het zijn onderwerpen die vaak vanuit heel andere perspectieven worden benaderd. Dit kunnen onderwerpen zijn die al eens vaker zijn aangeboord op andere websites, maar die in tegenstelling daarvan, op een andere of diepere manier worden benaderd. Noem deze website daarom zoals u het zelf wilt. Als alternatief kan het zeker worden omschreven. Toch hoort deze website niet tot de hoek van de 'alternatieve media', ook al word deze website daar helaas wel vaak in geplaatst. Media (alternatief of niet) brengt (recent) 'nieuws' en doet dit met vrij korte (kritische) berichten. Deze website doet dit niet en is eerder voor zover het gezegd kan worden, opgericht vanuit het idee om een geheel eigen wereldvisie naar buiten te brengen. Of deze visie klopt of juist niet is aan de lezer, die zijn bijdrage kan leveren middels een reactie. Niets meer en niets minder.
 
De bedoeling van deze website is dus niet om iedereen de 'absolute waarheid te vertellen' als het om een New World Order gaat, maar om waarheid doormiddel van logica te zoeken en te vinden. De artikelen en de artikelen-reeksen die op deze website te vinden zijn, vertellen feitelijk een verhaal. Dus hoe onafhankelijk ze vaak ook lijken; in feite verteld deze website een verhaal, een visie zoals deze door de bril van de beheerder wordt gezien. De artikelen zelf zijn zeer zeker gebaseerd op het feit dat er een Nieuwe Wereld Orde in aanvang is. Maar de oude artikelen over bijvoorbeeld de Illuminati moesten helaas worden herschreven. Dit was nodig omdat ze in het licht van later onderzoek onvolledig bleken te zijn en vooral vanuit een breder perspectief gezien, op een iets andere wijze naar voren moesten worden gebracht. De opstelling voor het schrijven van de lange artikelen op deze website is enorm verandert in de afgelopen jaren en de artikelen over de illuminati waren in de tijd toen deze site werd opgezet eigenlijk al flink verouderd. De informatie hierover moest hier en daar duidelijk worden aangepast omdat ze in die tijd tot een iets andere visie toe behoorden. Deze aangepaste artikelen hebben de naam 'Geheime Machtsgroepen' gekregen.
 
In de eerste instantie werd deze weblog online gezet om het bestaan van een komende Nieuwe Wereld Orde aan te tonen en de vele connectie-verstrengelingen tussen machtige (elite) groepen - en ook hun ongekende geschiedenis - weer te geven. Niet per definitie om mensen de 'waarheid' te vertellen, te 'waarschuwen' (zoals andere websites doen) of om te overtuigen, maar om een idee weer te geven van de wereld om ons heen, hoe ze in elkaar steekt en hoe processen zoal werken waar wij ze niet rechtstreeks kunnen zien. Een soort 'eye opener' dus voor degenen die op zoek zijn naar een beter beeld van de wereld om ons heen. Maar dit is niet enkel een website die over een Nieuwe Wereld Orde gaat. Eveneens geeft Achter Gesloten Deuren een duidelijke Paleo-seti hypothese weer, en gaat er dus vanuit dat de Oude Goden die we in verschillende soorten wereld-mythologie tegenkomen, in feite oeroude ruimte reizigers moeten zijn geweest. Ook is Achter Gesloten Deuren ervan overtuigd dat een zelfde soort hypothese over deze Goden, gedeeld wordt door de visie die de belangrijke wereld-elite ervan heeft. Deze website is overigens geen voorstander van de theorieën van Zecharia Sitchin, en wijkt op dat punt dan ook zeker af als het om andere websites gaat die over dit soort onderwerpen gaan. Voor de artikelen op deze weblog geldt;
 
"Een goed vooronderzoek geeft visie, en een goed na-onderzoek - door u - kan die visie verbreken of juist versterken."  
 
Daarom is Achter Gesloten Deuren iets anders van aard: waar andere websites spreken over het 'totale kwaad dat regeert', en weer anderen te zweverig of te fundamentalistisch worden in hun eigen religieuze of politieke opvattingen, daar laat Achter Gesloten Deuren eveneens een kritisch antwoord op horen als dat nodig is. Echter; wat in de rest van de artikelen duidelijk naar voren komt is de gegronde mening dat niet iedere hoge broederschap het 'kwaad' vertegenwoordigt of in feite niets op zou hebben met de mensheid zelf. In feite is het zelfs zo, dat een Nieuwe Wereld Orde om heel veel goede redenen gesticht zou kunnen worden maar ook dat een Nieuwe Wereld Orde om vele andere redenen voorkomen zou moeten worden. Dat eerste, dat er om veel goede redenen een wereldorde gesticht zou kunnen worden, is naar de mening van Achter Gesloten Deuren nog lang niet aan de orde. Misschien moeten hier nog een paar honderd of een paar duizend jaar aan vooraf gaan. Dat laatste, dat een wereldorde op dit moment gesticht zou moeten worden is iets dat Achter Gesloten Deuren duidelijk niet voorstaat. Het is natuurlijk ook net wie er aan de touwtjes trekt. Zoals in de artikelen (en de reacties) op deze site naar voren komt, bestaat er een gegronde agenda voor de wereld. Enkel wordt ze naar de visie van deze site niet geleidt door een enkele groep aan de ongeziene top. Er zijn naar de mening van deze website meerdere groepen die inderdaad naar een wereld-orde of naar de macht over de wereld streven, groepen of ongeziene clubs die bij elkaar verstrengeld zijn en dus samenwerken tot een bepaalde hoogte. Geheime groepen dus, die tot een bepaald punt samenwerken maar in feite nog steeds vijandig tegenover elkaar staan. Dit is logisch te noemen, omdat deze machtige elite groepen veel te verliezen hebben als zij niet zouden samenwerken.
 
We kunnen als voorbeeld de familie Rothschild nemen, die in de 19de eeuw na de slag bij Waterloo de meeste macht naar binnen trok over de Europese elitaire klasse. Dat men hier helemaal niet blij mee was (en zo wij mogen veronderstellen nog steeds niet is) mag duidelijk zijn.
 
 
Complot-Theoriën en New Age filosofiën (2012)
 
Dan zijn er nog een aantal zaken die in de artikelen op deze site duidelijk naar voren komen. Tegenwoordig vinden we new age filosofieën terug onder verschillende labeltjes. In de winkels vinden we het duidelijk terug onder de labeltjes wetenschap, filosofie, esoterie en levensbeschouwing. Veel mensen kunnen helaas een new age filosofie niet onderscheiden van wetenschap wanneer de new age filosofie zelf, door een 'wetenschappelijk sausje' is overgoten.
 
Iets wat de laatste jaren onder dat motto enorm sterk naar voren is gekomen, is het Mayakalender verhaal en de eerder genoemde 2012 hype. Het mag absoluut duidelijk zijn dat het Mayakalender verhaal zoals het tegenwoordig in veel aaneengeschakelde versies de ronde doet helemaal niet 'bewezen' is, en dat we de Mayakalender zeker niet serieus zouden mogen nemen zoals de new age auteurs het uitleggen. Deze website verwerpt dit soort theorieën. Maar toch geeft ze er wel een geheel andere visie voor terug als het om de oude kalenderstelsels gaat die de wereld rijk is. Ook laat deze website zien waar de Mayakalender theorieën volledig falen.
 
Een duidelijk tegengas met een diepere analyse van de feiten is hiervoor absoluut nodig. Want teveel mensen worden tegenwoordig een vreemde maalstroom ingevoerd van new age fantasieën en onwaarheden over grote catastrofes of grote transformaties. Het is zelfs zo erg, dat wanneer geleerde astronomen ons een tegenanalyse aanbieden voor de wilde verhalen over 2012, men dit soort mensen - die duidelijk de informatie op dat vlak direct voor handen hebben - afdoet als leugenaars of zelfs betichten van onwetendheid en onkunde. Maar dat is zoals we kunnen begrijpen enorm kort door de bocht. Een goed voorbeeld zijn de onderbouwde feiten van de astronoom Strous van het sterrenkundig instituut / universiteit te Utrecht, waar een zéér lichtgeraakte John Major Jenkins (new age auteur over het 2012 fenomeen) via zijn eigen site een reactie op gaf. Jenkins gaf enorm af op datgene wat deze astronoom aan de 2012 hype op genuanceerde wijze ontkracht heeft. Er valt helaas op dat vlak absoluut niet met dit soort new age goeroes te discussiëren, en dat is vaker gebleken. Op zo'n manier creëren we opnieuw onze Galileo Galilei's, Giordano Bruno's en Copernicussen van onze tijd, en weldegelijk onder onze moderne astronomen. Deze website is dan ook duidelijk de mening toebedeelt, dat Strous zeer goed astronomisch onderzoek heeft verricht en dat alles wat hij in het artikel schreef berust is op feiten. De dichtgetimmerde verhalen van John Major Jenkins zijn dit helaas niet.
 
We hebben de afgelopen jaren kunnen zien dat veel complot-theorieën begonnen over te lopen in New Age filosofieën. We vinden heel veel informatie op het internet terug die naar New Age auteurs te herleiden is. Hierbij moeten we denken aan bepaalde 'occulte uitleg', maar ook aan de uitleg voor mythologie en oude symboliek. Ook doet men zich nogal vaak in New Age kringen 'wetenschappelijk' voor om theorieën aanvaardbaar te maken. Vooral binnen de huidige 2012 beweging vinden we veel van dit soort neigingen. Onder de titels 'professor' of 'Dr. Andus' lijkt men goed te kunnen verkopen. Dat dergelijke New Age auteurs een titel hebben mogen we direct aannemen. Maar het wil niet zeggen dat men een professor is op het gebied van de stof die in het New Age boek zelf behandelt wordt, iets dat op zo'n manier natuurlijk wel de suggestie ervoor weggeeft. Helaas, zo gaat het maar al te vaak. Een professor op het gebied van de chemie is nog geen professor op het gebied van de kwantum-mechanica. En zo geldt dit vooral voor de new age, waar absoluut geen wetenschappelijk of diep occult draagvlak voor te vinden is. Pseudo occultisme of 'pseudo-spiritualiteit' zouden we het eerder kunnen noemen. Ook zien we dat veel New Age 'informatie' voortkomt uit zogenaamde 'channelsessies' waarbij de bron vooral erg vaag blijft. Maar wanneer men new age met een wetenschappelijk sausje gaat overgieten en als een absolute waarheid in de boekwinkels probeert te verkopen, dan zijn we net zo ver als wanneer we de globale media weer eens op haar woord zouden moeten gaan geloven, of zelfs erger; het lijkt de vormen aan te nemen van het Katholieke bestel uit de middeleeuwen. Dit alles stopt het 'denken' en drijft de mensheid een hoek in die inderdaad vrij ongezond over doet komen. De New Age is door de hulp van de media en de hieraan verwante markt enorm krachtig, en laat velen in een 'alternatieve roze bubbel' leven. Andere analen van die branche brengen in de eerste instantie veel angst, om de mensen vooral de 'liefdevolle kant' van dezelfde medaille te laten volgen.
 
De New Age gaat tegenwoordig hand in hand met veel soorten conspiracy theorieën waarbij grote catastrofes rond 2012 bijna niet meer zijn weg te denken. Het fenomeen 2012 is overigens ook een geheel eigen leven gaan leiden. Andere sites hebben eenzelfde new age boodschap en voorspellen een 'eindtijd' in 2012 waarbij deze wereld 'zoals we haar kennen' ophoud met bestaan en we een 'betere wereld' in worden gevoerd. Merendeels neemt men termen in de mond zoals een 'hoger bewustzijn' of een 'galactische mind-shift' enz. Deze website is geen tegenstander van de gedachte, dat de mensheid op bepaalde momenten in de geschiedenis of toekomst een soort 'kennis-injectie' krijgt toegespeeld. Hier staan duidelijk 'tijden' voor. Ook is deze site geen tegenstander van de gedachte, dat het bewustzijn van steeds meer mensen op één of andere manier 'hoger' wordt, of dat het ene mens veel meer bewust is dan het andere. De Theosofie van Blavatsky spreekt hier ook in versluierde vorm over, wanneer ze zegt dat sommige mensen met het bewustzijn in het Krita-yuga leven en anderen in het Kali-yuga. Maar een soort 'kennis-injectie' word naar de mening van deze website ook kunstmatig gedaan. Een 'galactische mindshift' in 2012, waarbij we allemaal plotseling extreem 'verlicht' zullen zijn, is iets waar deze website niet in geloofd. Ook begint men binnen de New Age op dat vlak een beetje meer terug te krabbelen, iets wat eigenlijk wel was te verwachten. Vooral aan het eind van de jaren '90 en aan het begin van het nieuwe millennium stond het internet vol met dit soort 'verwachtingen'. Toch is het zo, dat toen de tijd verstreek en het puntje bij paaltje kwam, men iets meer terughoudend werd.
 
We kunnen het duidelijk stellen; veel 'waarheidsvertellers' op het internet lijken een beetje te zijn doorgeslagen en nemen jammer genoeg klakkeloos de wilde verhalen van de zeer krachtige New Age movement over. Men verwacht daarom op dit moment veel meer dan dat men ooit zal krijgen. Men citeert er maar op los en de bronnen worden op zo'n manier steeds 'goedkoper' en onaannemelijker. Maar ook heel veel auteurs van boeken die we niet onder het label 'new age' zouden mogen plakken, kennen helaas hetzelfde probleem. Veel auteurs blijken andere auteurs te quoten alsof de eersten grote experts zijn en komen over alsof de theorieën waaruit zij quoten volop bewezen zijn. Helaas, vaak zijn ze dat niet en kent men vele misinterpretaties van zowel mythologie als esoterie.
 
 
New Age Cultisme
 
De 2012 movement, die in feite een hele echte new age stroming is, begint zeer cultus-achtige trekken te vertonen en blijkt enige kritiek zeker niet te kunnen verdragen. Het is een wijsheid op zichzelf te noemen, dat iemand die het verkondigen van de waarheid nastreeft, niet bang is om ongelijk te krijgen. Want de waarheid is niet bang voor ernstige vragen. Toch lijkt de New Age beweging dergelijke vragen of feiten te schuwen, te negeren of zelfs af te doen als 'onzin afkomstig van mensen die het allemaal niet begrijpen'. We moeten er rekening mee houden dat er een zeer intellectuele kern binnen de New Age movement bestaat die heel goed verhalen kunnen 'dicht timmeren' met 'feiten' die absoluut geen feiten zijn. Vooral dus als het om 2012 filosofiën gaat, die door New Age goeroes in de rondte worden gestrooid. Het valt erg op dat men enorm 'alert' is wanneer anderen 'kritiek' geven op hun 'openbaringen', en vooral wanneer men in de Engelse taal kritiek levert. Vaak levert men een zogenaamde tegen-analyse die gebaseerd is op zeer opgeklopte 'feiten', maar waarvan de 'feiten' in feite schimmige interpretaties zijn van de New Agers zelf. Wat betreft de 'waarheid' die tegenwoordig door de new age movement op grote schaal word verkondigd; In feite is het een waarheid als een koe te noemen, dat de 'waarheid' nooit op grote schaal in de rondte wordt gestrooid. Juist het tegengestelde is waar.
 
Het is zelfs zo erg, dat verschillende mensen die de 2012 verhalen klakkeloos geloven, bezig zijn met survival pakketten samen te stellen. Ook bestaat er een harde kern binnen de 2012 beweging - onder leiding van de eerder genoemde Belg Patrick Géryll - waar iemand zich voor 15.000 euro bij kan aansluiten. Een kern dus, die heel erg ver gaat in het verkondigen van deze hype, en de 'catastrofes in 2012' willen 'overleven'. Opvallend is het zeker, dat het een harde kern is waar zich alleen mensen bij aan zouden kunnen sluiten met een leuke bankrekening. Patrick Géryll gaf in een opname die werd uitgezonden in een televisie-uitzending van Netwerk zelfs het advies, dat iedereen maar beter een zelfmoordpilletje zou moeten innemen zodat men de catastrofes die zouden gaan komen, niet hoeft mee te maken. Deze mensen blijken zo enorm overtuigd te zijn van deze zaken dat er voor hen geen ander alternatief bestaat. Welnu, er bestaat absoluut een ander alternatief! Want er bestaat ook nog zoiets als 'eerst zien en dan pas geloven'. En dat is zeker geen loze of domme kreet te noemen.
 
Wanneer we begrijpen dat dit het enigste goede alternatief is als het om het 'per direct innemen van een zelfmoordpilletje' gaat, dan zouden we 2012 zelfs niet eens af hoeven te wachten, en kunnen we de laatste slagzin ook nog eens wat dieper benaderen;
 
'Eerst zien waar al deze zaken op gebaseerd zijn, en daarna pas een geloofwaardige conclusie trekken'.
 
Dit is wat deze website dan ook doet. Is er dan iets aan de hand met de Mayakalender? Jazeker. Want het feit ligt er dat we hier niet met één soort 'mayakalender' zitten, maar met meerdere van deze 'mayakalenders'. Dit word u voor zover het kan, uitgelegd in de 16 delige artikelenreeks 'De Mayakalender Zwendel'.
 
 
Positieve zaken en positieve veranderingen
 
Toch zijn er ook positieve veranderingen, of noem deze veranderingen 'hervormingen'. Want het is erg leuk om te zien dat tegenwoordig grote stokpaardjes zoals de doorsnee evolutie-theorie gebaseerd op het sociaal Darwinisme, steeds vaker bekritiseerd wordt. En dat is een goede ontwikkeling te noemen, zonder hierbij de creatie-doctrine van de kerken in de kaart te spelen. Ook is het leuk om te zien dat men de oude Goden uit de mythologie steeds vaker bestudeert en dat men steeds vaker het bestaan voor deze 'goden' van duizenden jaren geleden met veel betere theorieën serieus begint te nemen.
 
 
Moet de 'waarheid' naar 'buiten'?
 
Achter Gesloten Deuren heeft een duidelijke visie, maar de beheerder van deze website is absoluut niet 'alwetende'. Het is een weergave van iets dat op is te maken uit vele serieuze maar vooral goede boeken en websites die hierover handelen of hebben gehandeld. Helaas - zo is Achter Gesloten Deuren van mening - bestaan er in de overdosis aan 'informatieve' stekken over deze onderwerpen, juist maar een zeer klein aantal websites die diepgaande informatie over deze kwesties verstrekken en dit alles aan een goede analyse onderwerpen. Deze website probeert zeer zeker een goede analyse neer te zetten. Veel websites die bijvoorbeeld de Nieuwe Wereld Orde onder de loep nemen zijn te extreem in hun opvattingen, te religieus, te politiek gekleurd of zelfs zeer New Age gericht. Andere websites en auteurs verstrekken naar de mening van Achter Gesloten Deuren ook bewust desinformatie. Deze website is er zeker niet op gericht om de 'mensheid' als een 'waarheidsverteller' in z'n geheel te willen bereiken. Ook is deze website er niet opgericht om de 'waarheid' naar 'buiten' te willen brengen onder het motto dat 'de waarheid door iedereen gekend moet worden'. Het doel van deze website is om verborgen waarheid en kennis te vinden en stelt in de eerste plaats een hypothese hierover op, waarmee niemand het per definitie eens hoeft te zijn. De meeste mensen zouden het er ook niet mee eens zijn. En dat geeft natuurlijk niet, want de artikelen zelf zijn eerder gericht aan een ieder die al bij voorbaat een dergelijke visie heeft. Een soortgelijke visie dus zoals deze site u aanbiedt. Wanneer het over dit soort mensen gaat, tellen we er weinigen natuurlijk.
 
Zoals gezegd is Achter Gesloten Deuren niet van mening dat iedere broederschap het 'kwaad' uitbeeld of vertegenwoordigt. Er wordt teveel geschreven over de 'kwade kant' achter de Vrijmetselarij, achter de Theosofische hoek en eveneens worden er teveel negatieve zaken geschreven over het Christendom. Aangezien de eerste en de laatstgenoemde groep weldegelijk een aantoonbare duistere kant hebben, wordt er op deze website eveneens een gedetailleerd positief verhaal verteld over deze groepen. Maar dergelijke beschuldigingen voor deze groepen van 'duivelse verering' worden zeer zeker beantwoord met een tegen-analyse. Dit is nodig, omdat dit zou kunnen aanzetten tot het bestuderen van wat deze groepen in feite echt uitdragen en bestuderen. Want de zaken die door de broederschappen worden bestudeerd zijn zéér interessant. We moeten hier niet 'ver bij vandaan blijven' zoals dergelijke websites suggereren, maar onszelf juist dergelijke informatie rijker maken. Informatie dus, uit de echte esoterische hoek.
 
 
Onderzoek naar echte verborgen (oude) kennis
 
"We already have the means to travel among the stars, but these technologies are locked up in black projects and it would take an act of God to ever get them out to benefit humanity….. anything you can imagine we already know how to do." ---- Ben Rich, voormalig hoofd van Lockheed Skunk Works, in een lezing kort voordat hij overleed.
 
Wellicht is het volgende stukje visie voor veel mensen een beetje vreemd te noemen, maar toch komen we er niet onderuit om ze te geven. Het is zeer opmerkelijk te noemen dat enorm veel zeer invloedrijke mensen, van de top der bank en bedrijfsindustrie, de Vrijmetselarij, tot de top van de media-wereld, waaronder zeer bekende filmregisseurs etc. zichzelf enorm met zaken zoals 'Atlantis', Mythologie, Religie, Bijbelboeken en andere geschriften, Goden/Godinnen en het occulte bezig houden. Men steekt extreem veel geld in deze zaken en ze vertellen ons er zelfs over wanneer de science fiction series met seizoenen tegelijk onze beeldbuis bereiken. Dit zijn geen loze ideeën wanneer we het plaatje beginnen te zien. Ze vertellen het zelfs in tekenfilms zoals Walt Disney, in stripverhalen zoals Kuifje en Storm, zoals Conan en de bekende Marvel Comics en vele anderen. Toch blijft men deze zaken officiëel als onzin en fantasie afdoen. Wanneer deze zaken onzin of fantasie zouden zijn, dan mogen we ons weldegelijk een paar indringende vragen stellen;
 
Waarom zijn al deze invloedrijke mensen met een enorm fanatisme bezig met 'verzinsels' en 'fabels' zoals 'Atlantis, oude Mythologie en het occulte'?
 
Waarom besteden zij zoveel 'aandacht' en steken zij zoveel geld in zaken die naar het 'rijk der fabelen' zijn te verwijzen?
 
Zijn al deze zeer invloedrijke mensen in feite gewoon bezig met een uit de kluiten gewassen gezamelijke hobby? Gaf men de Amerikaanse ruimteveer die in 2006 werd gelanceerd 'zomaar' zonder reden de naam 'Atlantis'? Waarom gaf men de naam 'Atlantis' aan een Ruimteschip? Waarom is het eiland 'Atlantis' in de serie 'Stargate-Atlantis' geen stuk land maar een Ruimteschip of 'Ruimtestad'? Waarom spreekt men in de oude overleveringen en de echte esoterische analen over 'stervormige eilanden' die konden vliegen? Eilanden die van metaal waren en die men vergelijkt met een 'verzonken Atlantis'? Waarom geeft men in Science Fiction series en films maar al te vaak de naam van een vliegende luchtgod die volgens de oude geschriften in een hemelboot het firmament doorkruistte, aan een ruimteschip?
 
Zijn deze invloedrijke mensen in feite gewoon fanatieke hobbyisten die in hun bedrijfs-logo's en via andere (Media) wegen laten weten dat ze dezelfde soort leuke hobby hebben? Een gezamelijke liefhebberij voor 'fantasie'?
 
Waarom geeft men altijd (goden) namen aan planeten, ruimteschepen enz. die uit de oude Mythologie en religies stammen (zelfs in films)?
 
 Dit zijn vragen die zeker gesteld zouden mogen worden. Want de bovenste vragen (en termen) zijn precies de onderwerpen te noemen die inderdaad enorm centraal staan binnen de hoge esoterische leringen. Broederschaps-leringen dus. Zijn het 'Fantasie-namen' die men aan dergelijke ruimteschepen of sondes geeft? Neen, is de duidelijke conclusie van Achter Gesloten Deuren. De hoogste broederschappen zijn absoluut vertegenwoordigt binnen de filmwereld en de rest van de media. Zij brengen informatie versluierd, precies zoals men het altijd al heeft gedaan. Dit doen zij op een manier van een 'omgekeerde wereld'. Doormiddel van datgene dus wat wij als 'fictie' zouden moeten zien. Natuurlijk is niet alles wat 'fictief' is aan een film de 'waarheid'. Maar zij weten overduidelijk, dat degenen die het vermogen hebben om het te 'zien', het ook daadwerkelijk 'zien'. En iedereen is zoiets tot een bepaalde hoogte aan te leren. Zij geloven niet in de nevelvlek theorie, of de aan ons bekende Big Bang theorie van de oerknal kosmologen. Zij geloven niet in het beeld van een 'aap tot mens' ideaal. En we hebben het hier inderdaad over de hoge elitaire kringen. Laten wij eens de 'evolutie theorie' nemen als voorbeeld. De meeste mensen geloven zonder voorwaarden in het bekende evolutie beeld. Maar binnen de hoge broederschappen weet men wel beter. Blavatsky's Geheime Leer en het werk van de rest van het oude Theosofisch Genootschap spreekt hier voorzich. We kunnen ook een prachtig stuk aanhalen afkomstig van Max Heindel, een Rozekruiser in hart en nieren. Hij schreef heel duidelijk;
 
"Men zal opmerken, dat de moderne evolutie-theorie, in het bijzonder die van Haeckel, in bijna volmaakte overeenstemming zou zijn met de uitkomsten der occulte wetenschap, wanneer zij precies omgekeerd werd. De aap is een degeneratie van den mens." -- Max Heindel, De Wereldbeschouwing der Rozekruisers, blz. 305, hfdstuk; De occulte analyse van Genesis.
 
Wij kunnen hier uit opmaken wat we eigenlijk zouden mogen verwachten; informatie wordt door de elitaire kringen niet enkel versluierd weergegeven in allegoriën, maar vaak ook volstrekt omgekeerd naar de massa gebracht. Dit heeft echter niet altijd te maken met een kwaadwillendheid richting de massa toe.
 
Waarom zou men informatie versluierd of omgekeerd naar buiten willen brengen?
 
Ten eerste om anderen te 'inspireren' en ten tweede is het zoals gezegd een feit dat een maatschappij die constant aan hervorming bloot staat, langzaam 'gewend' moet raken aan letterlijke vernieuwingen. Vernieuwingen van een grootse aard zijn nu eenmaal niet zomaar zonder slag of stoot in te voeren. Dit doet men middels een gestaagd proces en de daarvoor vereiste technieken. Ook hiervoor, staat volgens de overtuiging van Achter Gesloten Deuren, een bepaald 'tijdstip'.
 
De media bestaat natuurlijk niet enkel maar uit leugens, brood, spelen en inhoudsloos vermaak. Het 'gewend laten raken' aan dergelijke waarheden en vernieuwingen, die absoluut voor de deur staan, stuwt de mensheid nu eenmaal ongemerkt vooruit. Zo ontstaat 'vooruitgang'. Men heeft binnen de hoge broederschappen qua kennis ondermeer een diep inzicht in de oude mythologie. Men neemt mythologie dan ook zéér serieus en dat is geen onzin. Ook is dit niet iets waarvan we zouden mogen denken dat men om die reden binnen deze hoge annalen in een 'fantasie wereld' zit vast geplakt. Iemand die dit denkt, snapt helaas zeer weinig van de hoge broederschappen of genootschappen in het algemeen. Want de reden waarom de meeste mensen denken dat 'mythologie' gebaseerd is op een kern van 'fantasie en verzinsels', is omdat dit ons ook daadwerkelijk zo op zéér grote schaal geleerd wordt. Alleen word het ons dan niet als 'fictief' geleerd, maar als de 'waarheid'. Voor dit feit zouden we eveneens bij de hoge broederschappen mogen aankloppen, want ook zij zijn voor een groot deel verantwoordelijk dat de meeste mensen zo denken. En ze hebben hier ook hun redenen voor. Deze maatschappij heeft niet enkel maar een eenvoudige 'doelstelling' die politiek gezien aan iedereen bekend is. Ze heeft, zoals de 32ste graads vrijmetselaar Manly Palmer Hall eens in zijn boek 'The Secret Destiny of America' schreef, een 'Geheime Bestemming'. Deze geheime bestemming is - omdat ze nu eenmaal geheim is - voor veel mensen niet bekend en zelfs niet direct voor de politieke graaiers die zichzelf enkel laten voortbewegen door veel geld in hun zakken te laten verdwijnen. Een prachtige uitspraak die werd gedaan door de Science Fiction auteur Sir Arthur C. Clarke, is hierbij op z'n plaats te noemen;
 
'Politici zouden Science Fiction moeten lezen, en geen westerns of detectives.'
 
Zijn het fantasie-namen die men gebruikt voor bedrijfsnamen en projecten (namen van godinnen), of via dezelfde uitdrukking in symboliek dat men gebruikt voor bedrijfslogo's? Natuurlijk niet. Zij weten deze zaken, zo simpel is het. Zij zijn geen 'hobbyisten van de fantasie-wereld' maar 'Lobbyisten voor het afdekken van de waarheid'. Maar zoals gezegd 'dekt men niet alles' af, en men laat sporen achter voor degene die het begrijpt. Maar voor wie precies? We kunnen hier absoluut denken aan de lagere ingewijden van de 'broederschappen'. Dit soort sporen lieten de hoog-ingewijden uit de middeleeuwen bijvoorbeeld ook achter doormiddel van schilderijen en oude magische verhandelingen enz. voor de lagere ingewijden. Vroeger liet men occulte boodschappen of sporen van de waarheid achter in kunstvormen zoals bouwkunst, schilderkunst, dichtkunst, filosofie, muziekstukken/opera en toneel. Wie bijvoorbeeld de diepgang van de werken van Shakespeare kent, die weet al genoeg. Daarnaast natuurlijk via de symboliek die belangrijke stadsgebouwen sierden. In ieder geval werden deze sporen via de commercie van die tijd op het publiek losgelaten. Tegenwoordig kennen we nog steeds dezelfde soort kunsten maar ze zijn veel meer geavanceerd. Dat betekent ook dat ze in veel grotere mate aanwezig zijn, omdat de invloed van deze kunstvormen op dit moment een veel groter publiek bereikt. Men laat zeer veel zaken doorschemeren in 'science-fiction' films en tv-series. De televisie, reclamewereld / kranten (media), waaronder de grote en kleinere filmmaatschappijen enz. zijn de commercie van deze tijd. Het zijn dus ook de belangrijkste analen voor de kunstvormen van deze tijd, en zeer zeker voor het grote publiek.
 
Men laat met al deze 'fabelachtige mythologische' informatie de grote massa wennen aan een beeld van iets dat 'gaat komen', een beeld wat in feite doet denken aan een soort 'hoogtepunt van onze beschaving', en dat men hiermee een verhaal verteld dat in bepaalde opzichten gewoon bikkelhard klopt. De media laat ons in het eerste opzicht 'wennen' aan een bepaald beeld, of dit nu religieus, politiek of gewoon voor de directe verkoop van producten is. Dit is niet nieuw, maar een zeer oude handeling om bijvoorbeeld het publiek voor te bereiden op iets wat men zou willen gaan 'invoeren' of iets dat gaat 'komen'. Of dit nu een politiek of religieus idee is, of het nu om oorlog gaat of om via dezelfde werkwijze 'nieuwe revolutionaire technieken' te kunnen introduceren; het werkt altijd in dienst van de 'vooruitgang' (anders vertaald; het bouwen van een NWO) zonder dat men massaal gezien compleet door de veranderingen verrast wordt. We zagen in de oude star trek films al veel electronische artefacten de revu passeren, waarvan de doorsnee bevolking in die tijd niet eens zou hebben kunnen dromen dat het op dit moment zou bestaan. Het is dus zeer zeker met dit soort films bedoeld om ons te conditioneren naar grote doelen die anderen voor ogen hebben. Door ons dus te laten 'wennen'. Toch vertelt men in de science fiction wereld ook extreem veel waarheden over het verleden, zoals we in de rest van het verhaal zullen opmerken. Waarom men zo vreselijk bezig is met topics zoals 'Atlantis' is eigenlijk niet moeilijk te noemen; Het vormt een enorm verlengstuk van de geschiedenis waarop deze maatschappelijke (technologische) voortgang is gebaseerd.
 
 
Een aantal punten die we moeten onthouden
 
Wat moeten we duidelijk van elkaar onderscheiden, als het om het belang gaat voor het onderzoek naar hoge genootschappen of broederschappen? Ten eerste dat er geheime genootschappen bestaan die een belangrijke (regerende) functie hebben in onze maatschappij, maar ook dat er lagere esoterische groepen bestaan die in feite geen grote geheimen hebben te verbergen. Voor deze laatst genoemde groepen reken ik vooral kaballistische genootschappen zoals de Temple of Seth of de Ordo Templi Orientis. De 'Magi' van Aleister Crowley en de Orde van de Gouden Dageraad lijkt eveneens niet al teveel hoge kennis van enig belang te herbergen. Dat wil niet zeggen dat we deze orden op dat vlak zouden moeten onderschatten of desnoods 'minachten', want de werken van bijvoorbeeld Crowley zelf blijven interessant en zijn eveneens goede inzichtslessen te noemen.
 
Ook de eerder genoemde New Age movement, die we inderdaad als een 'pseudo-occulte' stroming kunnen bestempelen, geeft ons weinig openbaringen. Ook al lijkt dit vaak wél het geval en staat ze als een 'onthullende' stroming praktisch als 'gouden haantje van de kerktoren' vooraan; het is een stroming die meer verhuld dan dat ze onthuld. Niet omdat ze 'grote kennis' te verbergen heeft, maar om doormiddel van het verdraaien van mythologie, religie en eigen interpretaties van oude oosterse kennis, veel geld weet te verdienen en een ieder te willen verenigen onder een 'Nieuwe Wereld' waarbij de 'aarde' één zal zijn en de mens in feite haar 'goden' laat vergeten. Naar de mening van deze website, handelt de New Age movement vaak ook op zeer onverantwoordelijke wijze als het over channeling gaat, 'kristal-therapie' of zogenaamde 'groepsmeditaties'. Deze website noemt veel van wat de New Age movement uitdraagt 'Mambo Jambo' en onverantwoordelijk 'gespeel' met de menselijke psyche. In feite spreken we hier over pseudo-spiritualisme, vaak verdraaid en vervormd naar de inzichten van welvarende New Age goeroes. De New Age movement is dan ook niet voor niets een movement waar zeer veel geld in omgaat en kent een belangrijke functie om tot een Nieuwe Wereld Orde te komen. Ze probeert de mensheid in één 'lijn' te stellen en neemt hiervoor alles binnen één soort filosofie op en vernietigt op die manier zelfs datgene wat wij nog kunnen kenmerken als 'cultuurgoed' of oeroude uitheemse traditionele gebruiken. Voor iedereen wat anders, onder hetzelfde filosofische 'uitgangspunt'. Veel reservaten van bijvoorbeeld Indianen zijn doordrenkt met New Age filosofieën. Een aantal mensen binnen deze reservaten, die daarbij ook ietsje slimmer zijn, geven een duidelijke afkeer te kennen als het hier om gaat.
 
Toch kan New Age voor verschillende levensvragen een goed antwoord bieden en bepaalde inzichten enigszins vergroten. Ook hier geldt dat niet alles wat new age is, ook maar meteen 'onzin' is te noemen. Het is natuurlijk aan een ieder van u om datgene er tussen uit te pikken wat voor uw eigen ideeën helpt. Maar het is ook aan u om datgene er tussen uit te pikken dat zeer zeker te verwerpen is als de grootste onzin. Deze website verteld u daarom niet wat u wel of niet zou moeten lezen, denken of verwerpen. Dit is iets dat aan uzelf is. Maar zo krachtig als de new age movement vandaag is, en zo krachtig als er vandaag de dag door deze stroming op propagandistische wijze leugens als 'waarheden' naar buiten worden gegooid, mag er best het een en ander aan tegengas worden gegeven. Andere hieraan gerelateerde stromingen zijn eveneens de zogenaamde 'moderne heksencovens' zoals de Wicca en verschillende Neo-Paganistische groepen. Ook hier vinden we zeer weinig verborgen kennis terug en deze stromingen zijn daarom op dat vlak ook niet echt belangrijk te noemen. De echte geheime genootschappen of broederschappen die belangrijke functies hebben in het besturen van deze maatschappij, bezitten weldegelijk een zeer hoge kennis die men versluierd weergeeft in werken die enigszins bekend zijn bij het publiek. Natuurlijk streven dit soort echte geheime genootschappen ook naar een 'wereldbroederschap' en dus naar een 'wereldnatie'. Maar het verschil tussen New Age groepen en echte belangrijke genootschappen die een autoritaire functie binnen onze maatschappij vertegenwoordigen, is dat de laatsten in ieder geval belangrijke verborgen kennis bezitten die grotendeels streng in de eigen archieven blijft opgeborgen. Verborgen kennis uit ons verre verleden, die indirect een belangrijke betrekking hebben op onze toekomst. Het is daarom het doel van deze website, om de lezers te richten op deze kennis. Maar ook op de wijsheid die hiermee gepaard gaat. Deze website is niet per definitie tegen de vrijmetselarij gericht, of tegen welke andere esoterische stroming, maar wil juist aan dergelijke vrijmetselaarspublicaties enig inzicht onttrekken. Want het 'hoe en waarom' is voor veel mensen niet echt duidelijk te noemen als het gaat om de reden voor het stichten van 1 wereldnatie. We horen via de new age movement teveel opgeklopte 'positiviteit' als het hierom gaat, en vanuit andere kringen (waaronder de religieuze) horen we teveel opgeklopte negativiteit. Is het slecht dat er een wereldnatie gesticht zou worden? Nee, niet per definitie. Maar kunnen de redenen of de motieven voor het stichten van een wereldnatie 'slecht' zijn? Jazeker, is het antwoord. Het is daarom goed om de motieven te onderzoeken en daarom ook dergelijke hoge kennis met een genuanceerde visie te kunnen inzien.
 
 
Geheimplicht
 
En dan komen we bij een tweede punt waar we rekening mee zouden moeten houden voor enig onderzoek, en dat is dat echte hoge broederschappen of genootschappen vanaf de laagste tot de hoogste graad, niet voor niets een zwijgplicht hebben als het om hun geheimen gaat. Dit zouden we zeer serieus moeten nemen in plaats van dit soort broederschappen meteen maar af te doen als weinig zeggende 'mannenclubs' die zouden zijn opgericht omdat de elite zichzelf verveeld, of door deze clubs maar meteen af te doen als 'duivelse sekten' die met een 'valse leer' vooral tegen de mensheid zelf ageren. Ook is het niet zo, dat deze broederschappen in feite een soort interessantdoenerij nastreven en lekker geheimzinnig willen doen. Er heersen strikte regels hiervoor, en dit is niet voor niets het geval. Deze zwijgplicht is ten eerste noodzakelijk omdat het ook te maken heeft met het hele bestaan van een functionerende maatschappij. Zonder piramide-model met hoge kennis in de gedeelde 'top' kan een maatschappij niet functioneren. Een maatschappij kan eveneens niet functioneren zonder haar leiders. Maar er zijn meer redenen te bedenken;
 
Het is aannemelijk dat men bepaalde zaken geheim houd vanuit een grote verantwoordelijkheid. Dit is ook logisch te noemen wanneer we meer van datgene gaan begrijpen wát zij zoal voor informatie geheim lijken te houden. Dit soort broederschappen zijn de mensheid altijd een flink aantal stappen op voor. Zij zijn daar ook geschikt voor (en anderen zijn natuurlijk verwerpelijk in onze ogen). Maar ook moeten we er daarom vanuitgaan dat het bewaken van hoge geheime kennis niet altijd maar te maken heeft met het 'dom' houden van de mensheid, want zij zijn tevens degenen die de mensheid vooruit stuwen. Dit kan dus positief zijn of in onze ogen negatief. Maar dat er ook machtige groepen bestaan die weldegelijk zo'n negatief doel nastreven, waartegen dit alles beschermd zou moeten worden, is een denkbeeld dat net zo belangrijk is. Niet iedere vrijmetselende club is hetzelfde van aard. Toch zitten de hoge broeders bij elkaar ingeweven, zoals we zouden kunnen denken aan netwerken binnen netwerken. Niet als 1 broederschap die binnen 1 enkel netwerk de andere onderdrukt (naar het bekende piramide-model) terwijl de onderste lagen er niets of weinig vanaf weten (dit fenomeen bestaat zeer zeker), maar eerder in de zin van infiltratie bij elkaar. Dat enorm hoge groepen proberen om alles onder de eigen macht te schuiven, en hierbij het piramide-model voor ogen hebben lijkt natuurlijk aannemelijk. Maar welke hoge groep heeft dit eigenlijk niet? Zo'n vraag is zeer zeker relevant te noemen.
 
Zoals gezegd, lijkt het zeer aannemelijk dat niet iedere broederschap of genootschap er kwade bedoelingen op na houdt. Dat betekent niet dat er bij dat soort broederschappen geen bloed aan hun handen zou kleven, want waar gehakt wordt vallen spaanders. Maar ook kan het achter houden van enorme kennis en informatie inderdaad voortkomen vanuit het pure streven naar de opperste macht met daarbij dus kwade bedoelingen. Alles kan dus. Macht is natuurlijk niet per definitie een 'vies' woord te noemen. Want er bestaat ook nog zoiets als 'machtsmisbruik'. Men kan streven naar 'macht' vanwege zijn eigen belangen zonder daarbij echt iets op te hebben met anderen. Hier komt machtsmisbruik natuurlijk zeer snel om de hoek kijken. Dan kan hoge kennis van geheel andere wetenschappen inderdaad 'geheim' worden gehouden voor enkel het eigen belang. Maar ook kan men 'geheimen' over geheel andere wetenschappen bewaren vanuit een enorme verantwoordelijkheid. Een verantwoordelijkheid die ten eerste is gebaseerd op de logica, dat niet iedereen met dergelijke kennis kan omspringen zonder een ander bewust of juist onbewust schade toe te brengen. Voor iedere openbaring van een stukje 'geheime kennis' staat een eigen tijdstip. Niet eerder dus. Dit benadrukt men eveneens in de hoge Theosofie. Vanuit zo'n perspectief heeft het dus ook te maken met ongeziene bescherming.
 
Dan is er een derde punt waar we rekening mee dienen te houden; dat niet iedere broederschap of ieder genootschap in deze wereld met een benaming aan het publiek bekend hoeft te zijn. De mening van deze site is dat dit soort onbekende broederschappen, zoniet zeer hoge genootschappen bestaan. Andere genootschappen of broederschappen zouden uit naam van dergelijke zeer onbekende 'meesters' kunnen werken. Het lijkt zeer logisch dat lang niet iedere broederschap of ieder genootschap dat in deze wereld een geheime (regerende) functie heeft, onder een bepaalde benaming bekend is. In verschillende werken, waaronder die van het Theosofisch genootschap, word hier duidelijk over gesproken. En het stopt natuurlijk niet enkel maar bij de vrijmetselarij, de rozenkruisers of het Theosofisch genootschap. Toch kunnen wij enkel maar die werken, die zo nu en dan in oude boekwinkels liggen te verstoffen, of die we enigszins op het internet in kunnen inzien, bestuderen en dus ook citeren. En dit geld eveneens voor de 'plotters' die er veel vooroordelen op na houden. Ook zij kunnen enkel maar uit die werken citeren die beschikbaar zijn. De werken zelf, hebben niets te maken met het 'goede of het kwade'. Niets wijst hierop. Dit laatste is enkel pas zo te noemen wanneer men het beoordelen zou vanuit een moreel of emotioneel standpunt. En zo'n standpunt is voor iedereen verschillend. Hoge kennis heeft niets te maken met 'goed' of met 'kwaad'; hoge kennis kan hier wel toe worden aangewend. Men kan binnen een broederschap of genootschap overigens zeker kwaadwillend zijn. Maar de informatie waarvan zij op de hoogte zijn, dat is waar het om gaat. Want waarheid is wat zij kennen (en die zij eveneens binnen hun graden in versluierde vorm doorgeven!).
 
 
Theosofie, Vrijmetselarij en het bewust misbruiken van citaten door de anti-vrijmetselarij
 
Te vaak worden er uitspraken geciteerd uit de literatuur van het Theosofisch genootschap of welke van de Vrijmetselarij afkomstig zijn. Vervolgens worden deze citaten gebruikt om aan te tonen dat deze genootschappen of broederschappen de 'duivel' aanhangen. Dit soort interpretaties komen in de eerste plaats uit een orthodox religieus perspectief. Er bestaan groepen die de vrijmetselarij zo enorm haten, dat ze er alles aan doen om broederschappen in een duister daglicht te zetten. Met  de vrijmetselaars-citaten die over het internet zwerven is het absoluut niet  te bewijzen  dat dergelijke broederschappen het kwaad vertegenwoordigen. Deze site is van mening dat dit soort verhalen over het algemeen zeer simplistisch van aard zijn, want teveel van dit soort beweringen zijn gebaseerd op citaten die uit hun context getrokken zijn, of wanneer deze gewoon in het verhaal terug worden geplaatst, eigenlijk iets heel anders vertellen dan wat de doorsnee fundamentalist ervan maakt. En dit is zeer duidelijk en gemakkelijk aantoonbaar. Het is zelfs iets dat door iedereen gemakkelijk is te controleren. Te vaak zien we dat men zo'n citaat met veel bombarie naar voren brengt, maar dat men feitelijk niet begrijpt hoe het gelezen moet worden. Natuurlijk bestaan er zaken die zeer bizar zijn, maar we kunnen het niet afleiden door een aantal uit de context getrokken citaten en vooral verkeerd uitgelegde symboliek. Vaak word de befaamde 'Church of Satan' die in de jaren '60 werd gesticht door Anton LaVey, aan deze theorieën gekoppeld, terwijl deze Church of Satan zeer weinig invloed heeft als het gaat om beslissingen die in deze maatschappij genomen worden. Deze site heeft echter heel erg weinig met dit soort 'occulte' stromingen, omdat deze stromingen weinig geheimen lijken te herbergen. Deze site (zonder haar vaste bezoekers hierbij te betrekken) is eerder 'Theosofisch' van aard. Waarom Theosofisch zult u zich afvragen; welnu, het idee dat Helena Petrovna Blavatsky niet de eerste de beste was - en zeker geen 'bedriegster' - is iets dat na enige goede studie op dit onderwerp, niet valt te ontkennen. Ook het feit dat zeer hoge intellectuelen deel uitmaakten van het Theosofisch Genootschap is aanleiding voor deze site om aan te nemen dat wat zij destijds uitdroegen geen 'onzin' is te noemen.
 
                                             Leest u verder op het vervolg van deze pagina.
 
 
 
 
 
 
reacties 118 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 5290

Mag ik je kaartje?

Kletskoek deel 4
| 26 November 2011 | 22:09:09
Deze rubriek is nieuw aangemaakt.
 
Wilt u  iets kwijt dat eigenlijk niet thuishoort bij de direkte inhoud van dit forum dan kunt u kiezen tussen deze rubriek of de shoutbox. (let wel, echte rommel zal onmiddellijk verwijderd worden, niemand zit hier  te wachten op Chinese klokjes of nep viagra etc.).
 
Eveneens is het niet de bedoeling om deze rubriek te gebruiken voor het belachelijk maken van andere mensen, het schrijven van berichten met een seksuele lading of het plaatsen van opmerkingen die beledigend van aard zijn. Tevens is het ook niet gewenst om van deze rubriek een soort tweede 'Geen Stijl.nl' te maken of een alternatief voor het FoK-FoRuM. Berichten van zulke aard zullen verwijderd worden. Hou het netjes voor uw ditjes en datjes.
 
Met vriendelijke groeten,
 
Hades & Hermes.
 
reacties 186 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1888


1 Over de grenzen van wetenschap
| 23 Oktober 2011 | 17:26:01
OVER DE GRENZEN VAN WETENSCHAP
 
 
Herziene en herschreven versie van de 2 artikelen genaamd 'Reflectie op wetenschap' hier eveneens online te lezen.
 
Auteur: Daedalus
 
Van oudsher richt de wetenschap zich bij het onderzoek van de natuur op het fysiek waarneembare. In allerlei opzichten is dat een nuttige en begrijpelijke aanpak: het fysiek waarneembare kan immers min of meer objectief en vrij van speculaties bestudeerd en gemeten worden. Op grond van deze aanpak kon de wetenschap systematisch allerlei modellen en theorieën opstellen die een steeds nauwkeuriger omschrijving geven van de waargenomen natuur. Vervolgens konden op basis van deze modellen dan weer tal van succesvolle technische toepassingen bedacht worden – en met de komst van almaar geavanceerdere computers, smartphones, MRI-scanners enzovoorts, lijkt het bewijs geleverd dat de wetenschap de juiste weg is ingeslagen. Steeds meer wetenschappers lijken naast de voordelen echter ook de beperkingen in te zien van deze traditionele wetenschappelijke aanpak. Volgens hen is het niet zozeer de vraag of de wetenschappelijke methode ‘nuttig’ is, maar of de verklaringen overeenstemmen met de werkelijkheid. Dat laatste is nog niet zo zeker, omdat er buiten het waarneembare gebied immers ook nog allerlei relevante zaken zouden kunnen bestaan die wel een grote rol spelen, maar die niet gemeten kunnen worden door wetenschappers. De traditionele wetenschap wil zich echter niet op dergelijk ‘glad ijs’ begeven en daarom beperken de verklaringen zich hoofdzakelijk tot het waarneembare. Het lijkt daardoor soms bijna een vaste gedachte binnen de Westerse wereld dat iets niet bestaat wanneer het niet gemeten of waargenomen kan worden. Deze sceptische houding is volgens veel wetenschappers noodzakelijk om niet te vervallen in speculaties, maar de prijs voor die houding zou kunnen zijn dat er daardoor slechts een behoorlijk beperkt en verdraaid wereldbeeld overblijft. Steeds meer serieuze wetenschappers lijken tot de conclusie te komen dat veel wetenschappelijke theorieën inderdaad te kort schieten omdat ze de natuur enkel in termen van het fysiek waarneembare verklaren. Volgens hen wijst bijvoorbeeld juist datgene wat gemeten en waargenomen kan worden op de invloed van factoren die buiten het waarneembare gebied liggen.
 
In reactie op deze kritische bevindingen worden er zowel van binnen als van buiten de wetenschap allerlei interessante zienswijzen aangedragen die vaak de huidige grenzen van de wetenschap overstijgen. Een fascinerend aspect daarbij is dat een deel van die moderne inzichten in meer of mindere mate overeen lijkt te komen met eeuwenoude ideeën zoals die bijvoorbeeld in de theosofie gevonden kunnen worden. Over het algemeen worden dergelijke oude ideeën al snel afgedaan als onzinnige en achterhaalde speculaties, maar naar mijn inschatting is dat niet terecht. Voor zover ik het kan inschatten wordt er door deze oude inzichten namelijk juist een waardevol en concreet model aangereikt waarmee er vanuit een ander denkkader naar de natuur en de wetenschap gekeken zou kunnen worden. Vanuit dat oogpunt heb ik deze tekst geschreven: voornamelijk dus om in grote lijnen een alternatief beeld te schetsen van de wetenschap ‘zoals het misschien wel eens zou kunnen zijn’. Verreweg de meeste ideeën in deze tekst komen voort uit andere bronnen (zie daarvoor de bronnenlijst); het enige wat ik feitelijk heb gedaan is het op elkaar afstemmen en rangschikken van de ideeën zodat ze min of meer een geheel vormen.
 
 
I. DE EVOLUTIETHEORIE
 
De Darwinistische evolutietheorie wordt algemeen beschouwd als één van de meest succesvolle wetenschappelijke theorieën. Toch is er door de jaren heen ook veel kritiek gekomen op bepaalde aspecten van de evolutietheorie, maar van een open discussie over de sterke en minder sterke punten van deze theorie lijkt nooit echt sprake te zijn geweest. Waarschijnlijk kan de verklaring daarvoor gevonden worden in een van oudsher gevoelig punt: de relatie tussen religie en wetenschap. Lange tijd waren die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar pas vanaf het moment dat ze zich definitief van elkaar begonnen af te scheiden, kwam de wetenschap tot haar grote bloei. Dogma’s werden verlaten en via de wetenschappelijke methode werd een nieuwe en vruchtbare poging gedaan om de wereld te begrijpen. Belangrijk voor de scheiding tussen kerk en wetenschap was dat de wetenschap het idee van een schepper liet vallen. Met name de evolutietheorie heeft hierin een beslissende rol gespeeld: het ontstaan van leven was nu immers te verklaren op basis van een geleidelijk en toevallig ontwikkelingsproces en het geloof in een schepper was hiermee overbodig geworden. Het feit dat de wereld verklaard kan worden zonder de toevlucht te zoeken tot religieuze vooronderstellingen wordt beschouwd als één van de grootste verworvenheden van de wetenschap. Kritiek op de evolutietheorie komt echter nog steeds voornamelijk uit de religieuze hoek en dat maakt dat een open discussie over dit onderwerp nauwelijks mogelijk is. Voor aanhangers van de evolutietheorie is het namelijk moeilijk om serieus in te gaan op mogelijke gebreken van de theorie, want die zwakke punten worden door de critici uit de religieuze hoek direct aangegrepen als bewijs voor het bestaan van een schepper. Het lijkt soms alsof het bestaan van een schepper het enige alternatief zou zijn voor de evolutietheorie en dan is het misschien ook niet zo verwonderlijk dat er van een open discussie nauwelijks sprake is. Het gevolg daarvan is echter dat de evolutietheorie nu voornamelijk wordt gepresenteerd als een onomstotelijk bewezen theorie, terwijl er toch genoeg redenen lijken te zijn om te twijfelen aan bepaalde aspecten van de evolutietheorie.
 
Volgens de gangbare evolutietheorie zijn de oorsprong en evolutie van het leven het resultaat van willekeurige chemische processen. De eerste levende organismen zouden een paar miljard jaar geleden zijn ontstaan in een levenloze chaos die de oersoep wordt genoemd. Door toeval kwamen de juiste moleculen bij elkaar en ontstond er plotseling een zeer complex molecuul dat zichzelf kon voortplanten en een levend wezen vormde. Uit deze oervorm zou zich vervolgens door willekeurige genetische mutaties een steeds grotere complexiteit en verscheidenheid aan soorten hebben ontwikkeld, waarbij de minst aangepaste variaties door natuurlijke selectie van het toneel zijn verdwenen. De kans op het via toeval ontstaan van een molecuul dat zichzelf kan reproduceren is volgens vele wiskundige kansberekeningen echter vrijwel onmogelijk klein – of ‘absurd klein’, zoals een aantal wetenschappers en wiskundigen zegt. De eigenschappen waaraan een zelf-reproducerend molecuul zou moeten voldoen, lijken veel te complex om plotseling door toeval bij elkaar te komen. ‘Zeer onwaarschijnlijk’ is volgens veel aanhangers van de evolutietheorie echter niet hetzelfde als ‘onmogelijk’.
 
Naast het ontstaan van leven vormt ook het ontstaan van uiterst complexe structuren zoals hersenen, vleugels, veren, ogen enzovoorts, een problematisch punt voor de gangbare evolutietheorie. Deze structuren zouden geleidelijk zijn ontstaan door willekeurige en ongerichte mutaties, maar om bijvoorbeeld een functionerende vleugel te krijgen is een zeer lange reeks nuttige mutaties nodig in precies de juiste volgorde. Bovendien moeten al de tussenliggende stapjes in deze lange reeks een overlevings-voordeel opleveren, omdat de soort anders door natuurlijke selectie weinig kans maakt. Het probleem is echter dat er halverwege een dergelijke reeks bijvoorbeeld dieren moeten hebben bestaan met schubben die niet goed meer werkten en veren die nog maar half ontwikkeld waren, of dieren zonder goede kieuwen maar ook nog geen goede longen. Het lijkt niet erg waarschijnlijk dat zo’n dier enig overlevings-voordeel zou hebben ten opzichte van concurrenten. Zo zijn er nog tal van voorbeelden te verzinnen van processen die geen enkel voordeel lijken op te leveren wanneer ze maar half compleet zouden zijn. Afzonderlijke onderdelen van hersenprocessen, spijsverteringsprocessen, ogen, vleugels en gifspuwende klieren werken bijvoorbeeld alleen wanneer ze tegelijkertijd zijn afgestemd op de andere onderdelen van het systeem, maar de kans op het tegelijkertijd door toevallige mutaties bij elkaar komen van deze onderdelen lijkt niet erg waarschijnlijk. Toch hebben vleugels zich bijvoorbeeld vier keer onafhankelijk van elkaar ontwikkeld: bij vogels, insecten, vleermuizen en vliegende reptielen. Het oog zou zich volgens schattingen zelfs veertig keer onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld. Het is dan ook met name de grote schaal waarop al deze uiterst complexe evolutionaire veranderingen hebben plaatsgevonden, waardoor het onwaarschijnlijk lijkt dat hier slechts een proces van toevallige mutaties aan ten grondslag ligt.
 
Toch vormt het geloof in lange reeksen van dit soort toevallige DNA-veranderingen de basis van de evolutietheorie. Mutaties gooien echter meestal de genen door de war of maken een stukje van de genen onbruikbaar. DNA kan voorgesteld worden als een lange tekst waarin de woorden zorgvuldig zijn gekozen om een bepaald idee uit te drukken. Bij een mutatie wordt een willekeurige DNA base (vergelijkbaar met een ‘letter’) vervangen of worden één of meer willekeurige basen toegevoegd of verwijderd, waardoor de DNA-code (de ‘tekst’) niet meer goed leesbaar is. Op deze manier zorgen mutaties voor een verlies aan informatie, omdat een goed werkend systeem plotseling wordt aangepast waardoor de functionaliteit achteruit gaat. Er zijn eigenlijk geen mutaties bekend waarbij er compleet nieuwe en zinvolle genetische informatie werd gevormd. Experimenteel gestimuleerde genetische mutaties bij snel reproducerende fruitvliegjes hebben bijvoorbeeld hooguit minder levensvatbare vliegjes opgeleverd: vliegjes zonder vleugels, vliegjes met extra poten, vliegjes met antennes op de verkeerde plek enzovoorts. Na duizenden generaties bleven fruitvliegjes echter nog steeds fruitvliegjes. Bij al deze mutaties is er geen nieuwe informatie toegevoegd, maar is de bestaande geneninformatie slechts door de war gehaald, gekopieerd of onleesbaar geworden, waardoor bijvoorbeeld poten op de verkeerde plaats terecht kwamen of vleugels niet meer werden aangelegd. Het lijkt dus niet zo vanzelfsprekend dat er door foutieve delingen in DNA op de één of andere manier nieuwe en zinvolle informatie gevormd zou kunnen worden. Verreweg de meest mutaties zijn juist in meer of mindere mate schadelijk voor het organisme en er bestaan dan ook allerlei beschermingsmechanismen die ervoor zorgen dat er zo min mogelijk mutaties plaatsvinden. Naar schatting één op de miljoen mutaties zou in potentie op de korte termijn een voordelig effect kunnen hebben en de evolutietheorie is gebouwd op het geloof in lange reeksen van dit soort nuttige mutaties. Bij nadere beschouwing blijken die ‘nuttige mutaties’ echter voor zover bekend geen nieuwe genetische informatie te creëren. Het zijn in zekere zin degeneratieve mutaties, die weliswaar een nieuwe eigenschap aan het licht kunnen brengen, maar die dat niet doen door toevoeging van nieuwe genetische informatie.
 
Het blijkt bijvoorbeeld dat alle kleine hondenrassen beschikken over een gemuteerd gen dat normaal gesproken de productie van groeihormoon reguleert. Deze mutatie zorgt ervoor dat het gen niet meer naar behoren functioneert en daardoor blijven de hondjes klein. Dit is weliswaar een evolutionair proces – er ontstaat immers variatie waarop natuurlijke selectie kan plaatsvinden, of waarop gefokt kan worden –, maar het is degeneratief: het vindt als het ware in een neerwaartse trend plaats en het proces wordt begrensd door de beschikbare genenpoel van de soort. De variatie binnen de grondsoort ontstaat op deze manier niet door nieuwe genetische informatie, maar door het uitschakelen van bepaalde genen. Natuurlijke selectie op grond van dit soort degeneratieve processen komt in de natuur op grote schaal voor en er zijn tal van voorbeelden van te geven. Vissen in grotten zonder licht hadden bijvoorbeeld voordeel bij mutaties waardoor hun ogen niet meer aangelegd werden, en niet-vliegende aalscholvers op de Galapagos-eilanden hadden voordeel bij mutaties waardoor hun vleugels minder groot groeiden: ze hadden geen natuurlijke vijanden en ze konden simpelweg van de rotsen in zee duiken om vis te vangen. Dit soort degeneratieve processen lijkt echter nog ver af te staan van processen waarbij er door lange reeksen van zinvolle informatie-toevoegende mutaties totaal nieuwe eigenschappen en nieuwe soorten ontstaan.
 
Aanhangers van de evolutietheorie wijzen vaak op de grote hoeveelheid tijd die beschikbaar is geweest voor dit soort geleidelijke evolutionaire ontwikkelingen. Er is een rotsvast geloof dat alles mogelijk is door blind toeval, mits er maar genoeg tijd is. In het licht van de bovenstaande bezwaren lijkt het echter steeds moeilijker om deze overtuiging nog geloofwaardig te verdedigen. In de tijd van Darwin was dat misschien nog wat makkelijker, omdat het algemene idee toen was dat een cel een relatief eenvoudige structuur zou hebben. Keer op keer kwam de wetenschap echter tot de ontdekking dat organisch leven nog complexer in elkaar zit dan altijd werd aangenomen. Het beeld dat de wetenschap nu bijvoorbeeld heeft van een cel is dat van een geautomatiseerde fabriek op micro-niveau, samengesteld uit duizend-miljard atomen waartussen zich onnoemelijk veel processen tegelijkertijd afspelen, veel gecompliceerder dan welke door de mens gebouwde machine ook, die in een voortdurende – bijna intelligentie – interactie staat met de omgeving en die zich bovendien in een paar uur tijd compleet kan reproduceren. Het is met name die ongeëvenaarde complexiteit en diversiteit van organismen die bij veel wetenschappers steeds grotere vraagtekens oproept omtrent het idee dat blind toeval een afdoende verklaring zou vormen voor de ontwikkeling van leven.
 
Bovendien laten ook de fossiele vondsten een ander beeld zien van de evolutie. In het algemeen zou gezegd kunnen worden dat de tot nu toe beschikbare fossiele gegevens eigenlijk voornamelijk in tegenspraak zijn met het Darwinistische idee van een zich geleidelijk vertakkende evolutionaire boom. Het lijkt eerder alsof soorten gedurende hun bestaansperiode nauwelijks veranderen en alsof nieuwe soorten plotseling ontstaan, zonder dat er enige aanwijzing is voor een ontwikkeling van soorten via allerlei tussenvormen. Van paarden en beren wordt bijvoorbeeld verondersteld dat ze van een gemeenschappelijke voorouder afstammen, maar er is geen fossiel bewijs van een voorouder die deels beer deels paard was. Ook voor de evolutie van insecten uit andere vormen ontbreekt alle bewijs vanuit de aardlagen. Tussenvormen van insecten ontbreken volledig en ze duiken op in de aardlagen als volledig ontwikkelde dieren. Vliegende insecten worden bijvoorbeeld alleen gevonden met volledig ontwikkelde vleugels. Op deze manier zou de lijst van ontbrekende schakels nog verder uitgebreid kunnen worden met tal van andere voorbeelden. Een in de jaren ’70 ontwikkelde ondertheorie van de evolutietheorie – ‘punctuated equilibrium’ – verklaart dit probleem van de missende schakels als volgt: soorten kennen gedurende lange tijd geen of nauwelijks evolutionaire verandering (een evenwicht of equilibrium), en dan treden er gedurende geologisch korte tijd relatief grote veranderingen op (een onderbreking of punctuation). Met deze theorie lijken de twijfels omtrent het bestaan van lange reeksen informatie-toevoegde mutaties echter alleen maar groter te worden, want deze onwaarschijnlijke reeksen zouden nu in een relatief kort tijdsbestek voor grote sprongen in de evolutie moeten hebben gezorgd. Een deel van de wetenschappers kiest er dan ook voor om achter het idee van een geleidelijke ontwikkeling van soorten te blijven staan, ondanks de geologische vondsten die eerder op het tegendeel wijzen.
 
Ook voor de evolutie van de mens lijkt overtuigend bewijs van een gemeenschappelijke voorouder die deels aap, deels mens was te ontbreken. De fossiele overblijfselen van deze ‘aapmensen’ zijn vaak twijfelachtig omdat ze gereconstrueerd zijn op basis van enkele kleine botfragmenten die veel ruimte overlaten voor interpretatie en fantasie. Veel van deze theorieën moesten later weer herzien worden omdat achteraf bijvoorbeeld bleek dat de botfragmenten niet van aapmensen afkomstig waren, maar dat ze volledig aapachtig of mensachtig waren. Daarnaast is van een aantal reconstructies gebleken dat ze een vervalsing waren, zoals een aapmens die werd gereconstrueerd op basis van wat later een varkenstand bleek te zijn. Toch wordt het overgangsplaatje van de ‘aap-tot-mens evolutie’ met grote zekerheid gepubliceerd, alsof het onomstotelijke bewijsmateriaal daarvoor is geleverd. Gezien het beschikbare bewijsmateriaal lijkt dat echter op zijn minst discutabel en bovendien zou daarbij ook nog bedacht kunnen worden dat de wetenschap nooit objectief in de aardlagen heeft gezocht om op basis van wat daar gevonden werd tot de conclusie te komen dat de mens voortkomt uit de aap. Het was eigenlijk andersom: wetenschappers geloofden bij voorbaat dat Darwins theorie over de menselijke afstamming waar was, en ze zijn vervolgens 150 jaar lang in de aardlagen op zoek gegaan naar de bewijzen daarvan. Op basis van al deze vraagtekens bij de evolutietheorie lijkt er in ieder geval genoeg aanleiding te zijn om de evolutietheorie niet als een onomstotelijk bewezen theorie te zien. Bepaalde aspecten van deze theorie lijken eerder gebaseerd te zijn op geloof in blind toeval dan op wetenschap.
 

II. BEWUSTZIJN
 
Een echte alomvattende theorie over de oorsprong en ontwikkeling van leven lijkt te vragen om een breder gezichtsveld dat niet alleen de biochemische processen en de biologie omvat, maar dat ook de oorsprong van bewustzijn verklaart. Mogelijkerwijs zou er vanuit dat gezichtsveld dan een alternatief gevonden kunnen worden voor het blinde toeval van de Darwinistische evolutietheorie. Er zijn vele alternatieve en interessante theorieën over dit thema te vinden, maar het directe risico bij een bespreking van dergelijke theorieën zou kunnen zijn dat er al snel een hoog ‘zweefgehalte’ wordt bereikt, en dat is nu juist niet de bedoeling. Toch denk ik dat er bij de constructie van een logisch en begrijpelijk model uiteindelijk niet te ontkomen valt aan het toekennen van een centrale plaats aan bewustzijn. Deze tekst is daarom geschreven als een korte vogelvlucht langs de belangrijkste wetenschappelijke theorieën, met daarbij ook ruimte voor enkele waardevolle alternatieve zienswijzen. Het is naar mijn inschatting namelijk juist uit de totale samenhang tussen al deze onderwerpen dat zich uiteindelijk een beeld zou kunnen ontvouwen waarin bewustzijn een meer centrale rol krijgt toebedeeld – centraler dan in de traditionele wetenschappelijke opvatting.
 
Het wetenschappelijke materialisme heeft het bewustzijn van oudsher gereduceerd tot een bijproduct van fysische processen in het brein. Alleen materie heeft volgens het materialisme immers een bestaan in de werkelijkheid. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw is er langzamerhand een stroming wat meer in de belangstelling komen te staan waarin gesteld werd dat die reductie tot hersenprocessen onmogelijk is. Binnen deze zogenaamde ‘non-reductionistische’ stroming is het uitgangspunt meestal dat materie weliswaar het enige is wat er bestaat, maar dat desondanks het geestelijke aspect niet tot het materiële gereduceerd kan worden. Op de één of andere manier zouden mentale processen dus een grote mate van complexiteit hebben aangenomen waardoor deze processen niet langer te herleiden zijn tot fysische processen in de hersenen. Hoe kan het bijvoorbeeld dat elektrische signaaltjes in onze hersenen begeleid worden door een bewuste ervaring? Het enige wat de traditionele neurowetenschappelijke aanpak in antwoord op deze vraag in feite kan doen, is een omschrijving geven van fysische processen, maar zelfs als we de neurale activiteit tot in het kleinste detail kennen, blijft de vraag waarom neurale activiteit verbonden is met bewuste ervaringen. Dit is een voorbeeld van complexiteit die volgens het non-reductionisme niet meer valt te herleiden tot fysische processen. Op de vraag wat mentale processen dan wel precies zijn, kan deze theorie eigenlijk ook geen adequaat antwoord geven. Als er al een poging daartoe gedaan wordt, dan gebeurt dat meestal in allerlei abstracte beschrijvingen die bij nader inzien niet zo veel verklaren. Veel wetenschappers gaan er daarom liever nog steeds vanuit dat mentale processen uiteindelijk verklaard zullen worden door neurowetenschappelijke verklaringen van hersentoestanden.
 
Het vraagstuk omtrent de verhouding tussen bewustzijn en materie is binnen de wetenschap in ieder geval nog niet zomaar opgelost. Het moeilijke bij dit vraagstuk is misschien dat bewustzijn, hoewel iedereen wel ongeveer lijkt te weten wat ermee wordt bedoeld, bij nadere beschouwing vaak een ongrijpbaar begrip blijft. Als er bijvoorbeeld gekeken wordt naar wat ‘bewustzijn’ ongeveer betekent, dan lijkt zoiets als ‘het gewaarworden van sensaties’ een redelijke beschrijving te vormen. Vervolgens kunnen daar dan allerlei eigenschappen aan toegevoegd worden, maar wat dit proces van ‘gewaarworden’ in diepste wezen inhoudt, valt eigenlijk niet onder woorden te brengen. Als we het wezen van bewustzijn zouden willen doorgronden, dan kunnen we dat immers alleen maar doen vanuit ons bewustzijn zelf. Het is als het ware onmogelijk om een ‘stapje terug’ te doen om het bewustzijn te observeren, omdat dit bewustzijn vooraf lijkt te gaan aan al onze gewaarwordingen en denkprocessen – we zijn dat bewustzijn in essentie juist zelf al. In die zin is misschien het enige wat er van gezegd kan worden dat bewustzijn er gewoon ís als iets uiterst geheimzinnigs, zonder dat daar zomaar de vinger opgelegd kan worden.
 
Vanuit dat oogpunt lijkt het dan enigszins voorbarig om te stellen dat bewustzijn-gerelateerde processen zoals emoties, gedachten, creativiteit, dromen en geheugen volledig zouden ontspringen uit puur materiële processen. De neurowetenschappelijke verklaringsmodellen kunnen deze processen eigenlijk ook niet goed verklaren. Het voornaamste wat tot nu toe bij neurologisch onderzoek duidelijk is geworden, is dat bepaalde delen van de hersenen geactiveerd worden bij bepaalde processen – maar deze correlaties verklaren in principe nog vrij weinig. Als er bijvoorbeeld gekeken worden naar iets relatief eenvoudigs zoals het bewegen van een pink, dan blijkt dat er in een fractie van een seconde voorafgaand aan deze beweging een complexe set neuronen wordt geactiveerd, maar neurowetenschappers kunnen geen goede verklaring geven waarom deze intentie tot activering tot stand komt. Neemt één neuron bijvoorbeeld zelf de ‘beslissing’ om actief te worden en worden daardoor buur-neuronen geactiveerd, of wordt die beslissing genomen door vele neuronen tegelijkertijd, en op grond waarvan komt die ‘beslissing’ dan tot stand? Goede verklaringen vanuit het neurowetenschappelijke model zijn hier eigenlijk niet voor te geven. En dan is het bewegen van een pink misschien nog een relatief eenvoudig proces; voor gedachten, geheugen en creativiteit lijkt de complexiteit immers alleen nog maar verder toe te nemen – en daarbij staan al die processen ook nog eens in een razendsnelle en voortdurende wisselwerking met elkaar.
 
Toch wordt voor al deze processen de verklaring gezocht in bepaalde patronen van breinactiviteit. Het mag dan misschien nog niet bekend zijn hoe die activering precies tot stand komt, men gaat er veelal vanuit dat toekomstig onderzoek daar wel het antwoord op zal vinden. De vraag is echter of die hoop gerechtvaardigd is, omdat er mogelijkerwijs in de verkeerde richting wordt gezocht. De correlatie tussen breinactiviteit en een bepaald bewustzijn-gerelateerd proces wil namelijk nog niet automatisch zeggen dat deze breinactiviteit dan ook de oorzaak van dit proces is. Misschien kan dat duidelijk gemaakt worden aan de hand van een analogie: water stroomt door waterleidingbuizen en bij beschadiging van een waterleiding komt er minder water uit de kraan (een bepaald patroon waaruit een correlatie blijkt); toch kan hieruit niet de conclusie getrokken worden dat een waterleiding het water ‘maakt’ (het is dus geen oorzaak); het enige wat de waterleiding in feite doet, is het geleiden van water. Zoals een waterleidingbuis ‘water’ geleidt, zo zou het brein misschien ‘bewustzijn’ kunnen geleiden. De activering van neuronsystemen zou dan opgevat kunnen worden als de fysieke uiting van een onderliggend principe van bewustzijn.
 
De complexiteit van bewustzijn-gerelateerde processen lijkt in een dergelijke richting te wijzen, maar over het algemeen zien neurowetenschappers dat toch anders. Zij richten zich liever op de chemische processen die via de wetenschappelijke methode bestudeerd kunnen worden. Het toekennen van een werkelijk en primair bestaan aan bewustzijn wordt om die reden dan ook vaak als te speculatief beoordeeld. Het past niet goed binnen de wetenschappelijke benadering, en bovendien: wat is bijvoorbeeld creativiteit zonder een materiële uitingsvorm, of wat zijn gedachten zonder de hersenen, enzovoorts. Deze materialistische uitganspunten lijken ook niet zomaar ter zijde geschoven te kunnen worden. Enerzijds is er dus misschien wat voor te zeggen om bewustzijn als primaire en sturende werkelijkheid te zien, anderzijds lijkt bewustzijn toch ook niet los gezien te kunnen worden van een materiële grondslag.
 
Zo bezien blijft het problematisch om uit te maken welke van de twee – materie of bewustzijn – nu uiteindelijk wel of geen concreet bestaan heeft in de werkelijkheid. Aan de ene kant is er de intuïtie dat bewustzijn een heel apart verschijnsel is dat niet voort lijkt te kunnen komen uit louter fysische hersenprocessen. Bovendien wijst ook de complexiteit van bewustzijn-gerelateerde processen in de richting van een sturend principe. Aan de andere kant lijkt bewustzijn toch ook onlosmakelijk verbonden met de materie: iemand die veel alcohol in zijn bloed heeft gedraagt zich bijvoorbeeld anders dan wanneer hij nuchter is en onze zintuigen hebben fysieke materie nodig om überhaupt iets te kunnen waarnemen. Misschien zou daarom gezegd kunnen worden dat ons bestaan eenvoudigweg gestoeld lijkt te zijn op een concrete en dynamische wisselwerking tussen precies deze twee pijlers. Wanneer bewustzijn echter wordt gezien als een bijproduct van de materie – dat is de zienswijze van de traditionele wetenschap – dan lijkt het moeilijk voor te stellen hoe er nog sprake zou kunnen zijn van een dergelijke dynamische wisselwerking. Bewustzijn lijkt toch op zijn minst concreet in de werkelijkheid te moeten bestaan om de materie wezenlijk te kunnen beïnvloeden. Deze redenering wordt ten dele onderschreven door het non-reductionisme: het uitganspunt van deze stroming is immers dat bewustzijn in ieder geval niet herleid kan worden tot fysische hersenprocessen. Wat bewustzijn dan wel precies zou zijn, blijft echter meestal erg abstract. Bewustzijn zou bijvoorbeeld een eigenschap zijn die boven de materie uitstijgt (maar de vraag blijft wat het dan concreet is?), of het zou een substantie zijn die absoluut van de materie verschilt (hoe zou er dan nog wisselwerking mogelijk zijn?) en zo zijn er nog een aantal vrij abstracte verklaringen.
 
Een meer concreet kader voor het begrijpen van de wisselwerking tussen bewustzijn en materie wordt naar mijn idee aangereikt door een oude zienswijze die bijvoorbeeld in de theosofie naar voren komt. Dat ‘concrete kader’ kan hierbij vrij letterlijk worden opgevat, omdat aan zowel bewustzijn als materie een concrete substantiële natuur wordt toegeschreven. Met ‘substantieel’ wordt dan bedoeld dat er altijd een interne structuur aanwezig zou zijn die voortdurend kan vervormen. Daarbij wordt dan opgemerkt dat deze concrete substanties niet per definitie door de wetenschappelijke meetinstrumenten waargenomen kunnen worden. Integendeel eigenlijk: een groot deel van de ‘substanties’ zou ver buiten ons waarneembare spectrum liggen. De substantiële natuur van het menselijke bewustzijn wordt bijvoorbeeld voorgesteld als vele gradaties ijler dan onze fysieke materie, maar niettemin zou het toch een concreet substantieel bestaan hebben. Alleen op deze manier – dat wil zeggen door een concreet bestaan toe te schrijven aan zowel bewustzijn als materie – lijkt het voor te stellen hoe er van een echte concrete wisselwerking tussen beide sprake zou kunnen zijn.
 
Volgens deze zienswijze is er dus geen fundamenteel verschil tussen bewustzijn en materie: beide delen ze in hun essentie een gemeenschappelijke substantiële natuur. Het menselijke bewustzijn en onze materie worden daarmee opgevat als relatieve graden van dezelfde ‘oersubstantie’, hoewel dat volgens deze zienswijze eigenlijk nog maar de helft van de beschrijving is. Het idee is namelijk dat bewustzijn zich alleen tot uitdrukking kan brengen via deze substantiële grondslag, waardoor de ‘oersubstantie’ omgekeerd dus ook een ‘bewuste’ natuur zou moeten hebben. Alleen wanneer bewustzijn en materie in hun diepste wezen fundamenteel gelijk zijn, kan immers verklaard worden hoe we de kloof tussen beide kunnen overbruggen. Bewustzijn en substantie zijn daarmee als het ware ‘twee maskers’ van dezelfde eenheid. Om die gedachte van een onafscheidelijke essentie enigszins aan te duiden, wordt – bij gebrek aan een geschiktere term – wel eens de term ‘bewustzijn-substantie’ gebruikt. De substantie is dan als het ware het ‘voertuig’ of de ‘uitkristallisatie’ waarmee een achterliggend principe van bewustzijn zich manifesteert. Zo bezien is het dan ook niet mogelijk om het ene te omschrijven als een abstract bijproduct van het andere. Al het bestaan is volgens deze zienswijze immers gevormd uit dezelfde concrete essentie van ‘bewustzijn-substantie’, maar niet per definitie ‘concreet’ in strikt wetenschappelijke zin.
 
Waar men binnen de wetenschap alleen een concreet bestaan wil toekennen aan zaken die binnen het voor de wetenschap waarneembare spectrum liggen, zegt deze alternatieve zienswijze dat er buiten ons fysiek waarneembare spectrum ook nog allerlei concrete zaken zouden bestaan. Ons bestaansniveau wordt daarmee als het ware voorgesteld als één octaaf binnen een oneindig spectrum van energie – en de essentie van deze energie wordt dan omschreven als ‘bewustzijn-substantie’. Sterk versimpeld zou vervolgens gezegd kunnen worden dat de dynamische wisselwerking tussen bewustzijn en substantie wordt voorgesteld als een concrete energie-uitwisseling tussen twee polen van energie: een hogere, meer met bewustzijn verwante pool, en een lagere, meer met substantie verwante pool. Volgens deze zienswijze vormt die – als het ware magnetische – wisselwerking het universele kenmerk van alle vormen van bestaan. Het menselijke bewustzijn en onze materie worden dan bijvoorbeeld omschreven als de twee ‘polen’ van onze ‘octaaf’ binnen een oneindig spectrum van bewustzijn-substantie. Op deze manier zou het bestaansniveau van elke willekeurige entiteit vervolgens omschreven kunnen worden als één octaaf waarbinnen een voortdurende energie-uitwisseling plaatsvindt tussen relatieve graden van bewustzijn en substantie. De hierboven uiteengezette zienswijze loopt min of meer als een rode draad door deze tekst en dit denkkader zal verderop in de tekst dan ook nog verder worden toegelicht. Niettemin blijft het hooguit bij een gebrekkige schets van dit zeer oude idee.
 
Voor nu lijkt het in ieder geval duidelijk dat de beschreven zienswijze in aanzienlijke mate verschilt van het wetenschappelijke materialisme van deze tijd. Misschien wordt dat verschil nog wel het duidelijkst wanneer het gaat om de verklaring voor het fenomeen leven. In de wetenschap wordt leven nog veelal gezien als een bijproduct van de materie, een eigenschap die ontstaat wanneer de materie een bepaald niveau van complexiteit heeft bereikt. Materie zelf is volgens de wetenschap absoluut dood. Hiertegenover staat echter de zienswijze die uitgaat van de waarneming dat er in de natuur nooit sprake is van volledige stilstand. In combinatie met het uitgangspunt dat er aan alles een samenspel tussen relatieve graden van bewustzijn en substantie ten grondslag zou liggen, wordt dan ook wel gezegd dat alles wat bestaat in zekere zin ook leeft. Iedere entiteit is dan in beginsel een levende en bewuste entiteit, maar de graad van gemanifesteerd leven en bewustzijn is uitermate gevarieerd. Zo bezien vormt ook leven een fundamentele eenheid met bewustzijn en substantie.
 
Op grond van het voorgaande zou evolutie nu begrepen kunnen worden als de ontvouwing van bewustzijn en leven. Oorspronkelijk is dat ook de betekenis van evolutie: het betekent ongeveer het ‘ontrollen of ontvouwen van wat al latent aanwezig is’. De natuur gebruikt binnen ons bestaansniveau dan als het ware ‘voertuigen van materie’ om uitdrukking te geven aan een innerlijke essentie van bewustzijn en leven. Evolutie is vanuit dat oogpunt niet langer het gevolg van een reeks willekeurige en toevallige mutaties, maar is eerder het resultaat van de wisselwerking tussen innerlijke impulsen en de omgeving. De wetenschappelijke evolutietheorie geeft in mijn ogen dan ook een behoorlijk beperkte en onvolledige verklaring voor het ontstaan van leven en voor het ontstaan van de mens.
 
reacties 12 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 240


2 Over de grenzen van wetenschap
| 23 Oktober 2011 | 17:25:57
III. GESCHIEDENIS EN AARDWETENSCHAPPEN
 
Op basis van de twijfel over de evolutietheorie is het naar mijn idee niet uit te sluiten dat de prehistorische geschiedenis van de mens anders in elkaar steekt dan wat er nu in de geschiedenisboeken wordt vermeld. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat de mens al veel langer als intelligent wezen op de aarde heeft rondgelopen en dat er verschillende perioden in de verre geschiedenis zijn geweest met een zeer hoog kennisniveau. Met name de wereldwijd voorkomende piramides en andere raadselachtige monumenten lijken hierop te wijzen. Veel van die monumenten laten een diepgaande kennis zien van de bewegingen van de sterren en planeten: vaak vormen ze een zeer nauwkeurige afspiegeling van bepaalde stellaire posities. De constructiemethode van een groot deel van dergelijke monumenten is in principe nog grotendeels onopgehelderd, maar in ieder geval kan vastgesteld worden dat er in een aantal gevallen dermate zware steenblokken zijn gebruikt dat ze met de huidige apparatuur niet of nauwelijks te tillen zouden zijn. Ook de zogenaamde cyclopische muren, die wereldwijd gevonden worden, roepen vragen op over de gebruikte bouwtechniek. Die muren zijn namelijk opgebouwd uit blokken steen met een gewicht van vele tonnen die zo nauw aansluiten dat er vaak geen mes tussen is te krijgen. Wat de bouwstijl extra bijzonder maakt, is dat de blokken meestal veelhoekig van vorm zijn. In Cuzco bestaat er bijvoorbeeld een nauwkeurig passende steen met maarliefst twaalf hoeken. Niet alleen de gehanteerde bouwstijl is een raadsel, ook de datering van de oude monumenten roept vragen op. Volgens de gebruikelijke uitleg zijn de monumenten van relatief recente datum, dat wil zeggen enkele duizenden jaren oud, maar veel onderzoekers van buiten de wetenschappelijke consensus beweren dat dergelijke monumenten wellicht veel ouder zijn. Daarbij wordt dan vaak opgemerkt dat de betrouwbaarheid van de gebruikte dateringsmethoden, zoals C14-koolstofdatering, in feite niet zo groot is.
 
Naast de monumenten en andere opgravingen laten ook de oudste volkslegenden en religieuze geschriften een ander beeld zien van de geschiedenis van de mens, maar vaak worden deze verhalen afgedaan als verzinsels. Toch zijn er bepaalde elementen die zo universeel voorkomen in de volkslegenden dat de vraag gesteld zou kunnen worden of het inderdaad allemaal slechts is gebaseerd op fantasie. Wereldwijd komen in de oude geschriften bijvoorbeeld verhalen naar voren over het bestaan van één of meer volken die grote technische kennis zouden hebben bezeten. Zo wordt in de oudste Indiase geschriften regelmatig gesproken over het bestaan van vliegende machines (vimana’s) en ook in andere culturen zijn verwijzingen gevonden naar het bestaan van de vliegkunst. Deze kennis zou onder meer hebben toebehoord aan het zogenaamde Atlantische volk: een volk dat geleefd zou hebben op een continent dat volgens talrijke legendes ten onder is gegaan na een grote zondvloed. Bij vrijwel alle oude volken verspreid over de aarde worden dergelijke verhalen over een grote zondvloed aangetroffen, met als bekendste voorbeeld waarschijnlijk de vertelling in de Bijbel. Als tastbare aanwijzing zijn er bovendien op een aantal plaatsen in de wereld, bijvoorbeeld voor de kust van Japan bij Okinawa, verzonken steden en monumenten gevonden die mogelijkerwijs deel hebben uitgemaakt van dit oude continent.
 
Het geologische model van de platentektoniek sluit echter uit dat een dergelijk groot continent in zijn geheel zou kunnen verzinken, maar de vraag is of dit model wel correct is. Bij nadere beschouwing blijkt dat de platentektoniek op veel geologische bevindingen eigenlijk geen goed antwoord heeft: volgens het platentektoniekmodel zou er bijvoorbeeld relatief jong gesteente aangetroffen moeten worden op plaatsen waar de aardschollen van elkaar af bewegen, maar dit blijkt in veel gevallen helemaal niet zo te zijn. Er zijn alternatieve modellen die deze onvolkomenheden van de platentektoniek beter kunnen verklaren en die modellen sluiten niet uit dat er weldegelijk krachten bestaan waardoor hele continenten cyclisch kunnen opreizen en wegzinken. Als er uit wordt gegaan van de grondgedachte van deze tekst – het idee dat er aan alles een samenspel tussen relatieve graden van bewustzijn, leven en substantie ten grondslag ligt –, dan zou dit ook gelden voor de aarde. De krachten die haar vormgeven zijn zo bezien dan ook niet strikt willekeurig en daarbij wordt wel gezegd dat de aarde inderdaad bepaalde eigenschappen lijkt te hebben van een groot ‘organisme’.
 
In verband daarmee is met name het onderwerp aardolie interessant en in het bijzonder de oorsprong van aardolie. Het gangbare uitgangspunt is dat aardolie onder grote druk wordt gevormd door de ontbinding van organisch materiaal. In de schaduw van deze theorie heeft echter altijd een andere theorie gestaan: de zogenaamde ‘abiotische theorie’. Die theorie stelt dat aardolie wordt gemaakt door processen diep in de kern van de aarde. De chemische samenstelling van aardolie zou volgens aanhangers van deze abiotische theorie bijvoorbeeld wijzen op een niet-plantaardige oorsprong. Sinds de jaren ‘70 is gewaarschuwd voor een naderend tekort aan fossiele brandstoffen, maar geen van die voorspellingen is tot op heden uitgekomen. Van sommige oliebronnen is juist bekend dat ze in de loop der tijd op een onverklaarbare manier weer zijn aangevuld. Als aardolie inderdaad door de aarde zelf wordt geproduceerd, dan zou dat ten dele kunnen verklaren waarom er nog steeds geen eind lijkt te komen aan de voorraad aardolie. In verband met het eerder genoemde idee dat de aarde bepaalde eigenschappen lijkt te hebben van een groot ‘organisme’, wordt dan soms wel gezegd dat aardolie gezien kan worden als het bloed van de aarde.
 
Het probleem van de opwarming van de aarde sluit nauw aan bij het onderwerp aardolie, omdat de verbranding van aardolie een belangrijke bijdrage zou leveren aan de verandering van het klimaat. Er wordt in de media bijzonder veel aandacht besteed aan de gevolgen die de CO2-uitstoot zou hebben op het klimaat, maar bij nadere beschouwing lijkt het effect van CO2 op de opwarming van de aarde feitelijk zeer gering te zijn. Het klimaat zit ontzettend complex in elkaar en het wordt beïnvloed door zaken waar de wetenschap nog maar zeer beperkte kennis van heeft. De ionosfeer is bijvoorbeeld een laag rond de aarde waar de deeltjes door straling van de zon worden geïoniseerd en de processen die zich daar afspelen lijken een grote – maar veelal onbegrepen – invloed op het klimaat te hebben. Ondanks de complexiteit van het weer zijn er weldegelijk aanwijzingen dat het klimaat voortdurend aan verandering onderhevig is. De vraag is echter of dat primair wordt veroorzaakt door de toegenomen CO2-uitstoot, of dat er wellicht andere factoren aanwezig zijn die een veel grotere rol spelen. Het is in ieder geval duidelijk dat er grote economische belangen zijn verbonden met de aandacht voor CO2. Het bedrijfsleven en de politiek gebruiken dit thema immers veelvuldig om zichzelf via PR (public relations) een positief groen imago aan te meten. Aan dergelijke PR wordt veel geld uitgegeven omdat het voor bedrijven van groot belang is om een positief imago te hebben. Maar tot in hoeverre kunnen de wetenschappelijke bevindingen nog werkelijk objectief genoemd worden wanneer de economische en politieke belangen zo groot zijn? Diezelfde vraag kan trouwens ook gesteld worden bij de eerder genoemde controverse omtrent de oorsprong van aardolie.
 

IV. NATUURKUNDE
 
Van de klimaatproblematiek en de meteorologie is de stap naar de natuurkunde niet al te groot. Hoewel de technische diepgang van de onderwerpen uit de natuurkunde mijn pet vaak ver te boven gaat, zijn dergelijke onderwerpen naar mijn idee toch te belangrijk om simpelweg over te slaan. Er zijn gelukkig genoeg artikelen geschreven die wat eenvoudiger te begrijpen zijn en ik heb getracht datgene uit die artikelen te halen wat van belang lijkt te zijn. In principe zijn er in de moderne natuurkunde twee belangrijke theorieën: de relativiteitstheorie en de kwantummechanica. Het terrein van de macroscopische wereld, de planeten en sterren, wordt omschreven door de relativiteitstheorie; de kwantummechanica beschrijft het gebied van de allerkleinste subatomaire deeltjes. Die kleinste deeltjes worden ingedeeld in twee hoofdfamilies: krachtvoelende fermionen en krachtdragende bosonen. De fermionen worden gezien als de bouwstenen van materie en om vervolgens te verklaren hoe de fundamentele natuurkrachten worden overgedragen tussen de fermionen wordt de kwantumveldentheorie gebruikt. Deze theorie geeft een verklaring voor drie van de in totaal vier fundamentele natuurkrachten: de elektromagnetische en de sterke en zwakke kernkracht. De vierde kracht – de zwaartekracht – kan niet verklaard worden met de kwantumveldentheorie, maar daarover straks nog iets meer. Voor wat betreft de andere drie natuurkrachten is het idee dat de krachten voortkomen uit materiedeeltjes (fermionen) die constant verschillende krachtdragende deeltjes (bosonen) uitzenden en absorberen. Bosonen worden dus voorgesteld als krachtdragende deeltjes die de fundamentele natuurkrachten overdragen aan de krachtvoelende deeltjes. Op die manier zouden de verschillende kwantumvelden ontstaan, zoals het elektromagnetische veld en het zwaartekracht veld. Kort gezegd komt het erop neer dat de fundamentele natuurkrachten worden overgebracht door de krachtdragende deeltjes, die zijn ontstaan ten gevolge van een uitwisseling tussen een krachtvoelend deeltje en het kwantumveld in kwestie.
 
Een belangrijk uitgangspunt binnen de kwantummechanica vormt het idee dat de allerkleinste deeltjes niet beschouwd moeten worden als pure materiedeeltjes, maar als golfpatronen. Deeltjes worden dus niet meer voorgesteld als pure materie, maar als patronen van energie. Anders uitgedrukt: de krachtdragende en krachtvoelende deeltjes worden niet meer beschouwd als kleine biljartballetjes, maar als compacte golfjes in een energieveld, ofwel als aangeslagen toestanden in een kwantumveld. Dergelijke patronen van energie worden golffuncties genoemd en die patronen worden zeer nauwkeurig omschreven door de Schrödinger vergelijking. De oplossing van deze vergelijking, de golffunctie, beschrijft de waarschijnlijkheid om een deeltje in een bepaald deel van de ruimte aan te treffen en daarom heet de golffunctie ook wel een waarschijnlijkheidsgolf. Voor geen enkel punt in de ruimte geldt volgens deze vergelijking dat de kans op het aantreffen van een bepaald deeltje ‘nul’ is. Als nu wordt aangenomen dat deze golffunctie een volledige beschrijving geeft van een kwantumsysteem – en dat is in de wetenschap de gangbare aanname – dan zou ieder deeltje voorafgaand aan een meting in potentie op een oneindig aantal plekken tegelijkertijd aanwezig zijn. Bij een meting zal een deeltje dan in een bepaald punt van de ruimte gevonden worden en de interpretatie is dat de waarschijnlijkheidsgolf op dat moment als het ware ‘instort vanuit een superpositie’, waardoor het deeltje zich in de werkelijkheid lokaliseert.
 
Er bestaat volgens deze interpretatie dus een fundamentele onzekerheid over de exacte locatie en snelheid van een bepaald deeltje. Een elektron heeft volgens deze interpretatie bijvoorbeeld geen vaste plaats, maar zijn positie is eerder een kansboogje dat over de ruimte is uitgesmeerd. Theoretisch kan het elektron dus overal worden gevonden, zelfs in een absoluut vacuüm, maar het meest waarschijnlijk is dat een elektron gewoon in de schil rondom een atoomkern wordt aangetroffen. De fundamentele onzekerheid over de plaats waar een bepaald deeltje in de ruimte zal opduiken geldt echter voor ieder willekeurig deeltje. Ieder deeltje zou dus in theorie overal in de ruimte aangetroffen kunnen worden en daarom is de gedachte dat ieder punt in de ruimte, zelfs een vacuüm met de absolute temperatuur van het nulpunt, is doortrokken van zogenaamde kwantumruis, of kwantumfluctuaties. Overal zouden in theorie allerlei deeltjes opduiken, die echter direct weer opgeheven worden door een corresponderend antideeltje. Deze kwantumfluctuaties worden verklaard door de veronderstelde aanwezigheid van een onderliggend kwantumveld (ook wel kwantumvacuüm) dat zou bestaan uit elektro-magnetische stralingsvelden (nulpuntenergievelden) en kortlevende virtuele deeltjes. Dit onderliggende veld wordt gezien als een alomtegenwoordig medium dat in principe bestaat uit oneindige energie. Het kwantumveld is voor de wetenschap het ultieme bodemniveau van de werkelijkheid, als het ware de zee waar de werkelijkheid op drijft.
 
Misschien is het daarom enigszins vreemd te noemen dat er relatief weinig aandacht wordt besteed aan onderzoek naar dit fundamentele veld. De verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de wetenschap niet zoveel kan met het concept van een onderliggend kwantumveld. Volgens de gangbare theorie wordt ieder deeltje immers direct weer opgeheven door een corresponderend antideeltje. Ook bevindt dit onderzoeksgebied zich in een voor wetenschappers onaantrekkelijke zweverige sfeer, omdat de suggestie van het vrij kunnen maken van oneindige energie veel aandacht heeft getrokken van bijvoorbeeld de New Age beweging. Toch zijn er weldegelijk verschillende verschijnselen die sterk wijzen op het bestaan van een dergelijk onderliggend veld van energie, zoals Bells theorema van non-lokaliteit. Volgens deze theorie van Bell is het gedrag van deeltjes die eerst met elkaar in verbinding staan en dan van elkaar worden verwijderd, niet te verklaren met signalen die net zo snel of langzamer gaan dan de lichtsnelheid. De deeltjes lijken op relatief grote afstand in een directe verbinding met elkaar te staan en daarom wordt het verschijnsel ook wel ‘non-lokaliteit’ of kwantumverstrengeling genoemd. Dit verschijnsel gaat echter in tegen de natuurkundige wet die stelt dat de lichtsnelheid de maximale snelheid is. De verklaring voor dit fenomeen wordt gezocht in het bestaan van het onderliggende kwantumveld waarin dergelijke non-lokale verschijnselen hun oorsprong zouden vinden.
 
De kwantummechanica wordt gezien als één van de meest succesvolle wetenschappelijke theorieën die ooit zijn bedacht. De reden daarvoor is dat het model er nauwkeurig in slaagt om allerlei zaken te voorspellen en bovendien heeft het geleid tot vele bruikbare innovaties. Voorlopig lijkt het eind van deze innovaties nog niet in zicht, want er wordt bijvoorbeeld veel verwacht van kwantumcomputers die functioneren op basis van het fenomeen kwantumverstrengeling. Toch zijn er een aantal belangrijke tekortkomingen aan de theorie die de wetenschap zelf deels ook onderkent. Een belangrijk en actueel probleem is bijvoorbeeld de massa van deeltjes. Het model van de kwantumfysica veronderstelt immers dat de elementaire deeltjes overal, constant en willekeurig vanuit het niets kunnen verschijnen en direct weer verdwijnen. Dat betekent dat de deeltjes dan volstrekt structuurloos, oneindig klein en dimensieloos moeten zijn. Dit geeft ten eerste allerlei mathematische problemen, die opgelost lijken te worden met trucs zoals het vervangen van de oneindigheid in de formules door constanten: een arbitrair proces dat ‘renormalisatie’ wordt genoemd. Ten tweede is het met deze onwaarschijnlijke eigenschappen van deeltjes onmogelijk gebleken om te verklaren waarom deeltjes massa hebben. In de praktijk kan de massa van de bouwstenen van materie (fermionen) echter relatief eenvoudig worden gemeten, zodat er dus iets moet ontbreken aan de theorie. Men veronderstelt daarom het bestaan van een extra deeltje: het Higgs-boson. Via een interactie met het eveneens hypothetische Higgs-veld zouden de deeltjes dan op de een of andere manier aan hun massa komen. Het voortbestaan van de huidige theorieën is voor een belangrijk deel afhankelijk van het bestaan van dit deeltje en men hoopt het daarom te kunnen aantonen met de grote deeltjesversneller in Zwitserland. Het is echter de vraag of een dergelijk fundamenteel deeltje wel werkelijk bestaat of dat het misschien slechts een kunstmatige toevoeging is geweest om een gebrek van de theorie te camoufleren. Overigens geldt voor een aanzienlijk deel van de andere subatomaire deeltjes dat ze ook nooit direct zijn aangetoond, maar dat hun bestaan indirect is afgeleid uit de gehanteerde theorieën. De zoektocht naar steeds kleinere deeltjes met behulp van deeltjesversnellers levert namelijk zoveel data op dat er slechts met behulp van voorgeprogrammeerde modellen nuttige informatie uit valt te halen. Men zoekt dus in de data naar patronen die verwacht worden en daarop volgt dan een interpretatie. Iedere interpretatie is daarom gebaseerd op van te voren bepaalde aannames en die zouden in principe ook onwaar kunnen zijn.
 
Een ander evident probleem van de natuurkunde is dat het tot op heden niet lukt om de vier fundamentele natuurkrachten in één theorie samen te bundelen. De kwantumfysica beschrijft er namelijk drie, maar de vierde past niet in het model. Die vierde kracht is de zwaartekracht en die wordt met de relativiteitstheorie omschreven als een kromming van de ruimtetijd, terwijl de overige drie krachten beschreven worden als de uitwisseling tussen krachtdragende deeltjes. Deze twee theorieën zijn onverenigbaar gebleken. Lange tijd hebben wetenschappers daarom gezocht naar een alternatief concept om de krachten wel in één theorie te beschrijven en over het algemeen wordt de snaartheorie als grootste kanshebber beschouwd. De snaartheorie veronderstelt dat deeltjes in werkelijkheid zeer kleine (10^-33 cm), trillende, eendimensionale snaren zijn, die zouden bestaan in de tien dimensies van de ‘ruimtetijd’.
 
Hoewel misschien knap verzonnen, vormt deze snaartheorie naar mijn idee toch ook een illustratief voorbeeld van een algemeen probleem in de natuurkunde: de verklaringen bevatten zodanig veel abstracties dat de geloofwaardigheid soms verloren gaat. Al die abstracte theorieën lijken erop te wijzen dat de natuurkunde zich als het ware in mathematische en onlogische kronkels moet wringen om de modellen overeind te kunnen houden. Goed beschouwd lijkt het erop dat de natuurkundigen genoodzaakt zijn om steeds meer complexiteit in hun formules aan te brengen zodat onverwachte resultaten toch ‘verklaard’ kunnen worden vanuit de natuurkundige consensus. Dat levert echter allerlei mathematische abstracties op die in een bepaald opzicht misschien heel nuttig kunnen zijn als model, maar die op andere punten te kort schieten en die bovendien niets werkelijk lijken te verklaren. Hetzelfde lijkt overigens ook te gelden ook voor de astronomie, waar met behulp van precies dezelfde abstracties onderwerpen zoals de oerknaltheorie en zwarte gaten verklaard worden. Het is moeilijk voor te stellen hoe al deze mathematische abstracties, zoals volstrekt structuurloze, oneindig kleine en dimensieloze deeltjes, de concrete werkelijkheid zouden kunnen vormen. Ook het idee dat er bij de oerknal plotseling ‘iets’ uit ‘niets’ kon ontstaan, of het idee dat zogenaamde waarschijnlijkheidsgolven zouden kunnen ‘instorten’ tot een gelokaliseerd deeltje, lijken voorbeelden te zijn van het verwisselen van een abstract mathematisch idee met de werkelijkheid. Al deze concepten zijn op zich nuttig in een bepaalde context, maar ze lijken toch voornamelijk voort te komen uit de menselijke fantasie. Het is immers vrijwel onmogelijk voor te stellen hoe dergelijke abstracties de concrete werkelijk kunnen beïnvloeden, en ze verklaren naar mijn inschatting dan ook weinig.
 
Een kernbegrip binnen de natuurkunde is energie, maar ook dit lijkt bij nader inzien een vrij abstract en leeg begrip te zijn. Zoals eerder gezegd worden de fundamentele deeltjes in de kwantummechanica feitelijk niet meer gezien als pure materie, maar als patronen van energie. De moderne wetenschap heeft de stof zover ontleed dat ze lijkt te verdwijnen in wolkjes energie en die patronen van energie zouden georganiseerd worden door alomtegenwoordige energievelden: het zwaartekracht veld en het elektromagnetische veld bijvoorbeeld. Deze velden zijn volgens de wetenschap noch ruimte noch materie, maar ze beïnvloeden de materie wel: de velden bevatten dus energie. Energie wordt gedefinieerd als ‘het vermogen tot het verrichten van arbeid’ en het kan daarom opgevat worden als een vorm van beweging of activiteit. Nu zouden de energievelden zich volgens de wetenschap als golven voort kunnen planten door lege ruimte, wat erop neerkomt dat energie onafhankelijk van materie zou kunnen bestaan. Dit is echter een moeilijk voor te stellen gedachte, want het lijkt een vanzelfsprekende waarheid dat er geen golfbeweging of energie kan zijn zonder dat er iets golft of beweegt. Beweging blijft een lege abstractie, tenzij het beweging is van ‘iets’. Wanneer er gesproken wordt van ‘energie’ en ‘beweging’, dan lijkt het daarom een logische gedachte dat de ruimte dan ook een concrete en substantiële aard moet hebben om deze bewegingen en energie mogelijk te maken.
 
Het wetenschappelijke idee is echter dat ruimte zonder materie ‘leeg’ is, maar die leegte is volgens de wetenschap niet ‘niets’. Zelfs een absoluut vacuüm is volgens de experimenten en de theorie immers nog vol van onmeetbare activiteit: de eerdergenoemde kwantumfluctuaties in het onderliggende kwantumveld. Dit onderliggende veld vormt enerzijds een verklaring voor een aantal belangrijke verschijnselen, zoals non-lokaliteit, anderzijds wordt deze theorie van een onderliggend veld gekenmerkt door allerlei abstracte en onlogische eigenschappen. Het zou namelijk een absolute en structuurloze homogeniteit zijn: een ondeelbare eenheid dus, die volstrekt plaats-, tijd- en afmetingloos is. Het lijkt echter moeilijk voor te stellen hoe een volstrekt homogene en ondeelbare structuur, of dat nu een fermion of kwantumveld is, deel zou kunnen nemen aan een interactie met andere fysieke structuren. Interactie impliceert immers het uitwisselen van energie of kracht waardoor er een vervorming optreedt in de interne structuur van een entiteit. Wanneer die structuur echter volstrekt homogeen zou zijn, dan zou er geen sprake zijn van een interne structuur en zou er ook geen vervorming kunnen optreden. De kracht van de interactie zou dan altijd afketsen en in feite oneindig snel moeten doorschieten naar de andere kant. Op basis van het gegeven dat er in de natuur voortdurend allerlei interacties plaatsvinden, zou de logische conclusie dan ook zijn dat iedere interactie per definitie vraagt om een interne substantiële structuur die vervormd kan worden. Het bestaan van absolute homogeniteit en ondeelbaarheid in de natuur is volgens deze logica dus eigenlijk onmogelijk.
 
 
V. NATUURKUNDE – EEN ANDER PERSPECTIEF
 
De natuurkunde slaagt er voor zover ik het kan inschatten niet in om een goede verklaring voor de natuur te geven. Misschien ligt de verklaring voor die ontoereikendheid van de natuurkunde voor een groot deel in de methode die wordt gehanteerd. Op alle terreinen van de wetenschap, ook in de natuurkunde, is men sinds de 17e en 18e eeuw te werk gegaan via een methode van versimplificatie en reductie tot mechanische en materiële processen. Bovendien heeft er in de wetenschap lange tijd een onbegrensd vertrouwen bestaan in het vermogen van de menselijke ratio om de geheimen van de kosmos te ontrafelen. Het universum is door de wetenschap hoofdzakelijk gezien als een mechaniek, een machine die net als een computer te herleiden zou zijn tot losse onderdelen. Deze eenzijdige denkmethode heeft weliswaar veel kennis opgeleverd, maar het vormt misschien langzamerhand ook een beperking voor het krijgen van een verder begrip van de wereld. Iets dat leeft kan in mijn ogen namelijk niet volledig herleid worden tot louter losse onderdelen. Zoals ik eerder al zei, denk ik dat alles wat bestaat in feite ‘leeft’ omdat er naar mijn idee aan alles een dynamische wisselwerking tussen relatieve graden van bewustzijn en substantie ten grondslag ligt. Voor een begrip van de kosmos, of zelfs maar een onderdeel daarvan, lijkt de klassieke wetenschappelijke methode dan uiteindelijk ook niet zo geschikt omdat bewustzijn zich niet laat opsplitsen of reduceren door deze methode. Het totaal van het leven zal dan altijd meer blijken te zijn dan de som der delen. Het idee dat de mens via de klassieke wetenschappelijke methode in staat zou zijn de kosmos volledig te begrijpen als een logisch functionerende machine kan naar mijn inschatting dan ook niet kloppen, omdat er dan voorbij wordt gegaan aan het samenspel tussen bewustzijn, leven en substantie.
 
De wetenschap ziet materie als patronen van energie en dat komt misschien dan toch enigszins in de buurt van het idee dat er aan alles een voortdurend samenspel tussen bewustzijn, leven en substantie ten grondslag zou liggen. Dit samenspel zou immers omschreven kunnen worden als een voortdurende uitwisseling tussen allerlei relatief verschillende graden van energie. Het fundamentele verschil is echter dat de wetenschap blijft redeneren vanuit het idee dat enkel datgene relevant is wat door de mens kan worden gemeten. Wat buiten het gebied van de wetenschappelijke waarneming ligt, wordt daarmee afgedaan als onzinnige speculatie. Nieuwe technieken en geavanceerde meetinstrumenten hebben de grenzen van het waarneembare steeds weer een stapje verder opgeschoven, maar het uitgangspunt van de wetenschap is in grote lijnen hetzelfde gebleven: alleen het waarneembare is relevant.   Enerzijds is dat een begrijpelijke redenatie, want via de huidige wetenschappelijke methode zal het bestaan van een oneindig spectrum van bewustzijn-substantie waarschijnlijk nooit direct bewezen kunnen worden. Als dit spectrum zou bestaan dan ligt het immers per definitie voor een groot deel buiten het gebied van onze zintuigelijke waarneming. Wanneer dus de huidige wetenschappelijke methode gehanteerd wordt als maatstaf voor onze werkelijkheid dan is iedere speculatie over de eigenschappen van een oneindig spectrum inderdaad onzinnig te noemen. Anderzijds zou een consequentie van dit uitgangspunt kunnen zijn dat er dan slechts een behoorlijk beperkt en onvolledig wereldbeeld overblijft. Gezien de vele lege abstracties en onmogelijke eigenschappen waarmee in de wetenschap centrale begrippen als ‘bewustzijn’ en ‘energie’ omschreven worden, is dat laatste naar mijn inschatting inderdaad het geval.
 
Wanneer één van de basisconcepten van de wetenschap wat nader wordt bekeken dan blijkt daaruit misschien dat het niet geheel onzinnig is om rekening te houden met de mogelijkheid dat er buiten ons gebied van zintuigelijke waarneming ook nog allerlei andere relevante zaken zouden kunnen bestaan. Met behulp van de moderne techniek is de mens in staat tot het waarnemen van ongeveer 100 octaven van het elektromagnetische energiespectrum, variërend van radiogolven met een golflengte van enkele honderden meters tot bijvoorbeeld röntgen- en gammastraling met een golflengte van minder dan een miljardste deel van een centimeter, maar er lijkt geen reden te zijn om aan te nemen dat dit spectrum ergens een begin of een einde heeft. Een belangrijke eigenschap van deze energie is dat golven van voldoende verschillende frequentie niet met elkaar interfereren, zodat ze zonder problemen door elkaar kunnen bewegen. We bevinden ons zo bezien dus eigenlijk in een zee van elektromagnetische energie van allerlei verschillende trillingsfrequenties. Nu is de wetenschap al van oordeel dat energie  en materie  in elkaar omgezet kunnen worden, omdat de materie gezien wordt als geconcentreerde energie; in deze tekst is daaraan toegevoegd dat bewustzijn als een hoge en zeer subtiele vorm van deze energie gezien kan worden en dat materie daarom als het ware gekristalliseerd bewustzijn is. Als bewustzijn dus wordt opgevat als een relatief hoge vorm van energie en substantie vervolgens als een relatief lagere vorm van deze energie, dan lijkt het redelijk om aan te nemen dat een eventuele oneindigheid van het energiespectrum ook inhoudt dat er een oneindig aantal graden van bewustzijn en substantie zou kunnen bestaan. Wetenschappelijk gezien is dit pure speculatie, omdat het een uitspraak is over gebieden die ver buiten het gebied van de wetenschappelijke waarneming liggen. Maar misschien zou dit ook omgedraaid kunnen worden en blijkt hieruit juist dat de wetenschappelijke methode tegen haar grenzen begint aan te lopen?
 
Het bestaan van een dergelijk oneindig spectrum van bewustzijn-substantie is bijvoorbeeld niet zo onlogisch te noemen wanneer er gekeken wordt naar een tegenstrijdigheid van het alternatief. Volgens het hoofdidee van deze tekst vormen bewustzijn en substantie immers de twee noodzakelijke aspecten van al het bestaan, maar als dit spectrum van ‘alles wat bestaat’ niet oneindig zou zijn, dan zou het ergens moeten ophouden en daarachter is dan ‘niets’. Hiermee wordt het denkbeeld van het iets en het niets, dat wil zeggen van het bestaan en het niet bestaan, als het ware tegenover elkaar gezet. Dit lijkt op papier misschien te kunnen, maar hoe zou het ‘niet bestaande’ kunnen bestaan als het geen bestaan heeft? Dat lijkt toch onmogelijk en naar mijn inschatting is het ‘niets’ dan ook slechts een fictieve abstractie die niet in werkelijkheid kan bestaan. Zo bezien is er dan enkel het 'bestaan' en iedere absolute begrenzing van het spectrum van bestaan is daarmee een onmogelijke abstractie.
 
We zouden volgens deze redenering dus eigenlijk niet kunnen spreken over absolute begrenzingen, maar enkel over relatieve begrenzingen, waarbij elke afzonderlijke entiteit weer deel uitmaakt van een groter geheel. Ons bestaansgebied vormt dan als het ware één relatief begrensde ‘octaaf’ binnen een oneindig spectrum van bewustzijn-substantie, en het wordt tegelijkertijd doortrokken door tal van andere werelden die buiten ons bestaansniveau liggen. Wat wij bewustzijn of geest noemen, zou op deze manier beschouwd kunnen worden als een uiterst fijne vorm van energie met een relatief hoge trillingsfrequentie en wat wij waarnemen als materie is dan een relatief lage vorm – of ‘uitkristallisatie’ – van energie binnen onze octaaf. Tussen de twee polen van bewustzijn en substantie zou zich op allerlei verschillende niveaus een voortdurend samenspel tussen aantrekkende en afstotende krachten afspelen. Alles is zo bezien onophoudelijk in beweging, resulterend in een grote verscheidenheid aan graden van leven. Hiermee wordt dan ook nogmaals het verschil met het wetenschappelijke idee duidelijk: waar de wetenschap het spectrum blijft omschrijven in lege termen van energie met allerlei abstracte eigenschappen, zegt het alternatieve model dat het spectrum bestaat uit concrete energie met een essentie van bewustzijn-substantie dat zich in tal van relatief verschillende graden van leven manifesteert.
 
Naar mijn inschatting is dit concept van de relativiteit van onze wereld ten opzichte van hogere en lagere niveaus van bestaan nodig om te komen tot een betere verklaring van de basisconcepten van de natuurkunde. Het onderkennen van het bestaan van alomtegenwoordige onderliggende velden vormt waarschijnlijk één van de belangrijkste onderdelen van die verklaring. In bepaalde opzichten zou het door de wetenschap veronderstelde kwantumveld misschien gezien kunnen worden als een dergelijk alomtegenwoordig onderliggend veld, maar zoals eerder gezegd lijkt dit concept te veel mathematische abstracties te bevatten om te kunnen dienen als een werkelijke verklaring. Het idee van het kwantumveld heeft echter wel bepaalde kenmerken van een waardevol idee dat in het begin van de 20e eeuw in onbruik is geraakt: wetenschappers geloofden tot die tijd namelijk dat golfbeweging plaatsvond in een alomtegenwoordig medium dat de ether werd genoemd, maar omdat de ether chemisch en stoffelijk onnaspeurbaar bleek, werd deze hypothese in het begin van de twintigste eeuw verlaten. Volgens onder meer de theosofie heeft het echter altijd in de lijn der verwachting gelegen dat de ether niet door de wetenschap gevonden zou kunnen worden, omdat de ethervelden zouden bestaan uit zeer ijle en zeer dichte ‘substanties’ die buiten het spectrum liggen dat door wetenschappelijke instrumenten kan worden gedetecteerd. Deze hogere en lagere niveaus van bestaan werden dan bijvoorbeeld velden van ‘kosmische ether’ genoemd. Het feit dat de ‘ethersubstantie’ niet waargenomen kan worden door de wetenschap hoeft vanuit dit oude idee dus niet automatisch te betekenen dat er dan achter onze materie slechts een abstracte en absoluut homogene energie-eenheid schuil gaat. Materie zou volgens de ethertheorie voorgesteld kunnen worden als de ‘condensatie’ of ‘kristallisatie’ van een relatief homogene ether die eraan ten grondslag ligt. Verder onderzoek zou waarschijnlijk aantonen dat deze relatief homogene ether eveneens een interne structuur bezit van deeltjes, die op hun beurt weer de condensatie zijn van een dieperliggende ether enzovoort. In deze kosmische ethervelden liggen dan zowel leven als bewustzijn in allerlei gradaties besloten en in zekere zin is het ook substantieel, tot in zoverre dat het altijd deelbaar is en een interne structuur heeft die kan vervormen.
 
Na deze vluchtige schets van de ethertheorie kunnen nu een aantal zaken kort opgesomd worden die met behulp van de ethertheorie op een andere manier uitgelegd zouden kunnen worden. Het verschijnsel van non-lokaliteit bijvoorbeeld, waarbij er volgens de wetenschap een oneindig snelle verbinding bestaat tussen twee deeltjes, zou verklaard kunnen worden door het idee dat de signalen door de subtiele onderliggende ether veel sneller voortbewegen dan licht, wat echter niet betekent dat er sprake zou moeten zijn van een oneindige snelheid. Bepaalde paranormale verschijnselen, zoals telepathie, zijn misschien op eenzelfde manier te verklaren met behulp van ethervelden. De zwaartekracht wordt op basis van de ethertheorie verklaard als stromingen van de ether zelf. Elektromagnetische straling zou volgens de ethertheorie voortkomen uit golfbewegingen die worden overgedragen door de ether en materie zou worden gegenereerd door vortex bewegingen (draaiingen) in de ether. Ook is er met behulp van de ethertheorie een andere uitleg mogelijk van de eerder genoemde Schrödingervergelijking. Volgens de ethertheorie geeft deze Schrödingervergelijking namelijk geen volledige beschrijving van de golffunctie. In de gebruikelijke wetenschappelijke interpretatie wordt wel uitgegaan van de volledigheid van de Schrödingervergelijking en daarom komt men tot het enigszins vreemd aandoende idee dat deeltjes op de één of andere manier in de werkelijkheid terecht zouden komen doordat ze zouden ‘instorten vanuit een superpositie’. De ethertheorie gaat daarentegen uit van het idee dat ieder deeltje, hoewel we de exacte beweging niet volledig kunnen meten of voorspellen, altijd een concreet bestaan in de werkelijkheid heeft en dat de gevolgde banen worden bepaald door oorzaak-gevolg relaties. Deze processen van oorzaak en gevolg zouden dan niet alleen gevormd worden door de conventionele natuurkrachten, maar ook door meer subtiele krachten die werkzaam zouden zijn vanuit diepere ethervelden. Het patroon dat door een deeltje gevolgd wordt, ligt volgens de ethertheorie dus besloten in een subtiel en voor ons verborgen niveau van bestaan, waardoor de relatieve illusie kan worden gewekt dat deeltjes overal willekeurig kunnen verschijnen.
 
Een aantal moderne wetenschappers richt zich op de verdere ontwikkeling van het idee van de ethervelden, hoewel er steeds andere namen aan deze velden worden gegeven. De modellen die zij ontwikkelen lijken in ieder geval aannemelijker te zijn dan de abstracties vanuit de natuurkundige consensus. Wat echter opvalt aan dit soort alternatieve modellen is dat ze meestal vrij abstract blijven en dat ze nagenoeg allemaal voorbij lijken te gaan aan het idee van een achterliggend principe van bewustzijn. David Bohm is één van de weinige natuurkundigen die hierop een uitzondering vormt. Hij dacht namelijk dat alle materiële dingen ook een bewust aspect hebben en dat er oneindig veel meer subtiele niveaus van substantie bestaan, die bovendien allemaal met elkaar verbonden zijn. Hij geloofde daarbij dat er een impliciete orde ten grondslag lag aan deze eindeloze niveaus van substantie, een impliciete orde waarin ook een verborgen causaliteit besloten zou kunnen liggen. Ook dacht hij dat zowel leven als bewustzijn diep zijn geworteld in de impliciete orde, zodat die beide een belangrijke rol spelen bij de manifestatie van materie. David Bohm ging met zijn holistische visie in tegen het reductionisme van de wetenschap: volgens hem kan de mens werkingen van de natuur nooit goed verklaren wanneer er alleen gekeken wordt naar de som van alle losse componenten.
 
Hoe zouden de werkingen van de natuur dan misschien beter begrepen kunnen worden? Naar mijn inschatting zou een dergelijke poging pas echt zinvol kunnen zijn als er uit wordt gegaan van de gedachte dat er aan alles een samenspel tussen relatieve graden van bewustzijn, leven en substantie ten grondslag ligt. In de loop van deze tekst is die gedachte nog wat verder uitgebreid met het idee dat bewustzijn, leven en substantie in essentie drie concrete aspecten zijn van hetzelfde spectrum, omdat een dynamische wisselwerking tussen deze drie anders onmogelijk lijkt. Dit spectrum van bewustzijn, leven en substantie zou zich dan manifesteren in een oneindig aantal graden van concrete entiteiten zoals atomen, mensen, sterren, planten enzovoorts. Elk van deze entiteiten kan volgens deze redenatie gezien worden als een eenheid van bewustzijn-leven-substantie die zich ‘manifesteert’ binnen een relatief begrensde octaaf van het oneindige spectrum. De natuur vormt zo een eenheid in verscheidenheid: één in essentie, veelzijdig in vorm. De gedachte dat het grenzeloze spectrum zich zou ‘manifesteren’ is overigens slechts een beperkte beeldspraak te noemen, want iedere poging tot een woordelijke omschrijving van iets wat grenzeloos zou zijn, houdt eigenlijk een beperking in. Toch is die gebrekkige beeldspraak misschien wel nuttig om in ieder geval een idee te krijgen van het concept. Als alles inderdaad is gebaseerd op dezelfde essentie van bewustzijn-leven-substantie, dan zouden er namelijk ook algemeen geldende structurele, geometrische (phi) en evolutionaire principes kunnen bestaan, die zowel gelden in de microkosmos als de macrokosmos. Dit principe van analogie (zo boven, zo beneden) lijkt, samen met besef van de relativiteit van onze wereld en de samenhang met bewustzijn, van essentieel belang te zijn om zo een klein stapje dichter te komen tot begrip van de werkelijkheid.
 
Er is tot slot nog een laatste punt met betrekking tot de natuurkunde. De ontwikkeling van de atoombom heeft namelijk duidelijk gemaakt dat natuurkundige kennis grote gevolgen kan hebben. Op vergelijkbare wijze zouden ook de praktische toepassingen van de ethertheorie potentieel een zeer groot gevaar kunnen opleveren. De beschikking over een dergelijke onuitputtelijke energiebron betekent namelijk automatisch ook de beschikking over een verwoestend wapen. Wetenschappers als Keely en Tesla leken op een gegeven moment op het spoor te zijn van een methode om deze zogenaamde ‘vrije energie’ te benutten, maar zowel Keely als Tesla zijn uiteindelijk gestuit op aanzienlijke tegenwerkingen. De speculatie is dat de energie- en oliemaatschappijen hier een rol in hebben gespeeld, omdat hun inkomsten zouden opdrogen met de komst van vrije energie. Een andere speculatie is dat het gevaar van een onuitputtelijke energiebron misschien zo groot is dat het concept van de ether als het ware niet geaccepteerd mocht worden. Beide speculaties zouden een kern van waarheid kunnen bevatten, maar het lijkt in ieder geval met meer zekerheid vastgesteld te kunnen worden dat de ontwikkeling van geloofwaardige nieuwe inzichten voor een aanzienlijk deel is bemoeilijkt door de reductionistische en materialistische methode van de wetenschap.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 119


3 Over de grenzen van wetenschap
| 23 Oktober 2011 | 17:25:47
VI. VELDEN IN DE BIOLOGIE EN PSYCHOLOGIE
 
Een illustratief voorbeeld van de ontoereikendheid van de gebruikte wetenschappelijke methode is naar mijn inschatting ook te vinden in de biologie. DNA wordt door veel biologen gezien als dé verklaring voor alle levensprocessen, maar dat lijkt wat overdreven. DNA reguleert inderdaad de vorming van eiwitten, de bouwstenen van ons lichaam, en is daarom belangrijk. Maar het verklaart niet hoe die losse bouwstenen zich organiseren tot een complex functionerend organisme, of hoe er uit één cel een baby kan groeien. Dit proces, waarbij enkele identieke cellen zich gaan delen, differentiëren en specialiseren zodanig dat ze gezamenlijk een organisme vormen, wordt morfogenese genoemd. Het feit dat alle cellen van een organisme dezelfde genetische code hebben en zich toch op de één of andere manier anders gedragen en weefsels en organen opbouwen van verschillende structuren, lijkt te wijzen op een vormgevende invloed die buiten het DNA ligt. Een vergelijkbaar proces valt overigens ook waar te nemen tussen organismen onderling, bijvoorbeeld bij mierenkolonies waar op spontane en onverklaarbare wijze zeer complexe nesten ontstaan. De mechanistische uiteenzettingen van ontwikkelingsbiologen kunnen deze processen waarbij zich spontaan complexe structuren vormen eigenlijk niet goed verklaren. Sommige onderzoekers zoeken de verklaring daarom in factoren die tot nu toe niet door de natuurwetenschappen erkend worden. Een bekend voorbeeld dat behoorlijk wat publiciteit heeft gekregen is een theorie van Sheldrake, die uitgaat van het bestaan van ‘morfogenetische velden’. Volgens Sheldrake wordt de ontwikkeling en de instandhouding van de lichamen van organismen geleid door deze morfogenetische velden. DNA zou dan bijvoorbeeld kunnen functioneren als de dynamische ontvanger van informatie vanuit dergelijke vormgevende velden. Hoewel de eigenschappen van deze velden vaak nogal abstract blijven, lijkt een verklaring op basis van het bestaan van vormgevende velden wat mij betreft aannemelijker dan de mechanistische verklaringen vanuit de ontwikkelingsbiologie. Bovendien zou de abstractie van deze morfogenetische velden naar mijn inschatting voor een groot deel kunnen verdwijnen wanneer deze theorie gekoppeld wordt aan de eerder beschreven zienswijze over het bestaan van kosmische ethervelden in allerlei gradaties. De hogere en meer met bewustzijn verwante velden zouden dan als het ware een sturende en vormgevende (morfogenetische) invloed hebben op lagere velden die meer met materie verwant zijn.
 
Een al eerder genoemd voorbeeld van een voor de wetenschap moeilijk te verklaren fenomeen is de oorsprong van denkprocessen. Van oudsher wordt er binnen de wetenschap vanuit gegaan dat het denken te herleiden zou zijn tot neurofysiologische processen in de hersenen, maar het is dan problematisch om de enorme complexiteit van het denken te verklaren. Bovendien hoeft een correlatie tussen fysieke activiteit in de hersenen en bepaalde bewustzijn-gerelateerde processen niet automatisch te betekenen dat die fysieke hersenactiviteit daarmee dan ook de oorzaak is van deze processen. De complexiteit van bijvoorbeeld het denken en geheugen lijkt eerder te wijzen op een oorzaak die de grenzen van de fysieke materie overstijgt. Een steeds grotere groep wetenschappers en psychologen kiest er voor om deze complexiteit uit te leggen in termen van ‘emergentie’ en ‘zelf-organisatie’, waarmee bedoeld wordt dat het denken bepaalde complexe eigenschappen zou hebben ontwikkeld die niet meer gereduceerd kunnen worden tot chemische hersenprocessen. Het blijft in deze theorieën echter vaak nogal abstract hoe dergelijke emergente eigenschappen dan precies zouden zijn ontstaan. Vanuit het hedendaagse wetenschappelijke perspectief is dat misschien ook niet zo vreemd te noemen: het denkkader van de wetenschap leent zich eenvoudigweg niet zo goed voor een concrete beschrijving van aspecten die buiten het gebied van wetenschappelijke waarneming liggen, waardoor de meeste pogingen daartoe al gauw vaag en abstract worden. Naar mijn inschatting zou er daarom veel voor te zeggen zijn om de eerder beschreven ethertheorie ook te betrekken bij een verklaring voor de complexe eigenschappen van het denken. Hiermee zou dan een ander perspectief geopend kunnen worden waarbij er een concrete rol is weggelegd voor delen van het energiespectrum die buiten het gebied van onze zintuigelijke waarneming liggen. De complexiteit van denkprocessen zou dan bijvoorbeeld besloten kunnen liggen in relatief hogere – en meer met bewustzijn verwante – velden van kosmische ether. Het brein is dan misschien niet de directe bron van onze ervaringen en herinneringen, maar eerder een ontvanger of verwerkingseenheid van de informatie die besloten ligt in subtiele bewustzijnsvelden die ons omringen. Deze velden zouden bijvoorbeeld gezien kunnen worden als het reservoir van het ‘collectieve onderbewustzijn’ en ‘archetypen’, zoals dat door dieptepsychologen als Jung is besproken.
 
Een vaak terugkerend idee over dergelijke velden is – tot slot – dat het deze velden zouden zijn die alles fundamenteel met elkaar verbinden: ondanks de oppervlakkige afgescheidenheid zou alles in essentie dan toch een eenheid vormen. Die verbondenheid wordt soms religieus geïnterpreteerd en misschien dat wetenschap en religie op dit punt inderdaad als het ware in elkaar kunnen overvloeien. De fundamentele eenheid van alles wat bestaat en de verantwoordelijkheid die eruit voortkomt, lijken de grondslag te vormen van veel religies. Het thema van karma en reïncarnatie is hier vaak nauw mee verbonden en misschien dat karma en reïncarnatie in hun zuivere uitleg inderdaad nodig zijn om het verhaal compleet maken. Het uitgangspunt daarbij is dan dat de mens een samengesteld wezen zou zijn, met een lagere en een hogere natuur.
 
Het denkbeeld van deze samengestelde natuur lijkt een vrij universeel gedeelde opvatting te zijn. In veel psychologische theorieën en religies is het bijvoorbeeld terug te vinden en ook in de kunst en literatuur vormt het een regelmatig terugkerend thema. Wanneer dit idee van de samengestelde menselijke natuur vanuit het perspectief van deze tekst bekeken zou worden, dan lijkt het bijvoorbeeld goed aan te sluiten bij het eerder beschreven idee dat iedere entiteit gezien zou kunnen worden als de manifestatie van de eenheid bewustzijn-leven-substantie. Het bewustzijn-leven gebruikt zo als het ware ‘voertuigen van substantie’ om zich te manifesteren binnen een bepaald gebied van het oneindige spectrum. Wat wij binnen ons gebied waarnemen als materie bevindt zich volgens deze redenatie aan de kant van het spectrum met een laag trillingsgetal. Onze gedachten zouden zich daarentegen meer aan de kant met een hoger trillingsgetal bevinden, waardoor ze ijler zijn. Iedere entiteit, zo ook de mens, zou op die manier gezien kunnen worden als een samengesteld wezen met een hogere en lagere natuur. De verschillende menselijke beginselen worden wel omschreven als een aantal brandpunten die de energieën van hogere en lagere aard onttrekken aan de ons omringende velden van kosmische ether. Al deze energieën samen vormen dan de samengestelde constitutie van de mens met een hogere en lagere natuur. Een verstoring van deze energiestromen zou een grote rol kunnen spelen bij ziekte en gezondheid, maar de Westerse geneeskunde lijkt hier grotendeels aan voorbij te gaan.
 
 
VII. GENEESKUNDE
 
De geneeskunde is namelijk bij uitstek materialistisch en reductionistisch van aard. Dat wil zeggen dat de medische wetenschap de mens nog voornamelijk ziet als een voorspelbare en deel-voor-deel analyseerbare machine, als een klok maar dan met veel meer onderdelen. Die aanpak heeft enerzijds ontegenzeggelijk veel kennis opgeleverd, maar anderzijds is er toch ook een belangrijke keerzijde. Behalve wetenschappelijke kennis levert die aanpak vooral ook enorme sommen geld op en dat geld lijkt een sleutelrol te spelen. Een industrie die veel geld wil verdienen aan het repareren van mensen kan namelijk niet zonder een mensbeeld dat is gebaseerd op reductionisme en materialisme. Alleen als je kunt blijven volhouden dat een bepaald ziektebeeld altijd is te herleiden tot een specifieke oorzaak, kun je daar medicijnen voor ontwikkelen en patenten op aanvragen. Maar de meeste ziektebeelden zijn misschien wel meer holistisch van aard. Dat wil zeggen dat de ziekte niet verklaard kan worden door de mens op te splitsen in afzonderlijke componenten en dat een behandeling dus meer gericht zou moeten zijn op een totaalaanpak dan op een medicatiekuur.
 
Er is nog een tweede reden waarom geld een sleutelrol lijkt te spelen. Een farmaceutisch bedrijf dat winst wil maken heeft er namelijk primair geen belang bij als mensen effectief genezen en gezond blijven, omdat de inkomsten dan al snel zouden opdrogen. Aangezien de farmaceutische industrie een succesvol en belangrijk onderdeel vormt van de economie, kan dan ook eigenlijk niet anders verwacht worden dan dat ze zichzelf gedraagt als een bedrijf dat voornamelijk zoveel mogelijk winst wil maken. De meeste winst zal gemaakt worden wanneer de afzetmarkt zo groot mogelijk is en dat betekent voor de farmacie een markt waarin zoveel mogelijk mensen zich voor een zo lang mogelijke tijd ‘niet helemaal gezond’ voelen, of chronisch ziek zijn. Ieder succesvol bedrijf in het huidige economische systeem is succesvol omdat het er in slaagt een grote afzetmarkt te creëren en naar mijn idee zou dat ook kunnen gelden voor de farmaceutische bedrijven. Vrijwel ieder groot bedrijf functioneert immers voornamelijk op basis van het principe van winstmaximalisatie zodat de aandeelhouders (onder andere de banken en verzekeraars) tevreden worden gehouden. In een dergelijk systeem, waarin het voortbestaan afhankelijk is van de winst, lijkt er weinig plaats over te blijven voor idealen en moraal. Om te voorkomen dat men op grote schaal tot dergelijke conclusies komt, is het de farmacie er alles aan gelegen om in de beeldvorming het idee te laten bestaan dat de farmaceutische industrie weldegelijk onze grootste bondgenoot is in het zogenaamde ‘gevecht tegen ziektes’. Ziektes en medicijnen zijn daardoor min of meer marketingproducten geworden die gepromoot moeten worden. Het belang van de marketing blijkt wel uit de enorme hoeveelheid geld die erin omgaat.
 
Geld mag dan misschien een sleutelrol spelen, de medische wereld lijkt ook in te spelen op de huidige tijdsgeest. Onze cultuur wordt wel eens omschreven als een gezondheidscultus, waarin getracht wordt de angst voor de dood te bezweren met de geneeskunde en waarin gezondheid wordt gezien als het hoogste goed en ziekte als het kwaad. Deze kijk op het leven lijkt voor een deel voort te komen uit een geneigdheid tot materialisme. In de Westerse wereld identificeert een aanzienlijk deel van de mensen zichzelf immers voornamelijk met het fysieke lichaam en het materialistische perspectief impliceert daarbij een volstrekte eindigheid van het leven. Misschien verklaart dit ten dele de angst voor ziekte en de nadruk op lichamelijke gezondheid. Een interessante vraag hierbij zou kunnen zijn hoe het materialisme zo dominant heeft kunnen worden. Allereerst lijkt het voor de hand te liggen dat deze tijdsgeest is ontsprongen uit de invloedrijke rol van de materialistisch ingestelde wetenschap in de afgelopen drie eeuwen. Ontwikkelingen in de biologie en natuurkunde hebben immers voor een groot deel bepaald hoe er tegenwoordig gedacht wordt over de kosmos en het leven. Er is daarnaast nog een tweede verklaring voor het ontstaan van de huidige materialistische tijdsgeest, maar die is meer op speculatie gebaseerd. Ik acht het namelijk niet uitgesloten dat de materialistische tijdsgeest min of meer bewust is beïnvloed en in stand wordt gehouden. De menselijk psyche lijkt in ieder geval vatbaar te zijn voor allerlei vormen van beïnvloeding, zeker wanneer die beïnvloeding zich richt op de impulsen en verlangens van de lagere menselijke natuur. Nu lijkt het onwaarschijnlijk dat de hele Westerse wereld volgens één plan een bepaalde kant op wordt gestuurd, maar anderzijds is het niet uit te sluiten dat er bepaalde machtsgroepen zijn die weldegelijk hebben geprobeerd om hun invloed uit te oefenen op de tijdsgeest, al was het maar omdat er met die handelswijze veel geld verdiend kan worden.
 
Los van alle speculatie is het duidelijk dat de farmacie in hoge mate floreert bij de huidige tijdsgeest. De nadruk op lichamelijke gezondheid garandeert een grote bron van inkomsten. Het grootste deel van de mensen ziet het liefst dat iedere ziekte zo vroeg mogelijk wordt opgespoord via allerlei vormen van diagnostiek en met de komst van de nanotechnologie worden de diagnostische mogelijkheden nog weer verder uitgebreid. Er lijkt echter een steeds grotere discrepantie te ontstaan tussen de diagnostiek en de behandelingsmogelijkheden, want in veel gevallen beschikt de geneeskunde niet over een adequate behandeling. Toch wil men het liefst dat iedere aandoening zo snel en krachtig mogelijk wordt bestreden en dat gebeurt dan vaak met methoden die gebaseerd zijn op het onderdrukken van symptomen. Bestrijden en onderdrukken is echter iets anders dan genezen, want voor zover ik het zou kunnen inschatten reikt werkelijk genezen veel dieper in het menselijk bestaan. De op onderdrukking gebaseerde handelswijze van de geneeskunde lijkt op de korte termijn misschien gunstige effecten te hebben, maar vaak treden er al snel bijwerkingen op van het medisch handelen. Deze zogenaamde iatrogene schade vormt in veel landen een belangrijke doodsoorzaak. De minder ernstige bijwerkingen worden meestal ‘opgelost’ met een ander medicament, zodat patiënten vaak al snel vast komen te zitten aan een hele reeks medicijnen. Schadelijke effecten van deze onderdrukkende methode zijn met name te verwachten op de lange termijn, maar de aandacht die daaraan wordt besteed is zeer gering te noemen.
 
In de jaren ’80 hoopte men het gebrek aan nieuwe effectieve medicijnen op te lossen met de komst van gentherapieën. In die beginjaren van genetisch onderzoek was het uitgangspunt dat er een eenvoudige relatie zou bestaan tussen de eiwitten waaruit het lichaam is opgebouwd en de genen die voor deze eiwitten coderen. Een fout in een gen zou dan tot een slecht functionerend eiwit leiden en dat zou weer de verklaring vormen voor vele ziektes. De oplossing van gentherapie leek simpel: het inbrengen van de juist stukjes genetische materiaal in menselijke cellen zodat de juiste eiwitten weer konden worden aangemaakt. In praktijk bleek het DNA echter keer op keer veel complexer in elkaar te zitten dan veelal werd aangenomen en het overheersende optimisme over de komst van nieuwe gentherapieën is dan ook grotendeels ongegrond gebleken. De beloofde therapieën zijn uitgebleven omdat bijvoorbeeld bleek dat er een zeer uitgebreid netwerk van factoren van invloed is op de eiwitsynthese. Recent bleek dat ook bacteriële cellen die in symbiose leven met menselijke cellen de genetische processen in een cel kunnen beïnvloeden. Deze bacteriën blijken bijvoorbeeld op grote schaal genetische informatie uit te kunnen wisselen met menselijk cellen en dit lijkt dus opnieuw te betekenen dat het menselijk DNA nog weer complexer is dan in een eerder stadium werd aangenomen. Overigens zou dit ook kunnen betekenen dat de risico’s van genetische modificatie groter zijn dan werd gedacht, omdat de gemodificeerde genen zich waarschijnlijk sneller zullen verspreiden door de populatie. Hoe virussen, die ook van invloed zijn op de uitwisseling van genetische informatie, in het plaatje passen is nog grotendeels onopgehelderd.
 
Uit het recente onderzoek naar bacteriën is ook gebleken dat het aantal bacteriën dat in en op de mens aanwezig is, veel groter blijkt te zijn dan wat tot dusverre werd aangenomen. Met behulp van nieuwe technieken kan de aanwezigheid van bacteriën aangetoond worden zonder dat de bacteriën gekweekt hoeven te worden en het blijkt nu dat de ouderwetse methoden slechts een miniem deel van alle aanwezige microben konden aantonen, namelijk alleen die bacteriën die zich op de één of andere manier laten kweken in het laboratorium. In een normaal menselijk lichaam bevinden zich naar recente schatting tien maal meer bacteriën dan menselijke cellen en de hoeveelheid verschillende genetische informatie in het lichaam wordt dan ook voor een belangrijk deel bepaald door bacterieel DNA. Eén van de voornaamste bevindingen van deze nieuwe vorm van onderzoek naar bacteriën is dat het interne milieu van de mens niet steriel is, maar dat het – in tegenstelling tot wat altijd werd aangenomen – wordt bevolkt door talloze verschillende soorten bacteriën. Naast de bekende darmflora lijkt er dus ook bijvoorbeeld een bloedflora, een gewrichtsflora en een hersenflora te bestaan. Daarnaast blijkt dat veel bacteriën – met name bij mensen met een verzwakte weerstand – kunnen transformeren tot een veel compactere en celwandloze variant die alleen binnenin een menselijke gastheercel kan overleven. In die vorm zijn ze vrijwel onzichtbaar onder een lichtmicroscoop en nauwelijks te kweken voor onderzoek. Overigens is het bestaan van dergelijke intracellulaire bacteriën al veel langer bekend, maar het onderzoek in die richting lijkt consequent genegeerd te zijn.
 
De interacties tussen alle verschillende soorten nieuw ontdekte bacteriën wijzen op een zeer grote dynamiek en complexiteit. Een conclusie die voort zou kunnen komen uit deze bevindingen is dat de menselijke gezondheid beschouwd zou kunnen worden als een dynamisch evenwicht tussen het totale spectrum van microben enerzijds en het immuunsysteem anderzijds. Een verzwakking van het immuunsysteem zou dan kunnen leiden tot een geleidelijke toename van de hoeveelheid schadelijke bacteriën en die kunnen op hun beurt verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de chronische en ‘auto-immuunziekten’. De oorzaak van bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer is onbekend, maar het lijkt veelzeggend dat er in de hersenen meestal een verhoogde concentratie van amyloid-eiwit wordt gevonden. Recent is namelijk duidelijk geworden dat amyloid-eiwit een soort lichaamseigen antibioticum is, dat dus gericht zou kunnen zijn tegen tot nog toe onbekende bacteriën. Ook onder andere de ziekte van Crohn, MS, osteoporose, chronisch vermoeidheidssyndroom, reumatoïde artritis, obesitas en diabetes mellitus II zijn misschien gelinkt aan dergelijke ‘onbekende’ bacteriën.
 
Ook hart- en vaatziekten lijken gerelateerd te zijn aan een chronische bacteriële infectie, want aderverkalking is in principe een onbegrepen ontstekingsreactie. Er wordt aangenomen dat een hoog cholesterol de oorzaak is van aderverkalking, maar misschien is een hoog cholesterol juist een gevolg van de infiltratie met bacteriën. Als reactie op de aanwezigheid van schadelijke bacteriën zou namelijk een langdurige ontsteking kunnen ontstaan, wat uiteindelijk zou kunnen leiden tot schade aan de celmembranen van de bloedvaten (aderverkalking). Celmembranen bestaan voor een groot deel uit cholesterol en voor het herstel van de schade is veel cholesterol nodig. Als gevolg van de celschade kan zich dan een hoog cholesterol ontwikkelen. Naar mijn inschatting wordt hier een zuiver gevolg incorrect aangezien voor een oorzaak: de symptomen worden onderdrukt en aan de werkelijke oorzaak wordt voorbijgegaan.
 
Als laatste punt met betrekking tot bacteriën is er nog de vermeende relatie tussen intracellulaire bacteriën en tumoren. Onderzoekers als Bechamp, Rife, Naessens, Enderlein en Livingston lijken gedegen onderzoek te hebben verricht op dit gebied, maar toch zijn zij over het algemeen genegeerd door de medische wereld. Enerzijds is het logisch dat er in de oncologie bovengemiddelde scepsis bestaat tegen allerhande nieuwe theorieën. In dit vakgebied kan immers makkelijk geld verdiend worden door charlatans, omdat mensen vaak tevreden zijn met een klein beetje (valse) hoop. Anderzijds zou dat toch dat niet mogen betekenen dat vernieuwende theorieën min of meer ongezien kunnen worden weggestopt. De chemotherapie en de bestralingen van de reguliere geneeskunde zijn namelijk ook niet zaligmakend. Wellicht dat ook hier dan weer de economische belangen een bepalende invloed hebben gehad.
 
Bacteriën lijken dus een grotere rol te spelen dan door de huidige geneeskunde wordt aangenomen. Toch denk ik niet dat de oorzaak van ziekte primair bij bacteriën gezocht zou kunnen worden. Ziekte ontstaat naar mijn idee in eerste instantie door een verstoring van de balans tussen de verschillende energiestromen die de menselijke constitutie vormen, of anders gezegd: door een verstoring van de fysieke, emotionele en/of mentale gesteldheid. Bacteriën lijken pas problemen te geven wanneer de algehele conditie is verslechterd en het afweersysteem niet meer optimaal functioneert. Een slechte conditie kan ontstaan door uiteenlopende oorzaken zoals stress, ongezonde gedachten, vervuild drinkwater, verarmde voeding enzovoorts. Ook de medische wereld lijkt een belangrijke rol te spelen in de verzwakking van het afweersysteem: het immuunsysteem zou bijvoorbeeld ontregeld kunnen raken door vaccinaties op zeer jonge leeftijd of door overmatig gebruik van immuun-onderdrukkende medicatie zoals aspirine, paracetamol, antibiotica en prednison. Daarnaast is ook het gebruik van vitamine D volgens bepaalde onderzoekers niet zo onschuldig als het lijkt, omdat het op de lange termijn zou leiden tot een onderdrukking van het immuunsysteem. Al deze zaken kunnen uiteindelijk de algehele conditie verzwakken en met welke ziekte een verzwakking vervolgens tot uiting zal komen, is dan afhankelijk van iemands individuele constitutie.
 
Het ontstaan van ziekte lijkt in ieder geval een zeer complex samenspel van allerlei factoren te zijn, zodat er veel meer te zeggen is voor een holistische aanpak. Een holistische visie op gezondheid zou echter aanzienlijk minder winst opleveren dan de visie die door het huidige systeem gehanteerd wordt en naar mijn inschatting is dat een belangrijke verklaring voor het gebrek aan aandacht voor de werkelijke complexiteit en dynamiek van bacteriën. Die complexiteit lijkt immers vrijwel onbegrensd te zijn, maar het onderkennen van een dergelijke mate van complexiteit zou betekenen dat er een fundamentele omslag in de werkwijze van de geneeskunde plaats moet vinden. De oude, onsubtiele en eenzijdige principes zullen dan vervangen moeten worden door meer holistische principes die voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van de algehele conditie en het immuunsysteem. Vanuit het oogpunt van de industrie is dit echter een ongunstige ontwikkeling omdat de holistische methodes veel minder geld zullen opleveren dan de methodes van het huidige systeem.
 
Dat ziekte primair wordt veroorzaakt door een verslechtering van de algehele conditie kan onder andere worden opgemaakt uit het feit dat de meeste infectieziekten in West-Europa al grotendeels op hun retour waren op het moment dat vaccinaties werden ingevoerd. Veel van wat bereikt is op het terrein van het terugdringen van ziekten is grotendeels toe te schrijven aan verbeterde sanitaire omstandigheden, schoner drinkwater en gezonder voedsel. De zogenaamde triomf van vaccins bij het uitroeien van infectieziekten kan dan misschien ook beter met enige relativering worden bekeken. Een andere reden om de succesverhalen over vaccinaties te temperen zijn de steeds sterker wordende aanwijzingen dat bepaalde bestandsdelen in vaccinaties kunnen leiden tot ontwikkelingsstoornissen zoals dyslexie en autisme. Daarnaast is het de vraag hoe het immuunsysteem van jonge kinderen reageert op de vaccins die vaak met drie of vier tegelijk vanaf een leeftijd van twee maanden worden gegeven. Op deze jonge leeftijd is het immuunsysteem namelijk nog volop in ontwikkeling. De vaccinaties kunnen dan een forse belasting vormen omdat het lichaam gedwongen wordt om tegelijkertijd te reageren op meerdere soorten verzwakte ziektekiemen, die bovendien op een onnatuurlijke manier in het lichaam zijn gebracht. Bepaalde bestandsdelen van de vaccins zorgen daarbij ook nog eens voor een onnatuurlijk krachtige afweerreactie, waardoor met name de productie van antistoffen wordt aangevuurd. Het delicate evenwicht van het immuunsysteem kan zo echter ontregeld raken en de vraag is of deze verstoring bijvoorbeeld in verband kan worden gebracht met de sterke toename van allergieën in de recente decennia. Er zijn aanwijzingen dat dit inderdaad zo is, maar er is te weinig onderzoek beschikbaar naar de bijwerkingen van vaccins op de lange termijn om deze hypothese te kunnen bevestigen dan wel te ontkennen. De veilige status van vaccinaties lijkt zo breed geaccepteerd te zijn binnen de medische wereld dat er over het algemeen niet al te zwaar getild wordt aan het belang van grootschalig en lange-termijnonderzoek naar de gevolgen van vaccinaties.
 
De Westerse geneeskunde is zogenaamd ‘evidence based’, letterlijk dus ‘op bewijs gebaseerd’, maar juist die methode van bewijsvoering lijkt soms niet helemaal zuiver te zijn – met name omdat er regelmatig sprake is van belangenverstrengelingen met de industrie. Veel onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van medicijnen en vaccinaties wordt bijvoorbeeld betaald vanuit de farmacie. Enerzijds is dat vaak de enige manier om medisch onderzoek te kunnen bekostigen, maar anderzijds roept het toch ook vragen op over de betrouwbaarheid van dergelijk onderzoek. In de psychiatrie wordt tegenwoordig bijvoorbeeld in grote mate getracht om psychiatrische aandoeningen te reduceren tot een te veel of een te kort aan bepaalde neurotransmitters en vervolgens wordt die verstoring ‘hersteld’ met medicatie zoals antidepressiva. Hiermee wordt veel geld verdiend, maar het is uiterst twijfelachtig of psychologische afwijkingen wel zo eenvoudig gereduceerd kunnen worden tot een chemische disbalans. De ontwikkelingen in de psychiatrie lijken dan ook voor een groot deel te zijn ingegeven door financiële overwegingen en een belangrijke rol daarbij was weggelegd voor de medische vakbladen. Veel onderzoek werd namelijk direct gesponsord door de farmaceutische industrie en een substantiële hoeveelheid publicaties is achteraf als frauduleus of twijfelachtig beoordeeld. Een deel van het onderzoek bleek bijvoorbeeld rechtstreeks te zijn uitgevoerd door de farmaceutische industrie, terwijl een bekende arts of opinieleider er dan zijn of haar naam aan verbond. Op deze manier leek het alsof deze opinieleider het onderzoek zelf had gedaan en de conclusies ondersteunde. Dit fenomeen wordt ‘ghostwriting’ genoemd en naar schatting komt dit fenomeen in enkele tientallen procenten van de medische onderzoekpublicaties voor, waardoor de geloofwaardigheid van veel medisch onderzoek op zijn minst twijfelachtig genoemd kan worden.
 
Een ander punt van commentaar op medisch onderzoek is dat het zich vaak op een dood spoor lijkt te bevinden. Grote vernieuwingen blijven bijvoorbeeld uit doordat kostbaar laboratoriumonderzoek buiten het laboratorium geen resultaten blijkt op te leveren. Daarnaast houdt medisch onderzoek over het algemeen weinig rekening met de individualiteit van patiënten, maar het is allerminst vanzelfsprekend dat de resultaten van een algemeen onderzoek zonder meer toepasbaar zijn op een individu. Bovendien richt een groot deel van het medisch onderzoek zich tegenwoordig slechts op veel voorkomende problemen zoals diabetes, hoge bloeddruk, hoog cholesterol enzovoorts, maar vaak gaat het dan om kleine aanpassingen aan medicijnen die al veel worden voorgeschreven. Farmaceutische bedrijven kunnen hierdoor hun patenten weer met een aantal jaar verlengen, maar de meeste nieuwe medicijnen blijken niet of nauwelijks enige gezondheidswinst op te leveren.
 
Ondanks dat het soms lijkt alsof medisch onderzoek zich overwegend op een doodlopend spoor bevindt, verschijnen er per maand naar schatting toch bijna 100.000 nieuwe medische publicaties. Van vernieuwing in de richting van bijvoorbeeld de eerder genoemde holistische ideeën is echter weinig sprake. Misschien dat de verklaring daarvoor deels – naast de eerdergenoemde financiële belangen – gevonden kan worden in sociale factoren die vaak een grote rol blijken te spelen bij wetenschappelijk onderzoek. Volgens wetenschapshistorici zoals Thomas Kuhn is wetenschap voornamelijk een sociaal bepaald proces, waarbij factoren als status, reputatie en contacten een centrale rol spelen. Veel onderzoekers wijken liever niet af van de ingeslagen weg, omdat dat nadelige consequenties kan hebben voor hun carrière. Als er binnen de wetenschap dan toch een controverse ontstaat over een bepaald onderwerp, dan wordt allereest gekeken naar de kwaliteit van het betreffende experiment. Het blijkt er dan vrijwel altijd op neer te komen dat een experiment pas als een goed experiment wordt beoordeeld wanneer de betreffende vakgroep vindt dat het is uitgevoerd door een goede wetenschapper. Of iemand een goede wetenschapper is, lijkt dan weer bepaald te worden door precies die eerder genoemde sociale factoren: status, reputatie, contacten enzovoorts, allemaal zaken dus die gevaar lopen als de wetenschapper niet meegaat in de hetgeen de vakgroep ‘wil horen’. In combinatie met de financiële belangen lijkt er zo een wetenschappelijk klimaat te zijn ontstaan waarin het consensus denken hoogtij viert, maar waarbij de zoektocht naar de objectieve waarheid ver op de achtergrond is geraakt.
 
De HIV-Aids hypothese lijkt een illustratief voorbeeld te zijn van waartoe deze onderzoekcultuur en de belangenverstrengeling hebben kunnen leiden. Zonder ooit enig hard bewijs is de wetenschap en de publieke opinie gaan geloven dat een tot op heden niet geïsoleerd virus een grote bedreiging vormt voor de volksgezondheid. In Afrika, maar ook in de Westerse landen, lijkt het probleem echter niet te liggen bij een virus, maar bij een verregaande verzwakking van het immuunsysteem. Een verzwakking die in Afrika voornamelijk wordt veroorzaakt door ondervoeding en in het Westen door drugsgebruik en een ongezonde levensstijl. Openlijke twijfel aan HIV als de oorzaak van Aids betekent voor wetenschappers echter dat hun wetenschappelijke carrière direct gevaar loopt, omdat het dan bijna onmogelijk wordt om fondsen te krijgen voor verder onderzoek. Bovendien lopen ze een grote kans om door hun collega-wetenschappers neergezet te worden als onbetrouwbaar of zelfs als gevaarlijk. Op die manier wordt de wetenschappelijke consensus krachtig in stand gehouden door allerlei sociale processen, maar lijkt er van objectiviteit weinig sprake meer te zijn.
 
Deze gang van zaken lijkt kenmerkend voor de reguliere geneeskunde in het algemeen: veel alternatieven die ingaan tegen de consensus worden afgedaan als gevaarlijk of worden genegeerd. De medische wereld wordt wat dat betreft weleens vergeleken met een tot dogmatisme vervallen religie. Inderdaad lijkt er in de medische wereld soms sprake te zijn van eenzelfde neiging tot dogmatisme en symboliek. Vaak is er bijvoorbeeld een blind geloof in de reguliere geneeskunde en de medische wetenschap en daarbij worden aanhangers van alternatieve theorieën in hun ruimte beperkt en soms ook zwart gemaakt. Deze processen worden vaak gestuurd door medische autoriteiten die grote invloed lijken te hebben op de heersende ideeën binnen het medische vakgebied. Daarnaast wordt wel gesteld dat vaccinaties in een bepaald opzicht dezelfde religieuze symboolfunctie hebben als de doop, namelijk die van een initiatie in respectievelijk de medische wereld en de kerk. De eerder genoemde term ‘gezondheidscultus’ geeft dan misschien inderdaad een treffende beschrijving van onze cultuur. Natuurlijk brengt deze gezondheidscultus ook tal van positieve punten met zich mee en misschien is het onterecht dat die zo weinig aandacht hebben gehad in deze tekst. We zouden bijvoorbeeld moeilijk zonder antibiotica, prednison, morfine en de goede acute traumazorg kunnen. Maar misschien worden de successen daarvan dan weer te veel aangegrepen om vervolgens veel geld te verdienen door de mens te reduceren tot slechts een chemische machine.
 
 
Belangrijkste bronnen
 
Websites
http://davidpratt.info/
 * The nature of reality
 * Beyond materialism
 * Big bang, black holes, and common sense
 * Black holes, redshifts, and bad science
 * Climate change controversies
 * Consciousness and modern science
 * Consciousness, causality, and quantum physics
 * David Bohm and the implicate order
 * Evolution and design
 * Exploding the big bang
 * Fear of the invisible: an investigation of viruses and vaccines, HIV and AIDS
 * Genetic engineering: dream or nightmare?
 * Gravity and antigravity
 * Human origins: the ape-ancestry myth
 * Plate tectonics: a paradigm under threat
 * Space, time, and relativity
 * Sunken continents versus continental drift
 * The farce of modern physics
 * The infinite divisibility of matter
http://theosofie.net/onlineliteratuur/boekenonline.html (bijv. ‘De esoterische traditie’; H9 over wetenschap)
http://zapruder.nl/portal/rubrieken/
 * AIDS
 * Big Pharma
 * Genetische Manipulatie
 * Holisme
 * Ontstaanstheorie
 * Verdwenen Beschavingen
http://whale.to/
 * AIDS
 * Cancer
 * Disease Theory  
 * God as Allopathy
 * Medical Politics
 * Polio
 * Vaccination
 
Boeken
The persecution and trial of Gaston Naessens; Christopher Bird
Fear of the Invisible; Janine Roberts
Metagenomics of the human body; Karen E. Nelson; H11
Medische Ethiek; Ten Have
Op het scherp van de snede; Heleen M. Dupuis
Wie betaalt, bepaalt?; Centrum voor ethiek en gezondheid
De markt van welzijn en geluk; Hans Achterhuis
Gezondheidsutopie; Hans Achterhuis
The rise and fall of modern medicine; James le Fanu
The Structure of Scientific Revolutions; Thomas Kuhn
 
Artikelen
Evidence b(i)ased medicine—selective reporting from studies sponsored by pharmaceutical industry; Hans Melander; BMJ 2003
Is academic medicine for sale? The New England Journal of Medicine 2000
Medical Journals Are an Extension of the Marketing Arm of Pharmaceutical Companies; Richard Smith; PLoS Medicine 2005
The uncertainty principle and industry sponsored research; Djulbegovic; Lancet 2000
De 'algemene veld' theorie; Johannes Hogebrink
 
Documentaires
House of Numbers, 2009
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 113


Kletskoek deel 3
| 14 Juni 2011 | 05:12:28

Kletskoek deel 3, the new beginning (the ultra extended version)

 
Deze rubriek is nieuw aangemaakt.
 
Wilt u  iets kwijt dat eigenlijk niet thuishoort bij de direkte inhoud van dit forum dan kunt u kiezen tussen deze rubriek of de shoutbox. (let wel, echte rommel zal onmiddellijk verwijderd worden, niemand zit hier  te wachten op Chinese klokjes of nep viagra etc.).
 
Eveneens is het niet de bedoeling om deze rubriek te gebruiken voor het belachelijk maken van andere mensen, het schrijven van berichten met een seksuele lading of het plaatsen van opmerkingen die beledigend van aard zijn. Tevens is het ook niet gewenst om van deze rubriek een soort tweede 'Geen Stijl.nl' te maken of een alternatief voor het FoK-FoRuM. Berichten van zulke aard zullen verwijderd worden. Hou het netjes voor uw ditjes en datjes.
 
Met vriendelijke groeten,
 
Hades & Hermes.
 
reacties 520 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 5443


Reflectie op Wetenschap 1
| 04 Maart 2011 | 17:37:56
Reflectie op de Wetenschap

auteur: Daedalus


Ons wereldbeeld wordt in grote mate bepaald door kennis die is voortgekomen uit de wetenschap. De wetenschappelijke methode is in de afgelopen eeuwen zeer succesvol gebleken en met name in praktisch opzicht heeft dit gezorgd voor een enorme vooruitgang. Met ieder afgerond experiment lijkt bovendien de glorieuze dag dichterbij te komen waarop de wetenschap alle mysteries van de natuur zal hebben ontrafeld. Zo bezien heeft de wetenschap dan ook alle reden tot optimisme. Vanuit een neutraal perspectief gezien is er echter ook het nodige aan te merken op de wetenschap. Serieuze onderzoekers spreken bijvoorbeeld hun twijfel uit over de fundamenten van de belangrijkste wetenschappelijke theorieën. Anderen komen tot de conclusie dat de wetenschappelijke methode tegen haar grenzen begint aan te lopen. In deze tekst heb ik geprobeerd om een algemeen beeld te schetsen van die keerzijde van de wetenschap. Interessant daarbij is dat er zowel van binnen als van buiten de wetenschap allerlei alternatieve zienswijzen worden aangedragen die vaak de huidige grenzen van de wetenschap overstijgen. Ik heb een aantal van die opvattingen verwerkt in deze tekst, omdat ze naar mijn idee een waardevolle manier laten zien om anders naar de wetenschap te kijken. Het ging mij hierbij voornamelijk om de grote lijnen en niet zozeer om kleine details. Dat betekent dat sommige uitspraken misschien ongenuanceerd kunnen overkomen omdat een uitgebreide onderbouwing vaak ontbreekt. Bovendien wijken de beschreven ideeën in veel gevallen af van de zogenaamde ‘wetenschappelijke consensus’ en daarom zullen sommige uitspraken wellicht een dubieus karakter hebben. Ik wil dan ook graag benadrukken dat ik deze tekst slechts heb geschreven als een tijdelijke en persoonlijke visie. Tot slot van deze inleiding wil ik nog opmerken dat verreweg de meeste ideeën in deze tekst voortkomen uit andere bronnen (zie daarvoor de bronnenlijst). In deel I zullen onderwerpen uit verschillende wetenschapsgebieden aan de orde komen, in deel II ligt de nadruk op de geneeskunde.



I. ALGEMEEN

De evolutietheorie is het eerste onderwerp dat ik zal bespreken. Opvallend hierbij is dat er zo weinig ruimte lijkt te zijn voor een open discussie over de sterke en minder sterke punten van deze theorie. Waarschijnlijk kan de verklaring daarvoor gevonden worden in een van oudsher gevoelig punt: de relatie tussen religie en wetenschap. Lange tijd waren die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar pas vanaf het moment dat de wetenschap zich definitief begon af te scheiden van de godsdienst kon de wetenschap tot haar grote bloei komen. Dogma’s werden verlaten en via de wetenschappelijke methode werd een nieuwe en vruchtbare poging gedaan om de wereld te begrijpen. Belangrijk voor deze scheiding tussen kerk en wetenschap was dat de wetenschap het idee van een schepper liet vallen. Met name de evolutietheorie speelde hierin een beslissende rol: het ontstaan van leven was nu immers te verklaren op basis van een geleidelijk en toevallig ontwikkelingsproces en het geloof in een schepper was hiermee overbodig geworden. Het feit dat de wereld verklaard kan worden zonder de toevlucht te zoeken tot religieuze vooronderstellingen wordt beschouwd als één van de grootste verworvenheden van de wetenschap. Kritiek op de evolutietheorie komt echter nog steeds voornamelijk uit de religieuze hoek en dat maakt dat een open discussie over dit onderwerp nauwelijks mogelijk is. Voor aanhangers van de evolutietheorie is het namelijk moeilijk om serieus in te gaan op mogelijke gebreken van de theorie, want die zwakke punten worden door de critici uit de religieuze hoek direct aangegrepen als bewijs voor het bestaan van een schepper. Dan is het ook niet zo verwonderlijk dat er van een open discussie nauwelijks sprake is. Het gevolg daarvan is echter dat de evolutietheorie nu voornamelijk wordt gepresenteerd als een onomstotelijk bewezen theorie, terwijl er toch genoeg redenen zijn om aan de evolutietheorie te twijfelen.

De term ‘evolutie’ wordt op verschillende manieren gebruikt en dat kan zorgen voor verwarring. Voor een goed begrip is het van belang dat er onderscheid wordt gemaakt tussen twee verschillende vormen van evolutie: micro-evolutie en macro-evolutie. Toen Darwin ontdekte dat er op ieder Galapagos eiland een apart soort vinken leefden, was hij op het spoor van micro-evolutie. Dat is het fenomeen waarbij er binnen de vastomlijnde grondsoorten (bijvoorbeeld de vink of de hond) verschillen optreden door genetische verarming ten gevolge van mutatie, isolatie en degeneratie. Neem als voorbeeld de hond. Aanhangers van de evolutietheorie noemen het ontstaan van de grote variëteit aan hondenrassen soms als voorbeeld van evolutie, maar het is een typisch voorbeeld van micro-evolutie. De verschillen tussen de hondenrassen zijn niet ontstaan ten gevolge van nieuwe genetische informatie, maar ten gevolge van genetische degeneratie. Een teckel heeft bijvoorbeeld aanzienlijk minder genetische informatie dan een wolf. Hij is kleiner, gedegenereerd en kent meer lichamelijke zwaktes. Er is genetisch verval opgetreden van generatie tot generatie en daarom is het geen werkelijke evolutie. De variatie tussen hondenrassen ontstond door het proces van micro-evolutie waarbij de soort is veranderd ten opzichte van de voorouders door isolatie van bepaalde genetische kenmerken. Het is hierbij belangrijk om te beseffen dat er door micro-evolutie geen winst aan genetische informatie optreedt, maar dat er slechts variatie ontstaat door genetische verarming. Die variatie vindt in een neerwaartse trend plaats en wordt begrensd door de genetische code van de soort. In de natuur vindt deze micro-evolutie op grote schaal plaats door natuurlijke selectie en dat proces is voor het eerst waargenomen door Darwin. Hiermee is Darwin de ontdekker geweest van natuurlijke selectie en micro-evolutie, maar niet van macro-evolutie.

Met macro-evolutie wordt het overgaan van de ene grondsoort in de andere grondsoort bedoeld en daarom wordt macro-evolutie ook wel de werkelijke evolutie genoemd. Bij macro-evolutie treden er veranderingen op die volledig nieuwe genetische informatie opleveren. Het zijn ‘heilzame’ en ‘informatie toevoegende’ mutaties en het geloof in deze mutaties vormt de basis van de evolutietheorie. Het is echter twijfelachtig of ze wel bestaan. Een mutatie is een toevallige verandering in het DNA door foutieve deling van genen en het is bekend dat 99% van de mutaties schadelijk is voor het organisme, de overige 1% is neutraal omdat er geen directe schadelijke gevolgen zijn. Nog nooit is er echter een mutatie aangetoond die nieuwe informatie creëerde of de soort verbeterde. Niettemin vormt het geloof in een reeks van miljoenen informatietoevoegende mutaties het fundament van de evolutietheorie. Zo’n lange reeks van hypothetische mutaties zou bijvoorbeeld hebben geleid tot de overgang van schubben naar veren. Volgens de evolutietheorie moeten er dus dieren hebben bestaan met schubben die net niet meer werkten en veren die half ontwikkeld waren. Naast de vraag hoe mutaties hiervoor verantwoordelijk zouden kunnen zijn, is het ook onwaarschijnlijk dat zo’n dier levensvatbaar zou zijn. Hetzelfde geldt in het algemeen voor bijvoorbeeld hersenprocessen, spijsvertering, gifspuwende klieren enzovoorts, kortom allemaal processen die niet lijken te werken wanneer ze maar half compleet zouden zijn. Volgens het principe van survival of the fittest zouden dergelijke tussenvormen waarschijnlijk juist het snelst uitsterven.

Het idee van een geleidelijke ontwikkeling vanuit een primitieve oervorm wordt in feite ook niet ondersteund door fossiele vondsten. Van paarden en beren wordt bijvoorbeeld verondersteld dat ze van een gemeenschappelijke voorouder afstammen, maar er is geen fossiel bewijs van een voorouder die deels beer deels paard was. Ook voor de evolutie van insecten uit andere vormen ontbreekt alle bewijs vanuit de aardlagen. Tussenvormen van insecten ontbreken volledig en ze duiken op in de aardlagen als volledig ontwikkelde dieren. Vliegende insecten bijvoorbeeld worden alleen gevonden met volledig ontwikkelde vleugels en tussenvormen zijn er niet. Hetzelfde geldt voor de evolutie van de mens, want ook hier ontbreekt overtuigend bewijs van een gemeenschappelijke voorouder die deels aap deels mens was. De fossiele resten die zijn gepresenteerd als aapmensen, zijn vaak twijfelachtig omdat ze gereconstrueerd zijn op basis van enkele botfragmenten. Sommigen daarvan bleken uiteindelijk een vervalsing te zijn, zoals een aapmens die werd gereconstrueerd op basis van wat later een varkenstand bleek te zijn. De skeletten die wel compleet en authentiek waren bleken later 100% aap of 100% mens te zijn. Overtuigend bewijs van een gemeenschappelijke voorouder is het in ieder geval niet. Daarbij moet ook bedacht worden dat de wetenschap niet objectief in de aardlagen heeft gezocht om op basis van wat daar gevonden werd tot de conclusie te komen dat de mens voortkomt uit de aap. Het was precies andersom: wetenschappers geloofden bij voorbaat dat Darwins theorie over de menselijke afstamming waar was, en ze zijn vervolgens 150 jaar lang in de aardlagen op zoek gegaan naar de bewijzen daarvan.

In het algemeen zou gezegd kunnen worden dat de tot nu toe beschikbare fossiele gegevens juist voornamelijk in tegenspraak zijn met het Darwinistische idee van een zich geleidelijk vertakkende evolutionaire boom. Het lijkt eerder alsof nieuwe soorten ‘plotseling’ ontstaan, zonder dat er enige aanwijzing is voor een ontwikkeling van soorten via allerlei tussenvormen. Een in de jaren ’70 ontwikkelde ondertheorie van de evolutietheorie, ‘punctuated equilibrium’, verklaart dit probleem als volgt: soorten kennen gedurende lange tijd geen of nauwelijks evolutionaire verandering (een evenwicht of equilibrium), en dan treden er gedurende geologisch korte tijd relatief grote veranderingen op (een onderbreking of punctuation). Met deze theorie lijken de twijfels omtrent het bestaan van macro-evolutie echter alleen maar groter te worden, want macro-evolutie zou nu in een relatief kort tijdsbestek voor grote sprongen in de evolutie moeten hebben gezorgd. Een deel van de wetenschappers kiest er dan ook voor om achter het idee van een geleidelijke ontwikkeling van soorten te blijven staan, ondanks de geologische vondsten die eerder op het tegendeel wijzen.

Een ander probleem komt voort uit de kansberekening, met name wanneer het gaat om de kans op het ontstaan van leven. Volgens de evolutietheorie is het leven een paar miljard jaar geleden ontstaan in een levenloze chaos, genaamd de oersoep. Door toeval kwamen de juiste moleculen bij elkaar en ontstond er een steeds langer en meer ingewikkeld molecuul. Zo ging het door totdat er een molecuul was dat zichzelf kon voortplanten en een levend wezen vormde. Dit molecuul moet volgens de evolutietheorie een eiwit zijn geweest dat bestond uit 100 aminozuren. De kans op het via toeval ontstaan van een dergelijk molecuul is volgens wiskundige kansberekening 1:10130, ofwel 1 staat tot een getal met 130 nullen. Zulke grote getallen zijn onbegrijpelijk, maar het is een vrijwel onmogelijk kleine kans. Bovendien staat allerminst vast dat het ontstaan van een dergelijk molecuul voldoende zou zijn geweest voor het ontstaan van leven, want het simpelste organisme dat we momenteel kennen, een micrococcus, bestaat uit 200.000 van dit soort ingewikkelde moleculen. Op basis van al deze vraagtekens bij de evolutietheorie lijkt er in ieder geval genoeg aanleiding te zijn om de evolutietheorie niet als een onomstotelijk bewezen theorie te zien. Zeker wanneer het gaat om de macro-evolutie lijkt een groot deel van de evolutietheorie eerder gebaseerd te zijn op onbevredigende speculatie dan op wetenschap.

Ook de vraag hoe er plotseling zoiets als het menselijke bewustzijn heeft kunnen ontstaan, kan de wetenschap in mijn ogen niet bevredigend beantwoorden. Het gangbare wetenschappelijke idee dat bewustzijn min of meer ‘uit het niets’ is ontstaan als een bijproduct van de evolutie, vormt naar mijn idee een zeer beperkte verklaring. Zelf geef ik liever de voorkeur aan een andere zienswijze waarin bewustzijn als essentieel wordt gezien voor alles dat bestaat. Het uitgangspunt daarbij is dat er aan alles een oneindig beginsel ten grondslag ligt, waarvan de essentie vaak wordt omschreven als bewustzijn. Die gedachte vormt als het ware het grondthema van deze tekst, maar het is tegelijkertijd misschien ook wel het moeilijkste onderwerp omdat bewustzijn niet goed in woorden uitgelegd kan worden. Voor het verdere verloop van de tekst zou bewustzijn in gebrekkige termen misschien begrepen kunnen worden als een alomvattend en ordenend principe, als de wortel van alle dingen. Het menselijk zelfbewustzijn vormt daar dan een onderdeel van en het gebied dat wij bewust waarnemen wordt wel omschreven als een octaaf binnen een oneindig spectrum van bewustzijn. Zo bezien is alles in essentie bewustzijn, in oneindig veel variabele gradaties of frequenties. Wat wij via onze zintuigen waarnemen als materie kan op die manier begrepen worden als ‘uitgekristalliseerd’ bewustzijn en dat zou betekenen dat materie en bewustzijn in essentie gelijk zijn. Het alternatief is namelijk dat er tussen materie en bewustzijn een absoluut verschil bestaat, wat inhoudt dat het ene zou kunnen leiden tot iets dat absoluut en compleet verschillend is van zichzelf. Dat lijkt echter onmogelijk en daarom zie ik meer in het idee dat het verschil tussen materie en bewustzijn slechts relatief is. Op het belang van die relativiteit zal later in de tekst nog verder in worden gegaan.

Het is in ieder geval duidelijk dat deze zienswijze in aanzienlijke mate verschilt van het wetenschappelijke materialisme van deze tijd. Misschien wordt dat verschil nog wel het duidelijkst wanneer het gaat om de verklaring voor het fenomeen leven. In de wetenschap wordt leven gezien als een bijproduct van de materie, een eigenschap die ontstaat wanneer de materie een bepaald niveau van complexiteit heeft bereikt. Materie zelf is volgens de wetenschap absoluut dood. Hiertegenover staat echter de zienswijze die uitgaat van de waarneming dat er in de natuur nooit sprake is van volledige stilstand. In combinatie met het uitgangspunt dat er aan alles een vorm van bewustzijn ten grondslag ligt, wordt dan ook wel gezegd dat alles wat bestaat in zekere zin ook leeft. Iedere entiteit is dan in beginsel een levende en bewuste entiteit, maar de graad van gemanifesteerd leven en bewustzijn is uitermate gevarieerd. Zo bezien vormt ook leven een fundamentele eenheid met bewustzijn.

Op grond van het voorgaande zou evolutie nu begrepen kunnen worden als de ontvouwing van bewustzijn en leven. Oorspronkelijk betekent evolutie ‘het ontvouwen van binnenuit' en ik geloof inderdaad dat het een proces is dat van binnenuit wordt vormgegeven. De natuur gebruikt zo als het ware ‘voertuigen van materie’ om uitdrukking te geven aan de innerlijke essentie van bewustzijn en leven. Evolutie is dan niet langer het gevolg van een reeks willekeurige en toevallige mutaties, maar is eerder het resultaat van de wisselwerking tussen innerlijke impulsen en omgevende stimuli. De wetenschappelijke evolutietheorie geeft in mijn ogen dan ook slechts een zeer beperkte en onvolledige verklaring voor het ontstaan van leven en voor het ontstaan van de mens.

Op basis van de twijfel over de evolutietheorie is het naar mijn idee niet uitgesloten dat de prehistorische geschiedenis van de mens heel anders in elkaar zit dan wat er nu in de geschiedenisboeken wordt vermeld. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat de mens al veel langer als intelligent wezen op de aarde heeft rondgelopen en dat er verschillende perioden in de verre geschiedenis zijn geweest met een zeer hoog kennisniveau. Met name de wereldwijd voorkomende piramides en andere raadselachtige monumenten lijken hierop te wijzen. Veel van die monumenten laten een diepgaande kennis zien van de bewegingen van de sterren en planeten: vaak vormen ze een zeer nauwkeurige afspiegeling van bepaalde stellaire posities. De constructiemethode van een groot deel van dergelijke monumenten is in principe nog grotendeels onopgehelderd, maar in ieder geval kan vastgesteld worden dat er in een aantal gevallen dermate zware steenblokken zijn gebruikt dat ze met de huidige apparatuur niet of nauwelijks te tillen zouden zijn. Ook de zogenaamde cyclopische muren, die wereldwijd gevonden worden, roepen vragen op over de gebruikte bouwtechniek. Die muren zijn namelijk opgebouwd uit blokken steen met een gewicht van vele tonnen die zo nauw aansluiten dat er vaak geen mes tussen is te krijgen. Wat de bouwstijl extra bijzonder maakt is dat de blokken meestal veelhoekig van vorm zijn, in Cuzco bijvoorbeeld bestaat er een nauwkeurig passende steen met maarliefst twaalf hoeken. Niet alleen de gehanteerde bouwstijl is een raadsel, ook de datering van de oude monumenten roept vragen op. Volgens de gebruikelijke uitleg zijn de monumenten van relatief recente datum, dat wil zeggen enkele duizenden jaren oud, maar veel onderzoekers van buiten de wetenschappelijke consensus beweren dat dergelijke monumenten wellicht veel ouder zijn. Daarbij wordt dan vaak opgemerkt dat de betrouwbaarheid van de gebruikte dateringsmethoden, zoals C14-koolstofdatering, in feite niet zo groot is.

Naast de monumenten en andere opgravingen laten ook de oudste volkslegenden en religieuze geschriften een ander beeld zien van de geschiedenis van de mens, maar vaak worden dergelijke verhalen afgedaan als verzinsels. Toch zijn er bepaalde elementen die zo universeel voorkomen in de volkslegenden dat de vraag gesteld kan worden of het inderdaad allemaal slechts is gebaseerd op fantasie. Wereldwijd komen in de oude geschriften bijvoorbeeld verhalen naar voren over het bestaan van één of meer volken die grote technische kennis zouden hebben bezeten. Zo wordt in de oudste Indiase geschriften regelmatig gesproken over het bestaan van vliegende machines (vimana’s) en ook in andere culturen zijn verwijzingen gevonden naar het bestaan van de vliegkunst. Deze kennis zou onder meer hebben toebehoord aan het zogenaamde Atlantische volk, die geleefd zouden hebben op een continent dat nu volgens dat nu volgens talrijke legendes grotendeels verzonken ligt in de Atlantische oceaan. Bij vrijwel alle oude volken verspreid over de aarde worden dergelijke verhalen over een grote zondvloed aangetroffen, met als bekendste voorbeeld waarschijnlijk de vertelling in de Bijbel. Als tastbare aanwijzing zijn er bovendien op een aantal plaatsen in de wereld, bijvoorbeeld voor de kust van Japan bij Okinawa, verzonken steden en monumenten gevonden die mogelijkerwijs deel hebben uitgemaakt van dit oude continent.

Het geologische model van de platentektoniek sluit echter uit dat een dergelijk groot continent in zijn geheel zou kunnen verzinken, maar de vraag is of dit model wel correct is. Bij nadere beschouwing blijkt dat de platentektoniek op veel geologische bevindingen eigenlijk geen goed antwoord heeft: volgens het platentektoniekmodel zou er bijvoorbeeld relatief jong gesteente aangetroffen moeten worden op plaatsen waar de aardschollen van elkaar af bewegen, maar dit blijkt in veel gevallen helemaal niet zo te zijn. Er zijn alternatieve modellen die deze onvolkomenheden van de platentektoniek beter kunnen verklaren en die modellen sluiten niet uit dat er weldegelijk krachten bestaan waardoor hele continenten cyclisch kunnen opreizen en wegzinken. Als er uit wordt gegaan van de grondgedachte van deze tekst - het idee dat er aan alles een vorm van bewustzijn ten grondslag ligt - dan zou dit ook moeten gelden voor de aarde. De krachten die haar vormgeven zijn zo bezien dan ook niet strikt willekeurig en daarbij wordt wel gezegd dat de aarde inderdaad bepaalde eigenschappen lijkt te hebben van een groot ‘organisme’.

In verband daarmee is met name het onderwerp aardolie interessant en in het bijzonder de oorsprong van aardolie. Het gangbare uitgangspunt is dat aardolie onder grote druk wordt gevormd door de ontbinding van organisch materiaal. In de schaduw van deze theorie heeft echter altijd een andere theorie gestaan: de zogenaamde ‘abiotische theorie’. Die theorie stelt dat aardolie wordt gemaakt door anorganische processen diep in de kern van de aarde. Onder andere de chemische samenstelling van aardolie zou volgens aanhangers van deze abiotische theorie wijzen op een anorganische oorspong. Sinds de jaren ‘70 is gewaarschuwd voor een naderend tekort aan fossiele brandstoffen, maar geen van die voorspellingen is tot op heden uitgekomen. Van sommige oliebronnen is juist bekend dat ze in de loop der tijd op een onverklaarbare manier weer zijn aangevuld. Als aardolie inderdaad door de aarde zelf wordt geproduceerd, dan zou dat ten dele kunnen verklaren waarom er nog steeds geen eind lijkt te komen aan de voorraad aardolie. In verband met het eerder genoemde idee dat de aarde bepaalde eigenschappen lijkt te hebben van een groot ‘organisme’, wordt dan soms wel gezegd dat aardolie als het ware gezien kan worden als het bloed van de aarde.

Het probleem van de opwarming van de aarde sluit nauw aan bij het onderwerp aardolie. Er wordt in de media bijzonder veel aandacht besteed aan de gevolgen die de CO2-uitstoot zou hebben op het klimaat, maar bij nadere beschouwing lijkt het effect van CO2 op de opwarming van de aarde feitelijk zeer gering te zijn. Het klimaat zit ontzettend complex in elkaar en het wordt beïnvloed door zaken waar de wetenschap nog maar zeer beperkte kennis van heeft. De ionosfeer bijvoorbeeld is een laag rond de aarde waar de deeltjes door straling van de zon worden geïoniseerd en de processen die zich daar afspelen lijken een grote, maar veelal onbegrepen, invloed op het klimaat te hebben. Ondanks de complexiteit van het weer zijn er weldegelijk aanwijzingen dat het klimaat voortdurend aan verandering onderhevig is. De vraag is echter of dat primair wordt veroorzaakt door de toegenomen CO2-uitstoot, of dat er wellicht andere factoren aanwezig zijn die een veel grotere rol spelen. Het is in ieder geval duidelijk dat er grote economische belangen zijn verbonden met de aandacht voor CO2. Het bedrijfsleven en de politiek gebruiken dit thema immers veelvuldig om zichzelf via PR (public relations) een positief groen imago aan te meten. Aan dergelijke PR wordt veel geld uitgegeven omdat het voor bedrijven van groot belang is om een positief imago te hebben. Maar tot in hoeverre kunnen de wetenschappelijke bevindingen nog werkelijk objectief genoemd worden wanneer de economische en politieke belangen zo groot zijn? Diezelfde vraag kan trouwens ook gesteld worden bij de eerder genoemde controverse omtrent de oorsprong van aardolie.

Van de klimaatproblematiek en de meteorologie is de stap naar de natuurkunde niet al te groot. De onderwerpen uit de natuurkunde zijn zeer complex en ik benadruk dat de technische diepgang mijn pet in veel gevallen ver te boven gaat. Toch zijn dergelijke onderwerpen te belangrijk om simpelweg over te slaan. Er zijn gelukkig genoeg artikelen geschreven die wat eenvoudiger te begrijpen zijn en ik heb getracht datgene uit die artikelen te halen wat van belang lijkt te zijn. In principe zijn er in de moderne natuurkunde twee belangrijke theorieën: de relativiteitstheorie en de kwantummechanica. Het terrein van de macroscopische wereld, de planeten en sterren, wordt omschreven door de relativiteitstheorie; de kwantummechanica beschrijft het gebied van de allerkleinste, ofwel subatomaire deeltjes. Op dit moment zijn er ongeveer 200 van die subatomaire deeltjes bekend en die worden met behulp van het Standaardmodel omschreven en ingedeeld in grofweg twee hoofdfamilies: krachtvoelende fermionen en krachtdragende bosonen. De fermionen worden gezien als de bouwstenen van materie en een bekend voorbeeld van een fermion is het elektron. Om te verklaren hoe de fundamentele natuurkrachten worden overgedragen tussen de fermionen wordt de kwantumveldentheorie gebruikt. Deze theorie geeft een verklaring voor drie van de in totaal vier fundamentele natuurkrachten: de elektromagnetische en de sterke en zwakke kernkracht. De vierde kracht - de zwaartekracht - kan niet verklaard worden met de kwantumveldentheorie. Voor wat betreft de eerste drie natuurkrachten is het idee dat de krachten voortkomen uit materiedeeltjes (fermionen) die constant verschillende krachtdragende deeltjes (bosonen) uitzenden en absorberen. Bosonen worden dus voorgesteld als krachtdragende deeltjes die de fundamentele natuurkrachten overdragen aan de krachtvoelende deeltjes. Voorbeelden van bosonen zijn gluonen, waarmee protonen in een atoomkern aan elkaar blijven ‘kleven’, en fotonen, die corresponderen met de elektromagnetische kracht. Op die manier ontstaan de verschillende kwantumvelden, zoals het elektromagnetische veld. Kort gezegd komt het erop neer dat de fundamentele natuurkrachten worden overgebracht door de krachtdragende deeltjes, die zijn ontstaan ten gevolge van een uitwisseling tussen een krachtvoelend deeltje en het kwantumveld in kwestie. Alle deeltjes worden in die zin beschouwd als aangeslagen kwantumtoestanden van de verschillende kwantumvelden.

Een belangrijk uitgangspunt binnen de kwantummechanica vormt het idee dat de subatomaire deeltjes niet beschouwd moeten worden als pure materiedeeltjes, maar als golfpatronen. Dit uitgangspunt wordt zowel ondersteunt door de theoretische formules als door talloze experimenten. Bij het tweespletenexperiment bijvoorbeeld ontstaat er een golfachtig patroon wanneer beide spleten open zijn, ondanks dat er slechts één foton-‘deeltje’ tegelijk op de spleten afkomt. Dit merkwaardige fenomeen is een voorbeeld van het zogenaamde ‘golf-deeltje-dualisme’ van de kwantummechanica. Deeltjes worden in feite dus niet meer gezien als pure materie, maar als patronen van energie. Anders uitgedrukt: de krachtdragende en krachtvoelende deeltjes worden niet meer beschouwd als kleine biljartballetjes, maar als compacte golfjes in een energieveld, ofwel als aangeslagen toestanden in een kwantumveld. Dergelijke patronen van energie worden golffuncties genoemd en die patronen worden zeer nauwkeurig omschreven door de zogenaamde Schrödinger vergelijking. De oplossing van deze vergelijking, de golffunctie, beschrijft de waarschijnlijkheid om een deeltje in een bepaald deel van de ruimte aan te treffen en daarom heet de golffunctie ook wel een waarschijnlijkheidsgolf. Voor geen enkel punt in de ruimte geldt volgens deze vergelijking dat de kans op het aantreffen van een bepaald deeltje ‘nul’ is. De gangbare (Kopenhaagse) interpretatie stelt daarom dat ieder deeltje voorafgaand aan een meting in potentie op een oneindig aantal plekken tegelijkertijd aanwezig is. Bij een meting zal een deeltje dan in een bepaald punt van de ruimte gevonden worden en de interpretatie is dat de waarschijnlijkheidsgolf op dat moment als het ware ‘instort vanuit een superpositie’, waardoor het deeltje zich in de werkelijkheid lokaliseert.

Een aanvulling op deze interpretatie vormt de onzekerheidsrelatie van Heisenberg, die stelt dat volledige informatie over de energie van een deeltje op een zekere plaats en tijdstip niet bestaat: als de plaats bekend is, dan is de snelheid onzeker en omgekeerd geldt hetzelfde. Dit is gebaseerd op de eigenschappen van golven: van een golf in het water is het bijvoorbeeld wel mogelijk om aan te wijzen waar het water verstoord werd of waar het punt ligt met de hoogste amplitude, maar een golf heeft geen exacte plaats of tijd. In de kwantummechanica wordt ieder deeltje beschouwd als een golfpakketje en daarom is de onzekerheidsrelatie van toepassing. Bovendien speelt er bij de meting van de allerkleinste deeltjes nog iets anders: voor iedere meting is er op zijn minst één deeltje van energie nodig om de meting te registreren. Dit geeft echter altijd een verstoring van de meting. De gangbare interpretatie van deze onzekerheidsrelatie van Heisenberg is dat er overal, zelfs in een absoluut vacuüm, een kans bestaat dat een willekeurig deeltje ergens opduikt. Een elektron heeft volgens deze interpretatie dus geen vaste plaats, maar zijn positie is eerder een kansboogje dat over de ruimte is uitgesmeerd. Theoretisch kan het elektron dus overal worden gevonden, maar het meest waarschijnlijk is dat een elektron gewoon in de schil rondom een atoomkern wordt aangetroffen. De onzekerheidsrelatie geldt voor ieder deeltje: ieder deeltje zou dus in theorie overal in de ruimte aangetroffen kunnen worden en daarom is de gedachte dat ieder punt in de ruimte, zelfs een vacuüm met de absolutie temperatuur van het nulpunt, is doortrokken van zogenaamde kwantumruis, of kwantumfluctuaties. Overal zouden in theorie allerlei deeltjes opduiken, die echter direct weer opgeheven worden door een corresponderend antideeltje. Deze kwantumfluctuaties worden verklaard door de veronderstelde aanwezigheid van een onderliggend kwantumveld (ook wel kwantumvacuüm) dat zou bestaan uit elektro-magnetische stralingsvelden (nulpuntenergievelden) en kortlevende virtuele deeltjes. Dit onderliggende veld wordt gezien als een alomtegenwoordig medium dat in principe bestaat uit oneindige energie. Het kwantumveld is voor de wetenschap het ultieme bodemniveau van de werkelijkheid, als het ware de zee waar de werkelijkheid op drijft.

Misschien is het daarom enigszins vreemd te noemen dat er relatief weinig aandacht wordt besteed aan onderzoek naar dit fundamentele veld. De verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de wetenschap niet zoveel kan met het concept van een onderliggend kwantumveld. Volgens de gangbare theorie wordt ieder deeltje immers direct weer opgeheven door een corresponderend antideeltje. Ook bevindt dit onderzoeksgebied zich in een voor wetenschappers onaantrekkelijke zweverige sfeer, omdat de suggestie van het vrij kunnen maken van oneindige energie veel aandacht heeft getrokken van bijvoorbeeld de New Age beweging. Toch zijn er weldegelijk verschillende verschijnselen en experimenten die inderdaad wijzen op het bestaan van een dergelijk onderliggend veld van energie, zoals het Casimir-effect en Bells theorema van non-lokaliteit. Het Casimir-effect is het natuurkundige verschijnsel dat twee bij elkaar geplaatste metalen platen in een vacuüm door kwantumfluctuaties naar elkaar toe worden gedreven. Het theorema van Bell zegt dat het gedrag van deeltjes die eerst met elkaar in interactie staan en dan van elkaar worden verwijderd, niet verklaard kan worden met signalen die net zo snel of langzamer gaan dan de lichtsnelheid. De deeltjes lijken op relatief grote afstand in een directe verbinding met elkaar te staan en daarom wordt het verschijnsel ook wel ‘non-lokaliteit’ of kwantumverstrengeling genoemd. Dit verschijnsel gaat echter in tegen de natuurkundige wet die stelt dat de lichtsnelheid de maximale snelheid is. De verklaring voor dit fenomeen wordt gezocht in het bestaan van het onderliggende kwantumveld waarin dergelijke non-lokale verschijnselen hun oorsprong zouden vinden.

De kwantumtheorie wordt gezien als één van de meest succesvolle wetenschappelijke theorieën die ooit zijn bedacht. De reden daarvoor is dat het model er nauwkeurig in slaagt om allerlei zaken te voorspellen en bovendien heeft het geleid tot een aantal bruikbare innovaties. Er wordt bijvoorbeeld veel verwacht van kwantumcomputers die functioneren op basis van het fenomeen kwantumverstrengeling. Toch zijn er een aantal belangrijke tekortkomingen aan de theorie die de wetenschap zelf deels ook onderkent. Een belangrijk en actueel probleem is bijvoorbeeld de massa van deeltjes. Het standaardmodel en de kwantumfysica veronderstellen immers dat de elementaire deeltjes overal, constant en willekeurig vanuit het niets kunnen verschijnen en direct weer verdwijnen. Dat betekent dat de deeltjes dan volstrekt structuurloos, oneindig klein en dimensieloos moeten zijn. Dit geeft ten eerste allerlei mathematische problemen, die opgelost lijken te worden met trucs zoals het vervangen van de oneindigheid in de formules door constanten: een arbitrair proces dat ‘renormalisatie’ wordt genoemd. Ten tweede is het met deze onwaarschijnlijke eigenschappen van deeltjes onmogelijk gebleken om te verklaren waarom deeltjes massa hebben. In de praktijk kan de massa van de bouwstenen van materie (fermionen) echter eenvoudig worden gemeten, zodat er dus iets moet ontbreken aan de theorie. Men veronderstelt daarom het bestaan van een extra deeltje: het Higgs-boson. Via een interactie met het eveneens hypothetische Higgs-veld zouden de deeltjes dan op de een of andere manier aan hun massa komen. Het voortbestaan van de huidige theorieën is voor een belangrijk deel afhankelijk van het bestaan van dit deeltje en men hoopt het daarom te kunnen aantonen met de grote deeltjesversneller in Zwitserland. Het is echter de vraag of een dergelijk fundamenteel deeltje wel werkelijk bestaat of dat het misschien slechts een kunstmatige toevoeging is geweest om een gebrek van de theorie te camoufleren. Overigens geldt voor een aanzienlijk deel van de andere subatomaire deeltjes dat ze ook nooit direct zijn aangetoond, maar dat hun bestaan indirect is afgeleid uit de gehanteerde theorieën. De zoektocht naar steeds kleinere deeltjes met behulp van deeltjesversnellers levert namelijk zoveel data op dat er slechts met behulp van voorgeprogrammeerde modellen nuttige informatie uit valt te halen. Men zoekt dus in de data naar patronen die verwacht worden en daarop volgt dan een interpretatie. Iedere interpretatie is daarom gebaseerd op van te voren bepaalde aannames en die zouden in principe ook onwaar kunnen zijn.

Een ander evident probleem van de natuurkunde is dat het tot op heden niet lukt om de vier fundamentele natuurkrachten in één theorie samen te bundelen. De kwantumfysica beschrijft er namelijk drie, maar de vierde past niet in het model. Die vierde kracht is de zwaartekracht en die wordt omschreven als een kromming van de ruimtetijd door de relativiteitstheorie, terwijl de overige drie krachten beschreven worden als de uitwisseling tussen krachtdragende deeltjes. Deze twee theorieën zijn onverenigbaar gebleken. Lange tijd hebben wetenschappers daarom gezocht naar een alternatief concept om de krachten wel in één theorie te beschrijven en over het algemeen wordt de snaartheorie als grootste kanshebber beschouwd. De snaartheorie veronderstelt dat deeltjes in werkelijkheid zeer kleine (10-33 cm), trillende, eendimensionale snaren zijn, die zouden bestaan in de tien dimensies van de ‘ruimtetijd’. Dit illustreert naar mijn idee een algemeen probleem van de natuurkunde: de verklaringen bevatten zodanig veel abstracties dat de geloofwaardigheid soms verloren gaat. Al die abstracte theorieën lijken erop te wijzen dat de natuurkunde zich als het ware in mathematische en onlogische kronkels moet wringen om de modellen overeind te kunnen houden. Goed beschouwd lijkt het erop dat de natuurkundigen genoodzaakt zijn om steeds meer complexiteit in hun formules aan te brengen zodat onverwachte resultaten toch ‘verklaard’ kunnen worden vanuit de natuurkundige consensus. Dat levert echter allerlei mathematische abstracties op die in een bepaald opzicht misschien heel nuttig kunnen zijn als model, maar die op andere punten duidelijk te kort schieten en bovendien niets werkelijk verklaren. Hetzelfde geldt naar mijn idee ook voor de astronomie, waar met behulp van precies dezelfde abstracties onderwerpen zoals de oerknaltheorie en zwarte gaten verklaard worden. Voorbeelden van de gebruikte abstracties zijn termen als gekromde ruimtetijd, donkere energie en singulariteit (oneindig kleine ruimtepunten).

Het is moeilijk voor te stellen hoe al deze mathematische abstracties, zoals volstrekt structuurloze, oneindig kleine en dimensieloze deeltjes, de concrete werkelijkheid zouden kunnen vormen. Hetzelfde geldt in mijn ogen voor zaken als singulariteit, gekromde ruimtetijd en eendimensionale snaren. Ook het idee dat zogenaamde waarschijnlijkheidsgolven, die feitelijk niet meer zijn dan een mathematische constructie, zouden kunnen ‘instorten’ tot een gelokaliseerd deeltje, lijkt een voorbeeld te zijn van het verwisselen van een abstract idee met de werkelijkheid. Al deze concepten zijn op zich nuttig in een bepaalde context, maar ze lijken toch voornamelijk voort te komen uit de menselijke fantasie. Het is immers vrijwel onmogelijk voor te stellen hoe dergelijke abstracties de concrete werkelijk kunnen beïnvloeden, en ze verklaren naar mijn idee dan ook weinig.

Een kernbegrip binnen de natuurkunde is energie, maar ook dit lijkt bij nader inzien een vrij abstract en leeg begrip te zijn. Zoals eerder gezegd worden de fundamentele deeltjes in de kwantummechanica feitelijk niet meer gezien als pure materie, maar als patronen van energie. De moderne wetenschap heeft de stof zover ontleed dat ze lijkt te verdwijnen in wolkjes energie en die patronen van energie zouden georganiseerd worden door alomtegenwoordige energievelden: het zwaartekracht veld en het elektromagnetische veld bijvoorbeeld. Deze velden zijn volgens de wetenschap noch ruimte noch materie, maar ze beïnvloeden de materie wel: de velden bevatten dus energie. Energie wordt gedefinieerd als ‘het vermogen tot het verrichten van arbeid’ en het kan daarom opgevat worden als een vorm van beweging of activiteit. Nu zouden de energievelden zich volgens de wetenschap als golven voort kunnen planten door absoluut lege ruimte, wat erop neerkomt dat energie onafhankelijk van materie zou kunnen bestaan. Dit is echter een moeilijk voor te stellen gedachte, want het lijkt een vanzelfsprekende waarheid dat er geen golfbeweging of energie kan zijn zonder dat er iets golft of beweegt. Een logischer gedachte is naar mijn idee dat wanneer de ruimte slechts absolute leegte zou zijn, dat het dan feitelijk niet zou bestaan en dat er ook niets in zou bestaan of doorheen zou kunnen bewegen.

De natuurkunde hanteert dus het idee dat gebieden zonder materie absoluut leeg zijn, maar toch wil ze die leegte niet ‘niets’ noemen. Zelfs een absoluut vacuüm is volgens de experimenten en de theorie immers nog vol van onmeetbare activiteit: de kwantumfluctuaties in het onderliggende kwantumveld. Dit onderliggende veld vormt enerzijds een verklaring voor een aantal belangrijke verschijnselen, zoals non-lokaliteit, anderzijds wordt ook deze theorie van een onderliggend veld gekenmerkt door allerlei abstracte en onlogische eigenschappen. Het zou namelijk een absolute en structuurloze homogeniteit zijn: een ondeelbare eenheid dus, die volstrekt plaats-, tijd- en afmetingloos is. Het lijkt echter moeilijk voor te stellen hoe een volstrekt homogene en ondeelbare structuur, of dat nu een fermion of kwantumveld is, deel zou kunnen nemen aan een interactie met andere fysieke structuren. Interactie impliceert immers het uitwisselen van energie of kracht waardoor er een vervorming optreedt in de interne structuur van een entiteit. Wanneer die structuur echter volstrekt homogeen zou zijn, dan zou er geen sprake zijn van een interne structuur en zou er ook geen vervorming kunnen optreden. De kracht van de interactie zou dan altijd afketsen en in feite oneindig snel moeten doorschieten naar de andere kant. Op basis van het gegeven dat er voortdurend allerlei interacties plaatsvinden, zou de logische conclusie dan ook zijn dat iedere interactie per definitie vraagt om een interne structuur die vervormd kan worden. Absolute homogeniteit en ondeelbaarheid zijn volgens deze logica dan ook uitgesloten en een fundamenteel ondeelbaar deeltje of veld zou alleen kunnen bestaan wanneer er een toevlucht wordt gezocht in de talrijke abstracties en mathematische trucs van de natuurkunde.

De natuurkunde slaagt er naar mijn idee niet in om een rationele, begrijpelijke en causale verklaring voor de natuur te geven. De theorieën van de natuurkunde zijn eerder contra-intuïtief en vreemd te noemen. Misschien ligt de verklaring voor die ontoereikendheid van de natuurkunde voor een groot deel in de methode die wordt gehanteerd. Op alle terreinen van de wetenschap, ook in de natuurkunde, is men sinds de 17e en 18e eeuw te werk gegaan via een methode van verregaande versimplificatie en reductie tot materiële processen. Bovendien heeft er in de wetenschap altijd een onbegrensd vertrouwen bestaan in het vermogen van de menselijke ratio om de geheimen van de kosmos te ontrafelen. Het universum is door de wetenschap altijd gezien als een mechaniek, een machine die net als een computer te herleiden zou zijn tot losse onderdelen. Deze eenzijdige denkmethode heeft weliswaar veel kennis opgeleverd, maar het vormt misschien ook een beperking voor het krijgen van een verder begrip van de wereld. Iets dat leeft kan naar mijn idee namelijk niet herleid worden tot louter losse onderdelen. Zoals ik eerder al zei, denk ik dat alles wat bestaat in feite ‘leeft’ omdat er naar mijn idee aan alles bewustzijn ten grondslag ligt. Voor een begrip van de kosmos, of zelfs maar een onderdeel daarvan, lijkt de klassieke wetenschappelijke methode dan ook niet zo erg geschikt omdat bewustzijn simpelweg niet opgesplitst kan worden. Het totaal van het leven zal dan altijd meer blijken te zijn dan de som der delen. Het idee dat de menselijke ratio via de klassieke wetenschappelijke methode in staat zou zijn de kosmos volledig te begrijpen als een logisch functionerende ‘machine’ kan naar mijn idee dan ook niet kloppen, omdat er dan voorbij wordt gegaan aan het belang van het achterliggende principe van bewustzijn.

De wetenschap ziet materie als patronen van energie en dat lijkt misschien in de buurt te komen van het idee dat er aan alles bewustzijn ten grondslag ligt. Toch is er een groot verschil, want hoewel bewustzijn omschreven zou kunnen worden als energie, is het tegelijkertijd veel meer dan de ‘dode en blinde’ energie van de wetenschap. De wetenschappelijke opvatting dat alles energie is, staat nog ver af van het eerder beschreven idee, namelijk dat leven een onafscheidelijke eenheid vormt met materie en bewustzijn. Een ander verschil in opvatting is dat bewustzijn, in tegenstelling tot de energie van de wetenschap, niet volledig onafhankelijk van materie kan bestaan, want dan zou hetzelfde probleem gelden voor bewustzijn als voor bijvoorbeeld de krachtvelden: iets dat puur non-materieel is, kan volgens de logica namelijk niet op iets stoffelijks inwerken.

De sleutel tot een verder begrip ligt denk ik in het volgende: wat wij waarnemen als materie kan misschien omgeschreven worden als een figuurlijke octaaf binnen een oneindig spectrum van bewustzijn. Met behulp van de moderne techniek is de mens in staat tot het waarnemen van ongeveer 100 octaven van het elektromagnetische spectrum, variërend van radiogolven tot licht en gammastraling, maar er is geen reden om aan te nemen dat dit spectrum ergens een begin of einde heeft. Een belangrijke eigenschap van deze straling is dat golven van voldoende verschillende frequentie niet met elkaar interfereren, zodat ze zonder problemen door elkaar kunnen bewegen. Als materie nu wordt opgevat als de kristallisatie van straling uit het bewustzijn-/licht-/energiespectrum, dan lijkt het redelijk om aan te nemen dat de oneindigheid van dit spectrum ook inhoudt dat er een oneindig aantal graden van relatieve materie bestaat. Ons waarneembare universum vormt dan als het ware één ‘octaaf’ binnen een oneindig spectrum van bewustzijn, en het wordt tegelijkertijd doortrokken door een oneindig aantal andere werelden die buiten ons bereik van waarneming liggen. Wat wij bewustzijn of geest noemen, zou dan beschouwd kunnen worden als de relatief hoogste en subtielste vorm van energie en wat wij waarnemen als materie is dan de relatief laagste vorm van energie binnen ons bereik.

Ik denk dat dit concept van de relativiteit van onze wereld ten opzichte van het bestaan van diepere niveaus van de werkelijkheid noodzakelijk is om te komen tot een logische, causale en begrijpelijke verklaring van de basisconcepten van de natuurkunde. Het onderkennen van het bestaan van een alomtegenwoordig onderliggend veld vormt waarschijnlijk het belangrijkste onderdeel van die verklaring. In bepaalde opzichten zou het door de wetenschap veronderstelde kwantumveld misschien gezien kunnen worden als een dergelijk alomtegenwoordig onderliggend veld, maar dit concept lijkt te veel mathematische abstracties te bevatten om te kunnen dienen als een werkelijke verklaring. Het idee van het kwantumveld heeft echter wel bepaalde kenmerken van een bruikbaar wetenschappelijk idee uit de 19e eeuw: wetenschappers geloofden toen namelijk dat golfbeweging plaatsvond in een universeel medium dat de ether werd genoemd. In het begin van de 20ste eeuw werd deze hypothese echter verlaten omdat de ether chemisch en stoffelijk onnaspeurbaar bleek, maar een verklaring voor de onvindbaarheid van de ether zou kunnen zijn dat deze bestaat uit zeer ijle of juist zeer dichte ‘substantie’ die buiten ons waarneembare spectrum, ofwel buiten onze octaaf ligt. Dat deze substantie niet waargenomen kan worden door de wetenschap betekent dus niet automatisch dat er dan achter onze materie slechts een absoluut homogene energie-eenheid schuil gaat. Materie zou volgens de ethertheorie voorgesteld kunnen worden als de concentratie van een relatief homogene ether die eraan ten grondslag ligt. Verder onderzoek zou waarschijnlijk aantonen dat deze relatief homogene ether eveneens een interne structuur bezit van deeltjes, die op hun beurt weer de concentratie zijn van een dieperliggende ether enzovoort. Naar mijn idee vormt het bestaan van deze ‘kosmische ethers’ de meest geschikte verklaring voor de natuur. In die ether liggen dan zowel leven als bewustzijn in allerlei gradaties besloten en in zekere zin is het ook substantieel, tot in zoverre dat het altijd deelbaar is en een interne structuur heeft.

Met behulp van de ethertheorie kunnen een aantal concrete zaken logischer uitgelegd worden, bijvoorbeeld het eerder besproken verschijnsel van non-lokaliteit. Dit fenomeen van non-lokaliteit, waarbij er volgens de wetenschap een oneindig snelle, ofwel directe, verbinding is tussen twee deeltjes, zou namelijk verklaard kunnen worden door het idee dat de signalen door de subtiele ether veel sneller voortbewegen dan licht, wat echter niet betekent dat er sprake zou moeten zijn van een oneindige snelheid. Bepaalde paranormale verschijnselen, zoals telepathie, zijn misschien op eenzelfde manier te verklaren met behulp van ethervelden. De zwaartekracht wordt op basis van de ethertheorie verklaard als stromingen van de ether zelf. Elektromagnetische straling zou volgens de ethertheorie voortkomen uit golfbewegingen die worden overgedragen door de ether en materie zou worden gegenereerd door vortex bewegingen (draaiingen) in de ether. Ook is er met behulp van de ethertheorie een andere uitleg mogelijk van de eerder genoemde Schrödingervergelijking: die vergelijking vertelt volgens de ethertheorie namelijk iets over de kans dat een deeltje op een bepaalde plaats van de ruimte wordt gevonden, en niet iets - zoals in de gebruikelijke interpretatie - over de kans dat een deeltje ‘in de werkelijk terecht komt’. Het idee dat ieder deeltje altijd een concreet bestaan in de werkelijkheid heeft, lijkt in ieder geval een stuk logischer dan de speculatie dat een deeltje zomaar uit het niets kan ‘instorten in de werkelijkheid’. Het patroon dat door een deeltje gevolgd wordt ligt volgens de ethertheorie besloten in een subtiel en verborgen niveau van bestaan, waardoor de relatieve illusie kan worden gewekt dat deeltjes overal willekeurig verschijnen. Op die manier wordt ook de onzekerheidsrelatie van Heisenberg uitgelegd: volgens de ethertheorie is elke meting inderdaad onzeker, maar die onzekerheid is slechts relatief omdat er een verborgen organiserend patroon besloten zou liggen in een dieper niveau van bestaan.

Een aantal moderne wetenschappers richt zich op de verdere ontwikkeling van het oude idee van de ethervelden en de modellen die zij ontwikkelen lijken in ieder geval rationeler te zijn dan de abstracties vanuit de natuurkundige consensus. Die alternatieve modellen beperken zich overigens niet alleen tot de natuurkunde, ook in bijvoorbeeld de biologie komen ze terug. Een bekend voorbeeld daarvan is de theorie van Sheldrake die uitgaat van het bestaan van morfogenetische velden, welke zouden zorgen voor de ontwikkeling en instandhouding van organismen. Dergelijke theorieën hebben nieuwe terreinen van de wetenschap ontsloten en het is interessant om die ontwikkeling te volgen. Wat echter opvalt aan deze alternatieve modellen is dat ze nagenoeg allemaal voorbij lijken te gaan aan het idee van een achterliggend principe van bewustzijn. In de wetenschap wordt er namelijk vrijwel standaard vanuit gegaan dat elke gebeurtenis willekeurig plaatsvindt. Dat wij een gebeurtenis niet kunnen voorspellen, of de oorzaak niet kunnen aanwijzen, hoeft echter niet te betekenen dat er dan ook geen oorzaak is. Misschien dat er op een dieper niveau wel oorzaken zijn aan te wijzen, die wij echter niet als zodanig kunnen herkennen. David Bohm is een van de weinige natuurkundigen die zich wel heeft bezig gehouden met het belang van bewustzijn en hij was van mening dat causaliteit niet zomaar uitgesloten kon worden. Hij dacht dat alle materiële dingen ook mentaal zijn en dat er oneindig veel meer subtiele niveaus van materie bestaan dan waarvan we ons bewust zijn, die bovendien allemaal met elkaar verbonden zijn. Hij geloofde daarbij dat er een impliciete orde ten grondslag lag aan deze eindeloze niveaus van materie, een impliciete orde waarin ook een verborgen causaliteit besloten zou kunnen liggen. Ook dacht hij dat zowel leven als bewustzijn diep zijn geworteld in de impliciete orde, zodat die beide een belangrijke rol spelen bij de manifestatie van materie. David Bohm ging met zijn holistische visie in tegen het reductionisme van de wetenschap. Hij dacht dat de mens de werkingen van de natuur nooit goed zou kunnen verklaren wanneer er alleen gekeken wordt naar de som van alle losse componenten. Een dergelijke reductionistische werkwijze is naar mijn idee inderdaad vaak vruchteloos omdat het totaal van het leven altijd meer zal blijken te zijn dan de som der delen.

Dat wil echter niet zeggen dat iedere poging tot begrip van de natuur dan zinloos is, want er zijn misschien geschiktere methoden om tot een relatief goed begrip van de werkingen van de natuur te komen. Het lijkt dan echter wel van belang dat onze werkelijkheid wordt gezien als relatief ten opzichte van een oneindig aantal diepere niveaus van bestaan. Daarom heb ik de gedachte ‘dat er aan alles een oneindig beginsel ten grondslag ligt, waarvan de essentie vaak wordt omschreven als bewustzijn’, het grondthema van deze tekst genoemd. Dit grenzeloze bewustzijn zou zich als het ware tonen door de manifestatie van een oneindig aantal concrete (eindige) entiteiten of niveaus van bestaan. Onze wereld is daar dan één van, net zoals ieder atoom, ieder mens enzovoort. De natuur vormt zo een eenheid in verscheidenheid: één in essentie, veelzijdig in vorm. De gedachte dat het grenzeloze ‘zich manifesteert’ of ‘zich toont’ is overigens slechts een beperkte beeldspraak, want het grenzeloze is per definitie onkenbaar en iedere poging tot omschrijving van het grenzeloze houdt feitelijk een beperking in. Het grenzeloze kan dan dus eigenlijk niet gezien worden als een entiteit die dingen ‘doet’, maar die beperkende beeldspraak is misschien wel nuttig om in ieder geval een idee te krijgen van het concept. De essentie van het grenzeloze beginsel wordt omschreven als bewustzijn en van dit bewustzijn wordt weer gezegd dat het een onafscheidelijke eenheid vormt met zowel leven als materie. De essentie van het grenzeloze zou dan nog preciezer omschreven kunnen worden als de eenheid van bewustzijn-leven-materie. Ieder systeem, bijvoorbeeld een plant, mens, zon of een atoom, is dan een bewuste, levende en substantiële entiteit, feitelijk dus de eenheid van bewustzijn-leven-materie die ‘zich manifesteert’ in een bepaalde range binnen het oneindige spectrum. Als alles inderdaad is gebaseerd op diezelfde essentie, dan zouden er ook algemeen geldende structurele, geometrische (phi) en evolutionaire principes moeten bestaan, die zowel gelden in de microkosmos als de macrokosmos. Dit principe van analogie (zo boven, zo beneden) lijkt, samen met besef van de relativiteit van onze wereld en de samenhang met bewustzijn, van vitaal belang te zijn om zo een stapje dichter te komen tot begrip van de werkelijkheid.

Er is tot slot nog een punt met betrekking tot de natuurkunde dat ik niet onvermeld wil laten. De ontwikkeling van de atoombom heeft namelijk duidelijk gemaakt dat natuurkundige kennis grote gevolgen kan hebben. Op vergelijkbare wijze zouden ook de praktische toepassingen van de ethertheorie potentieel een zeer groot gevaar kunnen opleveren. De beschikking over een dergelijke onuitputtelijke energiebron betekent namelijk automatisch ook de beschikking over een verwoestend wapen. Wetenschappers als Keely en Tesla leken op een gegeven moment op het spoor te zijn van een methode om deze zogenaamde ‘vrije energie’ te benutten, maar zowel Keely als Tesla zijn uiteindelijk gestuit op aanzienlijke tegenwerkingen. De speculatie is dat de energie- en oliemaatschappijen hier een rol in hebben gespeeld, omdat hun inkomsten zouden opdrogen met de komst van vrije energie. Een andere speculatie is dat het gevaar van een onuitputtelijke energiebron misschien zo groot is dat het concept van de ether als het ware niet geaccepteerd mocht worden. Beide speculaties zouden een kern van waarheid kunnen bevatten, maar naar mijn idee kan in ieder geval met meer zekerheid worden vastgesteld dat de ontwikkeling van geloofwaardige nieuwe inzichten voor een belangrijk deel is bemoeilijkt door de reductionistische en materialistische methode van de wetenschap.

Een duidelijk voorbeeld van de ontoereikendheid van de gebruikte wetenschappelijke methode is ook te vinden in de biologie. DNA wordt door veel biologen gezien als dé verklaring voor alle levensprocessen, maar dat lijkt wat overdreven. DNA reguleert inderdaad de vorming van eiwitten, de bouwstenen van ons lichaam, en is daarom belangrijk. Maar het verklaart niet hoe die losse bouwstenen zich organiseren tot een complex functionerend organisme, of hoe er uit één cel een baby kan groeien. Dit proces, waarbij enkele identieke cellen zich gaan delen, differentiëren en specialiseren zodanig dat ze gezamenlijk een organisme vormen, wordt morfogenese genoemd. Het feit dat alle cellen van een organisme dezelfde genetische code hebben en zich toch op de een of andere manier anders gedragen en weefsels en organen opbouwen van verschillende structuren, lijkt te wijzen op een vormgevende invloed die buiten het DNA ligt. Een vergelijkbaar proces valt overigens ook waar te nemen tussen organismen onderling, bijvoorbeeld bij mierenkolonies waar op spontane en onverklaarbare wijze zeer complexe nesten ontstaan. De mechanistische uiteenzettingen van ontwikkelingsbiologen kunnen deze processen waarbij zich spontaan complexe structuren vormen eigenlijk niet goed verklaren. Sommige onderzoekers zoeken de verklaring daarom in factoren die tot nu toe niet door de natuurwetenschappen erkend worden. Een bekend voorbeeld daarvan is de al eerder genoemde theorie van Sheldrake, die uitgaat van het bestaan van ‘morfogenetische velden’. Volgens Sheldrake wordt de ontwikkeling en de instandhouding van de lichamen van organismen geleid door deze morfogenetische velden. Een dergelijke verklaring op basis van het bestaan van vormgevende velden lijkt in mijn ogen inderdaad aannemelijker dan de mechanistische verklaringen vanuit de ontwikkelingsbiologie. In aanvulling op de ‘morfogenetische velden theorie’ beweren sommige onderzoekers dat DNA zou functioneren als de dynamische ontvanger van informatie uit de morfogenetische velden. Het is een interessante theorie, die echter meer gebaseerd is op speculatie dan op empirische feiten. Dat hoeft echter niet direct een reden te zijn om deze theorie opzij te schuiven, want de kennis omtrent de complexe eigenschappen van DNA is nog lang niet compleet.

Een ander voorbeeld van een voor de wetenschap moeilijk te verklaren fenomeen is de oorsprong van denkprocessen. Meestal wordt er binnen de wetenschap vanuit gegaan dat het denken een bijproduct van de materie is. Er zijn echter ook genoeg theorieën ontwikkeld die de bron van het denken niet puur in de materie plaatsen. Zelf zie ik meer in de theorieën die de oorsprong van gedachten en het denken zoeken in bewustzijnsvelden (velden van kosmische ether). Het brein is dan misschien niet de directe bron van onze ervaringen, maar eerder de ontvanger of verwerkingseenheid van de informatie die besloten ligt in subtiele bewustzijnsvelden die ons omringen. Onze herinneringen zijn dan niet aanwezig in het brein zelf, maar in de velden om ons heen. Eén van de kernideeën over dergelijke bewustzijnsvelden is dat het deze velden zijn die alles fundamenteel met elkaar verbinden: ondanks de oppervlakkige afgescheidenheid vormt alles in essentie toch een wezenlijke eenheid. Die verbondenheid wordt soms religieus geïnterpreteerd en ik denk inderdaad dat wetenschap en religie op dit punt als het ware in elkaar kunnen overvloeien. De fundamentele verbondenheid van alles wat bestaat en de verantwoordelijkheid die eruit voortkomt, lijken de grondslag te vormen van de meeste religies. Vrijwel alle religies zijn echter in meer of mindere mate ontaard in dogmatisme, maar toch lijkt onzelfzuchtigheid de gemeenschappelijke factor te zijn die in bijna alle godsdiensten is terug te vinden. Het thema van karma en reïncarnatie is hier vaak nauw mee verbonden en misschien dat karma en reïncarnatie in hun zuivere uitleg inderdaad nodig zijn om het verhaal compleet maken. Het uitgangspunt daarbij is dan dat de mens een samengesteld wezen zou zijn, met een lagere en een hogere natuur.

Het denkbeeld van deze samengestelde natuur speelt in de wereldgeschiedenis een prominente rol. De strijd tussen de hogere en lagere eigenschappen van de mens is een vast terugkerend thema in de kunst en literatuur en ook in de psychologie en religies. In die laatste twee is vaak een verdere verdeling van de menselijke constitutie te vinden in een aantal beginselen, bijvoorbeeld drie (christendom) of zeven (hindoeïsme). Het idee dat de mens een samengesteld wezen zou zijn, volgt min of meer uit het eerder beschreven idee, namelijk dat iedere entiteit in de kern gezien zou kunnen worden als de manifestatie van de eenheid bewustzijn-leven-materie. Het bewustzijn-leven gebruikt zo als het ware ‘voertuigen van materie’ om zich te manifesteren binnen een bepaald gebied van het oneindige bewustzijnsspectrum. Wat wij binnen ons gebied waarnemen als materie bevindt zich volgens deze redenatie aan de kant van het spectrum met het laagste trillingsgetal (grootste dichtheid). Onze gedachten daarentegen bevinden zich meer aan de kant met een hoger trillingsgetal en zijn daardoor ijler. Iedere entiteit, zo ook de mens, zou op die manier gezien kunnen worden als een samengesteld wezen met een hogere en lagere natuur. De verschillende menselijke beginselen worden wel omschreven als een aantal brandpunten die de energieën van hogere en lagere aard ontrekken aan de ons omringende velden van kosmische ether. Al deze energieën samen vormen dan de samengestelde constitutie van de mens met een hogere en lagere natuur. Een verstoring van deze energiestromen zou een grote rol kunnen spelen bij ziekte en gezondheid, maar de Westerse geneeskunde lijkt hier grotendeels aan voorbij te gaan.

Leest u verder bij het tweede deel van dit artikel

reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 561


Reflectie op Wetenschap 2
| 04 Maart 2011 | 17:37:46
Reflectie op de Wetenschap (deel 2)
 
Auteur: Daedalus
 
 
II GENEESKUNDE

De geneeskunde is namelijk bij uitstek materialistisch en reductionistisch van aard. Dat wil zeggen dat de medische wetenschap de mens voornamelijk ziet als een voorspelbare en deel-voor-deel analyseerbare machine, als een klok maar dan met veel meer onderdelen. Die aanpak heeft enerzijds ontegenzeggelijk veel kennis opgeleverd, maar anderzijds is er ook een belangrijke keerzijde. Behalve wetenschappelijke kennis levert die aanpak vooral ook enorme sommen geld op en dat geld speelt naar mijn idee een sleutelrol. Een industrie die veel geld wil verdienen aan het repareren van mensen kan namelijk niet zonder een mensbeeld dat is gebaseerd op reductionisme en materialisme. Alleen als je kunt blijven volhouden dat een bepaald ziektebeeld altijd is te herleiden tot een specifieke oorzaak, kun je daar medicijnen voor ontwikkelen en patenten op aanvragen. Maar de meeste ziektebeelden zijn misschien wel meer holistisch van aard. Dat wil zeggen dat de ziekte niet verklaard kan worden door de mens op te splitsen in afzonderlijke componenten en dat een behandeling dus meer gericht zou moeten zijn op een totaalaanpak dan op een medicatiekuur.

Er is nog een tweede reden waarom geld een sleutelrol speelt. Een farmaceutisch bedrijf dat winst wil maken heeft er namelijk primair geen belang bij als mensen effectief genezen en gezond blijven. Dan zouden de inkomsten al snel opdrogen en het bedrijf zou failliet gaan. Aangezien de farmaceutische industrie een groot en belangrijk onderdeel vormt van de economie, kunnen we eigenlijk ook niet anders verwachten dan dat ze zichzelf gedraagt als een bedrijf dat voornamelijk zoveel mogelijk winst wil maken. De meeste winst zal gemaakt worden wanneer de afzetmarkt zo groot mogelijk is en dat betekent voor de farmacie een markt waarin zoveel mogelijk mensen zich voor een zo lang mogelijke tijd ‘niet helemaal gezond’ voelen, of chronisch ziek zijn. Ieder succesvol bedrijf in het huidige economische systeem is succesvol omdat het er in slaagt een grote afzetmarkt te creëren en naar mijn idee geldt dit ook voor de farmaceutische bedrijven. Vrijwel ieder groot bedrijf functioneert immers voornamelijk op basis van het principe van winstmaximalisatie zodat de aandeelhouders (onder andere de banken en verzekeraars) tevreden worden gehouden. In een dergelijk systeem, waarin het voortbestaan afhankelijk is van de winst, blijft er weinig plaats over voor idealen en moraal. Dit lijkt voor vrijwel alle grote bedrijven te gelden, inclusief de farmaceutische industrie. Om te voorkomen dat men op grote schaal tot dergelijke conclusies komt, is het de farmacie er alles aan gelegen om in de beeldvorming het idee te laten bestaan dat de farmaceutische industrie weldegelijk onze grootste bondgenoot is in het zogenaamde ‘gevecht tegen ziektes’. Ziektes en medicijnen zijn daardoor min of meer marketingproducten geworden die gepromoot moeten worden. Het belang van de marketing blijkt wel uit de enorme hoeveelheid geld die erin omgaat.

Geld mag dan een sleutelrol spelen, de medische wereld speelt ook in op de huidige tijdsgeest. In de hedendaagse samenleving heeft gezondheid een zeer centrale betekenis gekregen. Er verschijnen bijvoorbeeld talloze boeken, websites en tv-programma’s die allemaal gericht zijn op gezondheid. Onze cultuur wordt wel treffend omschreven als een gezondheidscultus, waarin getracht wordt de angst voor de dood te bezweren met de geneeskunde en waarin gezondheid wordt gezien als het hoogste goed en ziekte als het kwaad. Deze eenzijdige kijk op het leven lijkt voor een belangrijk deel voort te komen uit een sterke geneigdheid tot materialisme. In de Westerse wereld identificeert een aanzienlijk deel van de mensen zichzelf immers voornamelijk met het fysieke lichaam. Het materialistische perspectief impliceert daarbij een volstrekte eindigheid van het leven en daarom speelt de angst voor de dood waarschijnlijk zo’n grote rol. Hoe kan het dat het materialisme zo dominant is geworden? Allereerst lijkt de materialistische tijdsgeest direct te zijn voortgekomen uit de invloedrijke rol van de wetenschap in de afgelopen drie eeuwen. De meeste wetenschappelijke theorieën komen namelijk neer op een achterliggend idee van willekeur en doelloosheid. Volgens de evolutietheorie en de oerknaltheorie bijvoorbeeld is het bestaan van de mens hooguit zeer toevallig te noemen. Dergelijke theorieën werken het materialisme in de hand, maar naar mijn idee ontnemen ze de mens zijn rechtmatige plaats in de wereld. Er is nog een tweede verklaring voor het ontstaan van de huidige materialistische tijdsgeest, maar die is meer op speculatie gebaseerd. Ik acht het namelijk niet uitgesloten dat de materialistische tijdsgeest min of meer bewust is gecreëerd en in stand wordt gehouden. De menselijk psyche lijkt over het algemeen namelijk zeer vatbaar te zijn voor allerlei vormen van beïnvloeding, zeker wanneer die beïnvloeding zich richt op de impulsen en verlangens van de lagere menselijke natuur. Nu lijkt het me onwaarschijnlijk dat de hele Westerse wereld volgens één plan een bepaalde kant op wordt gestuurd, maar ik sluit niet uit dat er bepaalde machtsgroepen zijn die weldegelijk hebben geprobeerd om hun invloed uit te oefenen op de tijdsgeest, al was het maar omdat er met die handelswijze veel geld verdiend kan worden.

Los van alle speculatie is het duidelijk dat er in ieder geval één partij is die in hoge mate floreert bij de huidige tijdsgeest, en dat is de farmacie. De nadruk op de lichamelijke gezondheid garandeert namelijk een grote bron van inkomsten. Het grootste deel van de mensen ziet het liefst dat iedere ziekte zo vroeg mogelijk wordt opgespoord via allerlei vormen van diagnostiek en met de komst van de nanotechnologie worden de diagnostische mogelijkheden nog weer verder uitgebreid. Er lijkt echter een steeds grotere discrepantie te ontstaan tussen de diagnostiek en de behandelingsmogelijkheden, want in veel gevallen beschikt de geneeskunde niet over een adequate behandeling. Toch wil men het liefst dat iedere aandoening zo snel en krachtig mogelijk wordt bestreden en dat gebeurt dan vaak met methoden die gebaseerd zijn op het onderdrukken van symptomen. Bestrijden en onderdrukken is echter iets anders dan genezen, want naar mijn idee reikt werkelijk genezen veel dieper in het menselijk bestaan. De op onderdrukking gebaseerde handelswijze van de geneeskunde lijkt op de korte termijn misschien gunstige effecten te hebben, maar vaak treden er al snel bijwerkingen op van het medisch handelen. Deze zogenaamde iatrogene schade vormt in veel landen een belangrijke doodsoorzaak. De minder ernstige bijwerkingen worden meestal ‘opgelost’ met een ander medicament, zodat patiënten vaak al snel vast komen te zitten aan een hele reeks medicijnen. Schadelijke effecten van deze onderdrukkende methode zijn met name te verwachten op de lange termijn, maar de aandacht die daaraan wordt besteed is zeer gering te noemen.

Het eerder besproken materialistische tijdsbeeld wordt in belangrijke mate ook vormgegeven door de wetenschappelijke theorieën omtrent DNA. Het leven is naar mijn idee echter niet te herleiden tot het DNA en bovendien blijkt het DNA keer op keer veel complexer in elkaar te zitten dan veelal werd aangenomen. Het in de jaren ‘80 overheersende optimisme over de komst van nieuwe gentherapieën is ongegrond gebleken. De beloofde therapieën zijn uitgebleven en wetenschappers komen steeds opnieuw tot de conclusie dat het DNA nog complexer in elkaar zit dan al werd gedacht. Recente ontdekkingen maken bijvoorbeeld duidelijk dat bacteriële cellen op grote schaal genetische informatie uitwisselen, zelfs in zo grote mate dat een aantal wetenschappers zich afvraagt of je nog wel kunt spreken van verschillende soorten bacteriën. Die uitwisseling van genetisch materiaal vindt ook plaats tussen bacteriële en humane cellen. In een normaal menselijk lichaam bevinden zich naar schatting tien maal meer bacteriën dan menselijke cellen en de hoeveelheid verschillende genetische informatie in het lichaam wordt dan ook voor een belangrijk deel bepaald door bacterieel DNA. Dit betekent op zijn minst dat het menselijk DNA veel dynamischer is dan wat nu nog vaak aangenomen wordt. Ook betekent het dat de risico’s van genetische modificatie groter zijn dan werd aangenomen, omdat de gemodificeerde genen zich waarschijnlijk sneller zullen verspreiden door de populatie. Hoe virussen, die ook van invloed zijn op de uitwisseling van genetische informatie, in het plaatje passen is nog grotendeels onopgehelderd.

Het aantal bacteriën dat in en op de mens aanwezig is, lijkt veel groter te zijn dan wat tot dusverre werd aangenomen. Met behulp van nieuwe technieken kan de aanwezigheid van bacteriën aangetoond worden zonder dat de bacteriën gekweekt hoeven te worden en het blijkt nu dat de ouderwetse methoden slechts een miniem deel van alle aanwezige microben konden aantonen, namelijk alleen die bacteriën die zich op de één of andere manier laten kweken in het laboratorium. Eén van de belangrijkste nieuwe bevindingen is dat het interne milieu van de mens niet steriel is, maar dat het, in tegenstelling tot wat altijd werd aangenomen, wordt bevolkt door talloze verschillende soorten bacteriën. Naast de bekende darmflora bestaat er dus ook een bloedflora, een gewrichtsflora, een hersenflora enzovoorts. Daarnaast blijkt dat veel bacteriën, met name bij mensen met een verzwakte weerstand, kunnen transformeren tot een veel compactere en celwandloze variant die alleen binnenin een menselijke gastheercel kan overleven. In die vorm zijn ze vrijwel onzichtbaar onder een lichtmicroscoop en nauwelijks te kweken voor onderzoek. Overigens is het bestaan van dergelijke intracellulaire bacteriën al veel langer bekend, maar het onderzoek in die richting lijkt consequent genegeerd te zijn.

De interacties tussen alle verschillende soorten nieuw ontdekte bacteriën wijzen op een zeer grote dynamiek en complexiteit. Een conclusie die voortkomt uit deze bevindingen is dat de menselijke gezondheid beschouwd kan worden als een dynamisch evenwicht tussen het totale spectrum van microben enerzijds en het immuunsysteem anderzijds. Een verzwakking van het immuunsysteem zou dan kunnen leiden tot een geleidelijke toename van de hoeveelheid schadelijke bacteriën en die kunnen op hun beurt verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de chronische en ‘auto-immuunziekten’. De oorzaak van bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer is onbekend, maar het is veelzeggend dat er in de hersenen meestal een verhoogde concentratie van amyloid-eiwit wordt gevonden. Recent is duidelijk geworden dat amyloid-eiwit een soort lichaamseigen antibioticum is, dat dus gericht zou kunnen zijn tegen tot nog toe onbekende bacteriën. Ook onder andere de ziekte van Crohn, MS, osteoporose, chronisch vermoeidheidssyndroom, reumatoïde artrititis, obesitas en diabetes mellitus II zijn misschien gelinkt aan dergelijke onbekende bacteriën. De erfelijkheid van veel van deze ziektes kan wellicht verklaard worden doordat een deel van deze bacteriën zich goed kunnen handhaven in zaad- en eicellen.

Ook hart- en vaatziekten lijken gerelateerd te zijn aan een chronische bacteriële infectie, want aderverkalking is in principe niets anders dan een onbegrepen ontstekingsreactie. Er wordt aangenomen dat een hoog cholesterol de oorzaak is van aderverkalking, maar misschien is een hoog cholesterol niet meer dan een gevolg van de infiltratie met bacteriën. Als reactie op de aanwezigheid van schadelijke bacteriën treedt namelijk een langdurige ontsteking op die uiteindelijk leidt tot schade aan de celmembranen van de bloedvaten (aderverkalking). Celmembranen bestaan voor een groot deel uit cholesterol en voor het herstel van de schade is veel cholesterol nodig. Als gevolg van de celschade kan zich dan een hoog cholesterol ontwikkelen. Naar mijn idee wordt hier een zuiver gevolg incorrect aangezien voor een oorzaak: de symptomen worden onderdrukt en aan de werkelijke oorzaak wordt voorbijgegaan. Het omdraaien van oorzaak en gevolg is overigens een principe dat in de geneeskunde op meer thema’s van toepassing lijkt te zijn.

Als laatste punt met betrekking tot bacteriën wil ik nog wijzen op de vermeende relatie tussen intracellulaire bacteriën en tumoren. Ik noem een aantal namen van wetenschappers die gedegen onderzoek hebben verricht op dit gebied, maar die allemaal systematisch genegeerd lijken te zijn: Bechamp, Rife, Naessens, Reich, Enderlein, Cantwell en Livingston. Waarom zijn zij genegeerd? Het is allereerst logisch dat er in dit vakgebied bovengemiddelde scepsis bestaat tegen allerhande nieuwe theorieën. De oncologie is namelijk een vakgebied waarin makkelijk geld verdiend kan worden door charlatans, omdat mensen vaak tevreden zijn met een klein beetje (valse) hoop. Toch zou dat niet mogen betekenen dat vernieuwende theorieën min of meer ongezien kunnen worden weggestopt. De chemotherapie en de bestralingen van de reguliere geneeskunde zijn namelijk ook niet zaligmakend. Wellicht dat ook hier dan weer de economische belangen een bepalende invloed hebben gehad.

Bacteriën lijken dus een grotere rol te spelen dan door de huidige geneeskunde wordt aangenomen. Toch denk ik niet dat de oorzaak van ziekte primair bij bacteriën gezocht moet worden. Ziekte ontstaat naar mijn idee in eerste instantie door een verstoring van de balans tussen de verschillende energiestromen die de menselijke constitutie vormen, ofwel door een verstoring van de fysieke, emotionele en/of mentale gesteldheid. Bacteriën lijken pas problemen te geven wanneer de algehele conditie is verslechterd en het afweersysteem niet meer optimaal functioneert. Een slechte conditie kan ontstaan door uiteenlopende oorzaken zoals stress, ongezond drinkwater, verarmde voeding en, zo ik denk, ook door ongezonde gedachten. Ook de medische wereld lijkt een belangrijke rol te spelen in de verzwakking van het afweersysteem. Het immuunsysteem kan namelijk ontregeld raken door vaccinaties op zeer jonge leeftijd, overdreven antibiotica en prednison gebruik, maar ook bijvoorbeeld door het zogenaamd onschuldige gebruik van paracetamol en aspirine. Daarnaast is ook het gebruik van vitamine D volgens bepaalde onderzoekers niet zo onschuldig als het lijkt, omdat het op de lange termijn zou leiden tot een onderdrukking van het immuunsysteem. Al deze zaken kunnen uiteindelijk de algehele conditie verzwakken en met welke ziekte een verzwakking vervolgens tot uiting zal komen, is afhankelijk van iemands individuele constitutie. Het ontstaan van ziekte lijkt in ieder geval een zeer complex samenspel van allerlei factoren te zijn, zodat er veel meer te zeggen is voor een holistische aanpak. Een holistische visie op gezondheid zou echter aanzienlijk minder winst opleveren dan de visie die door het huidige systeem gehanteerd wordt en naar mijn idee is dat een belangrijke verklaring voor het gebrek aan aandacht voor de werkelijke complexiteit en dynamiek van bacteriën. Die complexiteit lijkt immers vrijwel onbegrensd te zijn, maar het onderkennen van een dergelijke mate van complexiteit zou betekenen dat er een fundamentele omslag in de werkwijze van de geneeskunde plaats moet vinden. De oude, onsubtiele en eenzijdige principes zullen dan vervangen moeten worden door meer holistische principes die voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van de algehele conditie en het immuunsysteem. Vanuit het oogpunt van de industrie is dit echter een ongunstige ontwikkeling omdat de holistische methodes veel minder geld opleveren dan de methodes van het huidige systeem.

Dat ziekte primair wordt veroorzaakt door een verslechtering van de algehele conditie kan onder andere opgemaakt worden uit het feit dat de meeste infectieziekten in West-Europa, zoals polio, al grotendeels op hun retour waren op het moment dat vaccinaties werden ingevoerd. Veel van wat bereikt is op het terrein van het terugdringen van ziekten is grotendeels toe te schrijven aan verbeterde sanitaire omstandigheden, schoner drinkwater en gezonder voedsel. De zogenaamde triomf van vaccins bij het uitroeien van infectieziekten kan dan misschien ook beter met enige relativering worden bekeken. Een andere reden om de succesverhalen over vaccinaties te temperen zijn de steeds sterker wordende aanwijzingen dat bepaalde bestandsdelen in vaccinaties kunnen leiden tot ontwikkelingsstoornissen zoals dyslexie en autisme. Daarnaast is het de vraag hoe het immuunsysteem van jonge kinderen reageert op de vaccins die vaak met drie of vier tegelijk vanaf een leeftijd van twee maanden worden gegeven. Op deze jonge leeftijd is het immuunsysteem namelijk nog volop in ontwikkeling. De vaccinaties kunnen dan een forse belasting vormen omdat het lichaam gedwongen wordt om tegelijkertijd te reageren op meerdere soorten verzwakte ziektekiemen, die bovendien op een onnatuurlijke manier in het lichaam zijn gebracht. Bepaalde bestandsdelen van de vaccins zorgen daarbij ook nog eens voor een onnatuurlijk krachtige afweerreactie, waardoor met name de productie van antistoffen wordt aangevuurd. Het delicate evenwicht van het immuunsysteem kan zo echter ontregeld raken en de vraag is of deze verstoring bijvoorbeeld in verband kan worden gebracht met de sterke toename van allergieën in de recente decennia. Er zijn aanwijzingen dat dit inderdaad zo is, maar er is te weinig onderzoek beschikbaar naar de bijwerkingen van vaccins op de lange termijn om deze hypothese te kunnen bevestigen dan wel te ontkennen.

Om terug te komen op het reduceren van de mens tot een chemische machine, dat is iets wat ook duidelijk plaatsvindt in de psychiatrie. Daar wordt getracht iedere ziekte te reduceren tot een te veel of een te kort aan bepaalde neurotransmitters en vervolgens wordt die verstoring ‘herstelt’ met medicatie zoals antidepressiva. Hiermee wordt veel geld verdiend, maar het is zeer twijfelachtig of psychologische afwijkingen wel zo eenvoudig gereduceerd kunnen worden tot een chemische disbalans. De ontwikkelingen in de psychiatrie lijken dan ook voor een groot deel ingegeven te zijn door financiële overwegingen en een belangrijke rol daarbij was weggelegd voor de medische vakbladen. De gepubliceerde onderzoeksresultaten zijn namelijk meermaals frauduleus gebleken en bovendien is het in het algemeen de vraag tot in hoeverre de publicaties van wetenschappelijk onderzoek nog werkelijk objectief zijn. De banden tussen de farmacie aan de ene kant en de onderzoekers aan de andere kant zijn namelijk vaak overduidelijk, zeker ook in de psychiatrie.

De hele Westerse geneeskunde is zogenaamd ‘evidence based’, letterlijk dus ‘op bewijs gebaseerd’. Maar juist op de methode van bewijsvoering is veel aan te merken, en dan met name op de verregaande belangenverstrengelingen en de obsessieve vormen die het vaak aanneemt. Het vaste adagium is immers altijd dat er ‘nog meer onderzoek gedaan moet worden’, en op die manier houdt men elkaar bezig, maar een groot deel van het onderzoek lijkt zich feitelijk op een dood spoor te bevinden. Wetenschappelijk onderzoek houdt bijvoorbeeld nauwelijks rekening met de individualiteit van patiënten, maar het is allerminst vanzelfsprekend dat de resultaten van een algemeen onderzoek zonder meer toepasbaar zijn op een individu. Daarnaast wordt veel geëxperimenteerd op dieren en behalve dat het erg dieronvriendelijk is, is het ook maar de vraag tot in hoeverre de resultaten van onderzoek op dieren toepasbaar zijn op mensen. Bovendien lijkt wetenschap, in tegenstelling tot wat veelal wordt aangenomen, voornamelijk een sociaal bepaald proces te zijn, waarbij de objectieve waarheid gemakkelijk in de verdrukking raakt. Sociale factoren als status, reputatie, contacten en opleiding spelen namelijk een centrale rol in de wetenschap. Goede wetenschap vraagt om een goed experiment, maar wie bepaalt uiteindelijk of iets een goed experiment is? Dat doet de betreffende vakgroep: een goed experiment is pas een goed experiment als de vakgroep vindt dat het is uitgevoerd door een goede wetenschapper. Wat bepaalt of iemand een goede wetenschapper is? Dat wordt bepaald door precies die eerder genoemde sociale factoren: status, reputatie, contacten, opleiding enzovoorts, allemaal zaken dus die gevaar lopen als de wetenschapper niet meegaat in de hetgeen de vakgroep ‘wil horen’. Er is zo een wetenschappelijk klimaat ontstaan waarin het consensus denken hoogtij viert, maar waarbij de zoektocht naar de objectieve waarheid ver op de achtergrond is geraakt.

Een duidelijk voorbeeld van waartoe deze onderzoekscultuur en de belangenverstrengeling hebben kunnen leiden, is de HIV-Aids hypothese. Zonder ooit enig hard bewijs is de wetenschap en de publieke opinie gaan geloven dat een tot op heden niet geïsoleerd virus een grote bedreiging vormt voor de volksgezondheid. In Afrika, maar ook in de Westerse landen, lijkt het probleem echter niet te liggen bij het zogenaamde virus, maar bij een verregaande verzwakking van het immuunsysteem. Een verzwakking die in Afrika voornamelijk wordt veroorzaakt door ondervoeding en in het Westen door drugsgebruik en een ongezonde levensstijl. Openlijke twijfel aan HIV als de oorzaak van Aids betekent voor wetenschappers echter dat hun wetenschappelijke carrière direct gevaar loopt, omdat het dan bijna onmogelijk wordt om fondsen te krijgen voor verder onderzoek. Bovendien lopen ze een grote kans om door hun collega-wetenschappers neergezet te worden als onbetrouwbaar of zelfs als gevaarlijk. Op die manier wordt de wetenschappelijke consensus krachtig in stand gehouden door allerlei sociale processen.

Deze gang van zaken is kenmerkend voor de reguliere geneeskunde in het algemeen: veel alternatieven die ingaan tegen de consensus worden afgedaan als gevaarlijk of worden genegeerd. De medische wereld wordt wat dat betreft weleens vergeleken met een tot dogmatisme vervallen religie. Inderdaad lijkt er in de medische wereld sprake te zijn van eenzelfde neiging tot dogmatisme en valse symboliek. Vaak is er bijvoorbeeld een blind geloof in de reguliere geneeskunde en de medische wetenschap en daarbij worden aanhangers van alternatieve theorieën in hun ruimte beperkt en soms ook zwart gemaakt. Ook qua symboliek zijn er overeenkomsten te vinden, denk bijvoorbeeld aan de belangrijke rol van autoriteiten en aan de symbolische waarde van de witte jas. Daarnaast wordt wel gesteld dat vaccinaties in een bepaald opzicht dezelfde religieuze symboolfunctie hebben als de doop, namelijk die van een initiatie in respectievelijk de medische wereld en de kerk. De eerder genoemde term ‘gezondheidscultus’ geeft dan misschien inderdaad een zeer treffende beschrijving van onze cultuur.

Als afsluiting wil ik nog twee punten noemen ter nuancering. Ik denk ten eerste namelijk dat veel patiënten in een bepaald opzicht weldegelijk veel profijt hebben van de reguliere geneeskunde omdat artsen werken vanuit een systeem dat zowel past bij hun eigen aard als bij de aard van de patiënt. Er lijkt dan een synchrone informatieoverdracht plaats te vinden die is gebaseerd op een wederzijds vertrouwen en daardoor kan het genezingsproces in sterke mate positief beïnvloed worden, denk hierbij ook aan het placebo-effect. Ten tweede zouden we natuurlijk ook niet zonder bijvoorbeeld antibiotica, prednison, morfine en de goede acute traumazorg kunnen. Maar misschien worden de successen daarvan te veel aangegrepen om vervolgens enorm veel geld te verdienen door de mens te reduceren tot slechts een chemische machine.


Belangrijkste bronnen

Websites
http://davidpratt.info/
 * Beyond materialism
 * Big bang, black holes, and common sense
 * Black holes, redshifts, and bad science
 * Climate change controversies
 * Consciousness and modern science
 * Consciousness, causality, and quantum physics
 * David Bohm and the implicate order
 * Evolution and design
 * Exploding the big bang
 * Fear of the invisible: an investigation of viruses and vaccines, HIV and AIDS
 * Genetic engineering: dream or nightmare?
 * Gravity and antigravity
 * Human origins: the ape-ancestry myth
 * Plate tectonics: a paradigm under threat
 * Space, time, and relativity
 * Sunken continents versus continental drift
 * The farce of modern physics
 * The infinite divisibility of matter

http://zapruder.nl/portal/rubrieken/
 * AIDS
 * Big Pharma
 * Genetische Manipulatie
 * Holisme
 * Ontstaanstheorie
 * Verdwenen Beschavingen

http://whale.to/
 * AIDS
 * Cancer
 * Disease Theory      
 * God as Allopathy
 * Medical Politics
 * Polio
 * Vaccination

http://theosofie.net/onlineliteratuur/boekenonline.html (bijv. ‘De esoterische traditie’; H9 over wetenschap)
http://theosofie.net/studieonderwerpen/tonderwerpen.html
http://theosofie.info
http://achtergeslotendeuren.punt.nl
http://www.verzwegenwetenschap.nl/index.html (evolutietheorie)
http://bacteriality.com (‘nieuwe’ bacteriën en vitamine D)
http://www.ravnskov.nu/cholesterol.htm
http://www.rife.org
http://www.wikipedia.org
http://nihroadmap.nih.gov/hmp (human microbiome project)

Boeken
The persecution and trial of Gaston Naessens; Christopher Bird
Fear of the Invisible; Janine Roberts
Metagenomics of the human body; Karen E. Nelson; H11
Medische Ethiek; Ten Have
Op het scherp van de snede; Heleen M. Dupuis
Wie betaalt, bepaalt?; Centrum voor ethiek en gezondheid
De markt van welzijn en geluk; Hans Achterhuis
Gezondheidsutopie; Hans Achterhuis
The rise and fall of modern medicine; James le Fanu
The Structure of Scientific Revolutions; Thomas Kuhn

Artikelen
Evidence b(i)ased medicine—selective reporting from studies sponsored by pharmaceutical industry; Hans Melander; BMJ 2003
Is academic medicine for sale? The New England Journal of Medicine 2000
Medical Journals Are an Extension of the Marketing Arm of Pharmaceutical Companies; Richard Smith; PLoS Medicine 2005
The uncertainty principle and industry sponsored research; Djulbegovic; Lancet 2000
De 'algemene veld' theorie; Johannes Hogebrink

Documentaires
House of Numbers, 2009
 
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 417


V for Victory!!
| 26 Januari 2011 | 11:33:14
 
 
 
 

Tell a friend:
  
http://www.youtube.com/watch?v=8EXjupDdaD0
http://www.youtube.com/watch?v=M0z6SZiAWAs  
http://www.youtube.com/watch?v=TKH9pXNFgbo
http://www.youtube.com/watch?v=IKZc-hYfkik
http://www.youtube.com/watch?v=spJYN_QsTUY
http://www.youtube.com/watch?v=VDgL755ELKA
  
  
http://www.youtube.com/watch?v=KhsxPLcKSks
  
  
reacties 81 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1137


Kletskoek deel 2 het vervolg!
Kletskoek | 07 Januari 2011 | 20:48:55

Kletskoek deel 2, het vervolg, the extended version

 
Deze rubriek is nieuw aangemaakt.
 
Wilt u  iets kwijt dat eigenlijk niet thuishoort bij de direkte inhoud van dit forum dan kunt u kiezen tussen deze rubriek of de shoutbox. (let wel, echte rommel zal onmiddellijk verwijderd worden, niemand zit hier  te wachten op Chinese klokjes of nep viagra etc.).
 
Eveneens is het niet de bedoeling om deze rubriek te gebruiken voor het belachelijk maken van andere mensen, het schrijven van berichten met een seksuele lading of het plaatsen van opmerkingen die beledigend van aard zijn. Tevens is het ook niet gewenst om van deze rubriek een soort tweede 'Geen Stijl.nl' te maken of een alternatief voor het FoK-FoRuM. Berichten van zulke aard zullen verwijderd worden. Hou het netjes voor uw ditjes en datjes.
 
Met vriendelijke groeten,
 
Hades & Hermes.
 
 
 
Nou daar zijn we weer...even nog wat zaken toevoegen, zoals een paar polls
 
De rubriek kletskoek is leuk
Nee
Ja
   
Free polls from Pollhost.com
2011 is het jaar van:
To select multiple entries hold the Ctrl key (or the Apple key)
   
Free polls from Pollhost.com
mail deze link!
Vul het emailadres van de ontvanger in:


---------------------------------------------------------------------------------------------
 
Beste mensen,
 
deze draad is helaas alweer helemaal vol. Gelieve voor uw reacties over uw ditjes en datjes, de Kletskoek draad deel 3 te gebruiken. Reacties die toch in deze draad geplaatst worden, zullen worden verwijderd. Dit uit voorzorg dat deze draad online blijft staan en de lezer evengoed de reacties hiervan kan teruglezen.
 
Bedankt alvast!
 
Hermes.
reacties 542 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 6746


Vreemde vliegende objecten boven Nederland in de nachtelijke hemel
| 07 November 2010 | 20:28:53
Vreemde vliegende objecten boven Nederland in de nachtelijke hemel
 
Dit artikel werd oorspronkelijk op 25 Maart 2007 | 16:17:42 geschreven.
 
Aangezien het fenomeen 'UFO's' niet geheel onbekend is bij de verschillende lezers van deze website, is er iets dat ik graag met u zou willen delen. Dit is geen artikel zoals u van mij gewend bent; dit is een verhaal over verschillende ervaringen die ik tot nu toe de laatste drie jaar heb gehad. Een verhaal dus, dat ik eventjes tussendoor doe omdat het mij toch al geruime tijd hoog zit op een of andere manier. Het is dus geen artikel dat 'het bestaan van UFO's' wil aantonen middels citaten, documenten van de veiligheidsdiensten en gegronde onderzoeksrapporten. Dit is mijn eigen ervaring. Ik onderzoek (of probeerde het in dit geval) meestal eerst de zaken waar ik zoal over schrijf voordat ik iets publiceer, maar in wat voor zin ik ook informatie probeer te verzamelen over deze zaak, ik kom er niet geheel achter waar dit mee te maken heeft. Ik verzin dit dus niet. Ik ben geen persoon die graag in de schijnwerpers staat (vandaar het pseudoniem achter deze website) of graag met een 'prachtig verhaal' aankomt. Ik ben zeker geen 'zweverig' type die zomaar iets 'aanneemt'. Spiritueel wellicht, maar niet 'zweverig'. Ik ben namelijk zeer koel en analyserend van aard. U hoeft het niet te geloven, maar mijn verhaal zal aan u bevestigd worden wanneer u eens iets vaker dan normaal in de lucht kijkt naar de donkere hemel, en vooral wanneer het helder weer is en de sterren schijnen. We weten allemaal wat de term (afkorting) 'UFO' betekent; "Unidentified Flying Object". De term 'UFO' hoeft daarom niets met het 'buitenaardse' te maken te hebben, want deze term kan uit onze positie van 'minderwetenden' gezien, evenwel op onbekende projecten van Millitaire aard slaan. De ervaringen die ik in deze heb gehad, komen volledig overeen met de ervaringen die een collega en een enorm goede vriendin van mij ook hebben gehad (en nog steeds hebben). En zeer zeker toen ik hen op deze zaak wees. Ik vertel dit ten eerste in de hoop dat iemand anders dezelfde zaken waarneemt of heeft waargenomen die zich dagelijks (zeg ik het goed?) in onze nachtelijke lucht afspelen. Zoals gezegd ben ik niet uit op een 'mooi verhaal' maar juist op het verzamelen van meer informatie.
 
Het gaat hier om vliegende driehoeken die onder geen enkel bekend (millitair) model vallen, zichzelf zeer vreemd gedragen enz. Ik zie ze iedere avond weer met een paar tegelijk in de donkere lucht en vooral wanneer het helder is, en we zien deze apparaten al voor zo'n drie jaar lang elke dag wanneer we 's ochtends in het donker naar het werk rijden. Maar goed, hier het verhaal dan maar.
 
Een keertje hebben we zo'n apparaat vrij laag zien overvliegen en de de omlijning van het apparaat tegen de ochtendlucht kunnen aanschouwen; ze zijn pikzwart, en driehoekig. Ze maken een zacht geluid, wat te vergelijken is met de turbines van een vliegtuig, maar dan heel zacht en gedempt. Ze blijven af en toe stilhangen met een hele rij witte verlichting op hun achterkant. De rij met witte verlichting op de achterkant van het object ziet er ongeveer zo uit als op het plaatje hieronder;
 
                                                               
 
Ze nemen vaak posities aan die ze schuin in de lucht laten stilhangen. Dit is goed te zien omdat de strook witte verlichting op de achterkant van het object op dat moment zichtbaar is. Ze verschijnen als het licht van een ster, zomaar uit het niets, hebben lichtspots die niet tot op de grond schijnen, vliegen vaak in kolonne van twee, drie tot vijf stuks, allemaal in één lijn, de een wat hoger dan de ander. Af en toe zie je er inderdaad maar één, maar merendeels vliegen er meerderen tegelijk op afstand van elkaar. Soms lijkt het zelfs of ze 'patroulleren' en vliegen ze elkaar op verschillende hoogten tegemoet. Ze hebben rood, wit blauw en af en toe ietwat oranje licht. Dezelfde gekleurde lichten knipperen ook vaak. Maar het is mij opgevallen dat dit hele schouwspel begint wanneer het donker is en vervolgens de hele nacht doorgaat. Het zijn dus geen vrachtvliegtuigen of passagiers vliegtuigen want die hebben die gekleurde lichten niet. In de zomer wanneer het dus vroeg licht is, zie je ze absoluut niet om die tijd.
 
 
Wanneer we het internet opgaan en gaan zoeken naar 'zwarte vliegende driehoeken' komen we heel erg veel tegen. Veel berichten over waarnemingen, maar ook filmpjes en foto's enz. Toch kan ik uit de informatie opmaken dat de 'zwarte driehoeken' die wij waarnemen van een iets ander kaliber zijn, of zichzelf in ieder geval op een andere manier manifesteren. Deze 'zwarte driehoeken' die men over het algemeen beschrijft zijn in ieder geval in te delen in meerdere categorieën wanneer we het alleen al over de vormen ervan hebben, namelijk; De eerste categorie is de 'gelijkzijdige driehoeksvorm' met zeg maar gelijke hoeken van 60 graden, inderdaad met lichten aan de onderkant in de hoeken zelf enz. De tweede categorie is de 'gelijkbenige driehoeksvorm', met zeg maar twee gelijke hoeken (dit geldt dus voor de achterkant van het object) en een hoek die veel spitser samenkomt. Ik weet dat het bij onze ervaring om een gelijkbenige driehoek gaat, de tweede categorie dus. Dit, omdat ik zo'n object eens om ongeveer 5:55 uur boven het bedrijf waar ik werk vrij laag zag overvliegen (ik schatte het op ongeveer 150 a 250 meter hoogte). Mijn collega zag het ook, en we konden nog net het silouet van het object waarnemen tegen de schemering die doorbrak tussen de donkere wolken en de omlijning ervan vast stellen. Het object dat we over het bedrijf zagen vliegen, had een afgevlakte hoek aan de voorkant, dus een 'licht afgeplatte neus' om het zo maar te stellen.
 
Echter, wanneer men op zoek gaat naar dit soort 'driehoeken' komen we veel berichtgeving tegen, maar bijna nergens dus een vermelding van de rood/blauw knipperende verlichting, en de schijnwerper achtige lichten (die de wolken overigens niet raken, maar wel erg fel zijn - wit licht dus). Eveneens komen we nergens berichten tegen van het vreemde gedrag van deze objecten, zoals het stil blijven hangen in een gekantelde positie (zeg maar 20 tot 25 graden stuurboord). Ook eigenlijk niets over de enorme rij verlichting die de gehele achterkant opvult van het object, die enkel op een bepaald moment 'aangaat'. Verder niets over collones van twee, drie tot en met vijf, die in één lijn blijven vliegen, en nergens eigenlijk details over hoe groot ze werkelijk zouden kunnen zijn, want die meningen lopen aardig uiteen. Weinig dus. Wat al deze waarnemingen ons wel zeggen is iets wat de driehoeken sterk met elkaar gemeen lijken te hebben; Het plotseling 'verschijnen uit het niets doormiddel van een fel wit licht als van een ster'. Mijn collega en ik zien die dingen al voor zo'n dik drie jaar rondvliegen wanneer we naar het werk rijden, maar ook in het weekend zien we ze. Ze zijn er dus alleen wanneer het donker is. Overdag zie je ze dus niet. Toch schijnt er een geval bekend te zijn in de VS waar men bij klaarlichte dag zo'n soort object zag verschijnen. Maar hetgeen wij continue zien, verschijnt alleen wanneer het donker is, en er schijnen er aardig wat van rond te vliegen! De lucht hangt er gewoon helemaal vol mee! Soms zie dezelfde soort objecten met dezelfde gedragscode en dezelfde knipperverlichting heel erg hoog elkaar tegemoet vliegen en elkaar kruisen op verschillende hoogte. Ik heb het al op meerdere plaatsen in het land mogen waarnemen. Het 'plotseling verschijnen' is iets wat mij absoluut is opgevallen, en het is te vergelijken als een soort 'geboorte van een ster'. Eerst een zwak lichtje in de lucht, dan wordt dat licht steeds feller totdat het felle licht dooft, en overgaat in een object met lichtoranje licht, met knipperende rode en blauwe lichten verdeeld over beide zijden van het object. Op die manier heb ik er al een aantal 'geboren' zien worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn, dat die dingen al rond vlogen zonder verlichting. Dan zie je ze natuurlijk helemaal niet tegen de donkere nachtelijke hemel. Als men dan de 'verlichting' aan doet, dan zou dat het idee geven alsof het 'uit het niets' verschijnt. Het kunnen zelfs spionage vliegtuigen zijn, zoals de Amerikaanse Aurora waar de Amerikanen in het geheim aan bezig zouden zijn om de Lockheed SR-71 Blackbird zou vervangen
 
(zie hier een artikel over de geheime Aurora: http://www.ufoplaza.nl/modules.php?name=Artikelen&file=artikel&ppid=2443 ).
 
Toch lijken de driehoeken die wij vaak zien, niet dezelfde te zijn zoals men in de VS en ook eens in België waarnam. De driehoeken waar ik hier over spreek hebben een afgeplatte neus. Het plaatje hieronder laat van deze 'neus' een voorbeeld zien;
 
                                                                                 
 
Ze hebben ook geen 'verlichtingspunten' in de hoeken op de onderkant zoals andere vliegende driehoeken wel blijken te hebben. Een feit is het zeker, dat we hier te maken hebben met objecten die je niet zomaar kunt identificeren. Het kan natuurlijk van militaire aard zijn, absoluut.
 
 
Andere mensen in mijn directe omgeving hadden dezelfde waarnemingen
 
Mijn ouders en mijn zus reden een tijdje geleden met de auto in het donker naar huis, en op een gegeven moment zegt mijn moedertje; Kijk nou zeg.... wat is dat? Schuin boven hen hing zo'n zelfde object, met oranje verlichting, rood en blauw knipperende lichten, en zoals mijn moedertje het vertelde, helde het eventjes later schuin naar één kant toe. Er was een enorm oranje licht aanwezig, maar niet van het object naar de grond gericht, maar juist van het object naar de hemel gericht. Mijn moeder bevestigde de driehoeksvorm. Mijn zus werd enorm bang van wat ze zag, daar mijn zus nu eenmaal erg schrikkerig is voor dingen die ze op dat vlak niet echt thuis kan brengen. Mijn moeder bevestigde dat het object zeer laag hing, en in verhouding enorm groot was. De details van haar verhaal komen echt zeer sterk overeen met de details van mijn eigen ervaringen, en de ervaringen die een collega en een vriendin van me ook hebben. Ook deze ervaring heb ik aan hen uitgewisseld. Een klein tijdje geleden zagen we weer zo'n verschijnsel boven het bedrijf waar ik werk. Nadat we de auto hadden geparkeerd voor het bedrijf, stapten we uit en merkten een enorm fel wit oranje licht aan de donkere hemel op. Het licht 'vloog' vrij laag en kwam in onze richting gevlogen waarna het 'felle wit oranje licht' uitging en de rood/blauwe verlichting aanging en begon te knipperen. Het duurde een tijdje voordat het felle wit oranje licht overging in het knipperlicht, dus ik kon een aantal collega's die op hetzelfde tijdstip arriveerden, op dit fenomeen wijzen. Het object vloog eerst langzaam over ons bedrijf heen ook al was de ware grootte van het object zelf niet goed in te schatten. Het vloog voor ons gevoel erg laag, want opnieuw konden we (minder goed dan de keer daarvoor) de omlijning zien van dit object. Dit object leek er toch iets anders uit te zien maar had precies dezelfde soort 'gedragscode', verlichting en de afgeplatte neus. Ik wees een andere collega op dit verschijnsel waarna hij doodnuchter stelde; "Ach, als ie neerstort lezen we het morgen wel in de krant..." Tja, hoe simpel kunnen mensen denken vroegen we ons al veel eerder af. Naderhand kwam er een vrouwelijke collega naar mij toe, die het ook had gezien toen ik haar op dit verschijnsel had gewezen. Ze vond het in ieder geval vreemd genoeg om er wat meer over te willen weten. Dus ik vertelde haar het verhaal dat we deze objecten al voor zo'n drie jaar zien rondvliegen enz. Ze vond het inderdaad een zeer vreemde ervaring. Om hier een aantal zaken op een rijtje te zetten, zal ik de typerende gedragscode van deze objecten hieronder uiteenzetten;
 
1 -- Het naderen of plotseling verschijnen van een wit/lichtoranje licht, alsof er een grote ster in de lucht hangt. Af en toe lijkt het op een soort grote lichtspot.
 
2 -- Het wit/lichtoranje licht gaat uit en de rode en blauwe knipperverlichting gaat aan. Hierdoor is het goed te zien dat het object zichzelf voortbeweegt.
 
3 -- Het object maakt een zacht geluid vergelijkbaar met de turbines van een vliegtuig, maar dan zeer gedempt. Dit is vaak pas hoorbaar wanneer het object van vrij dichtbij word waargenomen.
 
4 -- Het object - wanneer het zichtbaar is in een wijdse omgeving - ontsteekt na een tijdje een rij witte verlichting die de hele achterkant van het object overdekt.
 
5 -- Het object kan op dit moment zomaar stil in de lucht blijven hangen - soms vliegen ze ook gewoon door - waarbij het object 20 a 25 graden 'kantelt'. Zoals wij het bij meerdere van deze objecten hebben kunnen waarnemen, maakt het object dus een kanteling naar rechts waardoor het object schuin in de lucht komt te hangen. Het object hangt dan eveneens gewoon stil in de lucht. De kanteling en het stilhangen is goed te zien omdat de rij witte verlichting die de hele achterkant van het object overdekt op dat moment aan staat.
 
6 -- Ze zijn zwart of heel donker van kleur waardoor merendeels de vorm van het object zeer slecht of niet zichtbaar is tegen de donkere hemel.
 
Een ieder die deze ervaringen ook heeft gehad of nog steeds heeft, roep ik op om zijn/haar ervaring in dit topic hieronder te schrijven. Er blijken er heel wat van rond te vliegen boven Nederland. Ik denk niet meteen aan buitenaardse activiteiten, maar wanneer het geheime millitaire operaties zijn van de luchtmacht, of van de luchtmacht van een ander land dan is het zeker noodzakelijk dat hier meer informatie over vrijkomt. Piloten van passagiers-vliegtuigen moeten hiervan op de hoogte zijn, daar we vaak genoeg opmerkten dat er ook op het moment van het waarnemen van meerdere objecten tegelijk, passagiers-vliegtuigen op grote hoogte door de lucht vlogen. En nogmaals; Kijkt u eens wat vaker dan normaal met een kritische blik naar de donkere lucht, en hou deze 6 punten hierboven in uw gedachten. Neemt u hier eens de tijd voor zou ik zo zeggen. Het zal u wellicht verwonderen.
 
 
Een aantal vergelijkbare gevallen
 
Een aantal gevallen van waarnemingen die mensen elders in het land deden lijken zeer sterk op de driehoeken waar het hierboven over gaat. Sommige punten die de getuigen maakten, wijken echter af van de waarnemingen die hierboven zijn beschreven. In ieder geval gaat het hier om vliegende driehoeken die in de eerste instantie als een 'fel wit licht' verschijnen. Deze waarnemingen werden gemeld en daarna gepubliceerd door Ufo-Plaza. Hier de link http://www.ufoplaza.nl/modules.php?name=Zoek en hieronder een aantal gelijksoortige gevallen die werden gepubliceerd:
 
Een 43-jarige ondernemer uit Coevorden (Drenthe) en zijn vrouw namen 22 november j.l. omstreeks 21:40 een driehoekig object waar op de A28 bij Zuidwolde.
 
"Vanaf de A28 reden we oostwaarts richting Hoogeveen. Het was donker, zwaarbewolkt en lokaal regenachtig. Plots zagen we iets rechts van ons op een afstand van 3-4 kilometer; onweersachtige lichtflitsen achter de wolken. Direct daarna zagen we een zeer fel wit licht in een zeer duidelijke driehoekige vorm. Het leek op een naderend vliegtuig met landingsverlichting; qua hoogte klopte dit ook wel, doch de intensiteit van het licht en de duidelijke driehoekige vorm waren te afwijkend hiervoor. De driehoekige vorm leek te draaien en leek vervolgens 6-hoekig te worden. Door onze snelheid en de bomen die rechts naast de snelweg verschenen, werd het volgen van dit verschijnsel wat lastiger. Wel zagen we dat de plek op de grond door hetzelfde licht sterk verlicht bleef; dit leek sterk op de reflectie van de verlichting van een aantal sportvelden, doch veel witter. We hebben vanochtend [23 nov.] in de media gezocht, maar niets gevonden wat dit zou kunnen verklaren. Wel is er aangegeven dat er een satelliet waarneembaar zou zijn, doch met bewolkt weer en de relatieve hoogte lijkt me dat onmogelijk. Mijn vrouw en ik hebben beiden dezelfde waarneming gedaan."
 
Het driehoekvormige object verplaatste zich van oost naar west, en bevond zich op een hoogte van ongeveer 500 meter. De lichtuitstraling van het object was zeer fel en werd door de getuigen als bijna verblindend ervaren. Het object bewoog zich met constante snelheid voort, en leek later om zijn as te draaien. Het object leek op het laatst de grond te naderen en verdween uit zicht. (Bron: http://www.ufoplaza.nl/modules.php?name=Artikelen&file=artikel&ppid=2115  )19 januari 2004  
 
Een 19-jarige student uit Tilburg nam zondagavond 18 januari omstreeks 23:25 een driehoekvormig object waar. Het was een heldere nacht. Vanuit de nieuwbouwwijk Reeshof deed hij zijn waarneming.
 
 
"Van veraf zag ik een grote lichtbol die haast geruisloos (beetje zoemend geluid) steeds dichterbij kwam. Het vloog precies over mij heen, ik kon de onderkant goed zien. Het had een driehoekige vorm, en de 'buik' was fel verlicht. De verlichting aan de onderkant was felgeel met aan elke zijkant een klein oranje lampje.Van grote afstand merkte mijn vader het meteen op. Het leek op een bol, het kwam steeds dichterbij totdat het precies over mij heen vloog en ik het uit me oog verloor want het ging over mijn huis heen.Het bewoog zich zeer geleidelijk, langzaam voort. Het was zeer fel belicht en vloog zeer laag, ik woon hier al 19 jaar maar heb zoiets nog nooit gezien. Ik denk zelf een soort van militair vliegtuig, maar waarom dan zo laag over een grote wijk?"
 
Het object bewoog zich van het zuiden naar het noorden, en was volgens de getuige ongeveer 20m lang. Naast deze getuige waren er nog 4 andere familieleden die getuige waren van het voorval. De totale duur van de waarneming was 7 minuten. Met zijn goedkope digitale camera maakte de getuige enkele foto's van het object, maar hier is vrij weinig op te zien. Ruim een uur later om 00:19 vlogen er enkele straaljagers over, erg opmerkelijk gezien het tijdstip en de dag. Het Hoofd Staf Voorlichting vliegbasis Gilze-Rijen vertelde:
 
 
"De vliegbasis Gilze-Rijen is tijdens het weekend niet opengesteld voor militair vliegverkeer. Alleen in bijzondere gevallen vindt openstelling plaats. Mochten deze activiteiten hebben plaatsgevonden, dan zijn ze niet afkomstig van Gilze-Rijen. Voorzover bij ons operatie centrum bekend zijn er ook geen bijzondere activeiten gemeld. Het gaat hierbij vermoedelijk om vliegverkeer binnen het Nederlandse luchtruim en dat kunnen Nederlandse danwel buitenlandse toestellen zijn."
 
Enkele andere inwoners uit Waalwijk zagen diezelfde avond in de buurt van Vlijmen (20km verderop) ook een merkwaardig object (Bron: Fok):
 
 
"Vanavond reed ik samen met mijn broer en een vriend in de auto, ik zag 2 lichten in de lucht die leken stil te hangen. We zijn erop af gereden, toen we vlakbij de lichten in de buurt waren stopten we met de auto, we hebben onze ramen opengedraaid en keken naar de lichten. Het gekke was dat deze lichten stil in de lucht hingen, ineens gingen de "felle" lichten uit en begonnen er 3 kleinere lichten te knipperen (in een driehoekvorm" en begon het object ineens bewegen, het vloog in een rechte lijn weg met een matige snelheid. Ook hoorde we geen geluid van een moter o fiets. Het object bewoog zich van de weg af en op een gegeven moment was hij uit ons zicht verdwenen. We hebben de hele avond nog vreemde lichten in de lucht zien hangen die stil leken te hingen en van links naar rechts zwevende lichten, erg raar allemaal.
 
De "voorlichten" waren vrij fel, je kon echt een hele lichtbundel zien in de lucht. Normaal gesproken zie je bij een vliegtuig alleen een paar knipperlichten en geen constant brandende lampen. Het object vloog ook veel lager als een vliegtuig normaal vliegt, ook hiervan vraag ik me eigen nog steeds af wat het geweest kan zijn.
 
Onze waarneming was in de buurt van vlijmen. We zijn stil gaan staan met de auto en toen hing het licht echt stil in de lucht, ineens gingen die twee grote lichten aan en zagen we 3 veel kleinere kniperlichten, 2 witte en 1 rode, en toen pas begon het ding ineens bewegen.Dat is dus het vreemde, dat het eerst stil hong en toen ging bewegen. Een vliegtuig wat recht op je af zou vliegen, waardoor de lichten lijken stil te hangen kan niet ineens in de tegenovergestelde richting vliegen. En dan nog iets, als een vliegtuig zulke lichten heeft waarom zou hij ze dan ineens uitzetten. Voor de andere lichten die we steeds in de verte zagen stilhangen, dit waren enkele lichten, 1 licht dus en niet 2 net zoals bij die andere." ---- (c)2004 TT-UFOPlaza 11 januari 2004
 
Een 47-jarige CNC draaier uit Almelo (Overijssel) nam zondag 11 januari 2004 omstreeks 20:15 een reusachtig massief driehoeksvormig object waar. Vanuit zijn woonwijk Schelfhorst werd het object waargenomen. Dit is een doorsnee woonwijk met eensgezinswoningen en geen hoogbouw, die het zicht belemmeren. Op het moment van de waarneming was het erg helder en de sterren waren goed te zien.
 
"Ik liep om 8 uur met de hond buiten en zag een heldere ster, dacht ik, deze kwam langzaam steeds dichterbij, eerst dacht ik dat het een vliegtuig was maar toen het dichterbij kwam was bleek het een reusachtige driehoek met op de 3 hoeken 3 rode lichten te zijn. In het midden bevond zich ook een kleine driehoek met daarin 5 lichten waarvan 3 indigoachtig blauwe en 2 rode lichte aan weerskanten. Het waaide ineens heel hard maar er was geen geluid van motoren. Het vloog langzaam van oost naar west. Bovenop had het twee fel witte lichten in de vorm van bollen."
 
Het object was zeer groot, maar de exacte grootte kan de getuige niet aangeven. Het was beslist veel groter dan een vliegtuig, aldus de getuige. Er was totaal geen geluid hoorbaar. Wel kwam er ineens een felle wind uit een andere richting, dan daarvoor. Het object bevond zich op een afstand van ongeveer 250 meter en een hoogte van eveneens zo'n 250 meter. Het bewoog zich langzaam met een constante snelheid van ongeveer +-30km/u voort van oostelijke naar westelijke richting. De getuige nam het object waar onder een hoek van 90 graden (loodrecht omhoog). Het passeerde de getuige bovenhoofds. Toen het object voorbij was, merkte hij op dat het 'bovenop een heuvelachtige vorm had met daarop twee bolvormige felle lichten'.
 
De totale duur van de waarneming bedroeg 8 minuten. Het waarnemen van het object zorgde voor enkele psychologische na- en bijwerkingen.
 
"Ik Kwam nerveus thuis en bleef dat nog een paar uur. Ik had een vreemd onrustig gevoel. Tijdens de waarneming was ik zelfs even bang, een soort paniek bijna," aldus de getuige.
 
De waarneming werd ook gemeld aan de Vliegbasis Twente, maar deze deden er niets meer werd er gezegd. [Ed. en achter je rug om wordt de MIVD ingelicht]
 
De getuige vertelt:
 
"Ik heb meteen op paint een schets gemaakt die voeg ik hierbij als bijlage. En ik stond er met mijn hond op het paadje bij de dikke eikebomen verder helemaal alleen. Dit was vlakbij mijn huis, ik wilde nog snel naar huis lopen om mijn vrouw ook te laten zien, maar ik durfde niet, soort verlamd voelde ik mij. Ik hoop dat meer mensen het hebben gezien, maar ik weet niemand op dit moment. Mensen verklaren je ook makkelijk voor gek enzo, dus misschien houden sommigen het voor zichzelf. Ik ben blij dat ik mijn verhaal ieder geval aan jullie kon vertellen. Mijn eerste ingeving was ik bel Vliegveld Twente, maar die schoten haast in de lach, ze zeiden ook dat ze er niets mee deden en er op dat moment geen vliegtuigen/F16 toestellen in de lucht waren van hun, binnen het half uur na mijn telefoontje dus wel, ik hoorde de straaljagers overvliegen! Soms zie je dan een bericht in de krant staan van verschillende waarnemingen van hetzelfde ding, daar zit ik nu op te wachten. Zou echt heel typisch zijn dat ik op dat tijdstip, zo net na achten 's avonds echt helemaal de enige was die dit gigantische driehoekige ding met de rode lichten op de drie punten gezien heeft." (c)2004 TT-UFOPlaza 20 juli, 2003
 
Op zaterdag 19 juli, vlak na middernacht, werd in Kerkrade (Zuid-Limburg) door een 16-jarige scholier een zwartglimmende weerkaatsende driehoek met sterachtige lichten aan de hemel waargenomen. De getuige zat tijdens de warme, heldere zomernacht op het balkon van zijn woning in de Burg. Savelberglaan, toen hij opeens het merkwaardige object waarnam.
 
"Ik heb veel kennis op het gebied van luchtvaart en vliegtuigen maar dit sloeg echt alles. Heel rustig en zonder lawaai -laat staan geluid-; het was piepstil. Het leek enigszins op de F-117 Nighthawk," aldus de getuige. De grootte vergelijkt hij met die van een jet. "Het meest opvallende vind ik dat hij weerspiegelde; je zag hem heel slecht terwijl hij laag overvloog," vertelde hij. Het object passeerde bovenhoofds op een hoogte van ongeveer 150m, en had een gemiddelde snelheid van 75km/u. De getuige maakte op verzoek een schets van hetgeen, dat hij waargenomen heeft. Het object verdween uit zicht, toen het over een rij huizen vloog. De totale duur van de waarneming bedroeg 2 minuten.
 
Een 18-jarige Dordrechtenaar heeft op 29 april om 10 uur 's avonds een driehoekig vliegend object waargenomen aan de hemel. Vanaf een balkon in de Land van Valk wijk keek hij gedurende 10 minuten naar de UFO, die zich op een afstand van +- 4km en een hoogte van +- 1km van hem af bevond. Aangezien het helder weer was, had de getuige een redelijk goede zicht op het object. Hij kon duidelijk 2 rode knipperende lichten onderscheiden, en een soort schijnwerper, die rondjes draaide en 1x stopte met draaien toen het zijn kant op stond. De schijnwerper ging telkens aan, wanneer het object tot stilstand kwam. Dit stationair hangen duurde soms wel 30 seconden. Het vliegend object bewoog zich zeer vloeiend over een horizontale lijn, af en toe ging het object ook enigzins verticaal omhoog. Er was ook ander vliegverkeer in de lucht aanwezig. De UFO maakte een licht motorisch gezoem, varierend in hoge en lage frequentie. (Bron: Ufo-Plaza)
 
                                               
 
(Bij deze bovenste schets schrijf ik - Hermes dus - even mijn commentaar; DIT is zo'n beetje wat ik om vijf voor zes in de ochtend boven het bedrijf waar ik werk zag overvliegen pakweg op 150 meter hoogte, maar dan met rode, blauwe knipperende lichten en oranje licht. Ik weet dus hoe die dingen eruit zien. Alleen aan de beide kanten van het object - bij het einde van de 'vleugels' dus, was het niet afgevlakt maar liep het op beide zijden in een punt. Een latere waarneming die zowel ik als meerdere collega's 's ochtends vroeg deden, komen weer meer overeen met de beide kanten - de 'vleugels' - van het object in de schets hierboven).
 
Zie hier nog een link in het nederlands over Vliegende Driehoeken: http://www.home.zonnet.nl/pollie_37/Driehoek.htm
 
En hier de link naar UfoPlaza: http://www.ufoplaza.nl/index.php
 
NOGMAALS: HEEFT U SOORTGELIJKE ERVARINGEN, SCHROOM DAN NIET EN SCHRIJFT U ZE DAN IN EEN POSTING EN PLAATS ZE IN DEZE TOPIC. IK DENK DAT HET BELANGRIJK GENOEG IS OM DEZE ZAKEN TE VERMELDEN.
 
 
EEN EXTRA OPMERKING OVER DIT ARTIKEL:
 
ERG OPMERKELIJK IS HET ZEKER DAT ZONDER DAT WE HET DOORHADDEN DEZE LOG TOT NU AAN TOE NIET MEER GELADEN (EN DUS NIET GELEZEN) KON WORDEN.   WIJ KUNNEN NIET ZEGGEN OF DIT MET DE INHOUD VAN HET ARTIKEL ZELF TE MAKEN HEEFT GEHAD, EN EIGENLIJK WILLEN WE DAT LIEVER NIET DENKEN OOK. HET OPNIEUW ONLINE ZETTEN VAN DEZE HELE LOG WERD VOOR EEN ZEER LANGE TIJD DOOR DE BEHEERDER VAN DEZE SITE UITGESTELD, OMDAT ANDERS MISSCHIEN DE VELE EERDERE REACTIES DIE OP DIT ARTIKEL WERDEN GEPLAATST, VERLOREN ZOUDEN ZIJN GEGAAN. HELAAS, DATGENE WAAR WE AL BANG VOOR WAREN, GEBEURDE DUS OOK: ALLE 359 REACTIES ZIJN VERLOREN GEGAAN. HET IS HELAAS NIET ANDERS. TOCH WERD HET WEL TIJD OM U OPNIEUW DEZE INFORMATIE AAN TE BIEDEN.
 
DEZE LOG IS DUS BIJ DEZE OPNIEUW ONLINE GEZET ZODAT DIT ARTIKEL GEWOON IN DE ALGEMENE ZIN OPNIEUW ONDER DE AANDACHT KAN WORDEN GEBRACHT. DE INFORMATIE IN DIT ARTIKEL IS BELANGRIJK GENOEG OM ONDER DE AANDACHT VAN DE ONWETENDE BURGER GEBRACHT TE WORDEN.
 
HOE KON DIT ALLES NU GEBEUREN? HOE KON HET GEBEUREN DAT JUIST DIT ARTIKEL PAKWEG EEN HALF JAAR NA PUBLICATIE EEN DODE LINK VERTOONDE EN DAAROM NIET MEER TOEGANKELIJK WAS VOOR DE LEZER IN HET ALGEMEEN? WAS DIT OPZET? OF GEWOON EEN FOUT IN HET SYSTEEM VAN PUNT.NL? WIE WEET! EEN DING IS ZEKER: DE VLIEGENDE OBJECTEN DIE IN DIT ARTIKEL ZIJN BESCHREVEN, WERDEN GEWOON IN DE TUSSENTIJD ELKE KEER OPNIEUW GESIGNALEERD DOOR DE BEHEERDER VAN DEZE SITE. DE LAATSTE KEER DAT ER EENTJE HEEL LAAG OVER VLOOG WAS OP '07-11-2010'.
reacties 378 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 13454


Home   weblog sinds: 2005-09-19

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.